Volgend artikel

Huisvesters van het volk

Jacques en Agnetha van Marken-Matthes

1 minuten leestijd

Met elkaar – voor elkaar, onder dat motto bestiert het fabrikantenechtpaar Jacques van Marken (1845-1906) en Agnetha Matthes (1847-1909) een gist- en spiritusfabriek in Delft. Dat doen ze langs gebaande én ongebaande paden.

Zo hebben ze als eersten in Nederland voor hun werklieden een ongevallenverzekering en een wekelijkse personeelskrant. Ze gebruiken als eersten in hun bedrijf een telefoon. En in 1884 stichten ze naast de fabriek het Agnethapark, het eerste Nederlandse tuindorp met 78 betaalbare woningen en voorzieningen. Zelf gaan ze tegenover het park wonen.

Hun werklieden kunnen er ‘het loon van de arbeid in vriendelijke, gezonde verblijven genieten om ook daardoor tot welvarende, betere burgers der maatschappij te worden opgevoed’. Ter bevordering van dat burgerschap is het de bedoeling dat huurders sparen voor aandelen en zo toegroeien naar mede-eigendom van de exploitatiemaatschappij van het Agnethapark.

Om besmettelijke ziektes te voorkomen laten de Van Markens dagelijks met de trekschuit schoon duinwater aanvoeren. Het drinkwater gaat vanuit een hoge ijzeren bak via ondergrondse leidingen naar kranen in het park. 

De huisvrouwen kunnen hun emmers water bovendien heel snel verwarmen door een aansluiting op de fabrieksstoomleiding. De gemeente Delft kijkt jaloers toe, daar moeten ze nog zes jaar wachten op veilig drinkwater.

Ondertussen trekt een maquette van het Agnethapark op Europese wereldtentoonstellingen veel belangstelling. Agnetha heeft er een dagtaak bij: rondleidingen verzorgen. Goed voor de arbeiders, blijkt ook goed voor de zaken.

Gedeeld eigendom heeft het uiteindelijk niet gehaald. Wel is Rijksmonument Agnethapark nog steeds een gekoesterde Delftse woonbuurt. Als voorbeeld heeft het aan de wieg gestaan van menig tuindorp dat sindsdien is gebouwd.

Meer over de geschiedenis van sociale woningbouw op Canon volkshuisvesting.

tekst: margriet pflug