Volgend artikel
Aedes-Magazine editie 1-2020

Achtergrond

AFSPRAKEN AANSLUITING WARMTENETTEN

Mijlpaal in Klimaatakkoord

7 minuten leestijd

Warmtenetten kunnen een goed alternatief zijn voor gas, maar er komt wel wat bij kijken. Onderhandelingen over aansluiting op warmtenetten zijn langlopende, complexe trajecten, die nog wel eens leiden tot uitstel of afstel. Om dit voor woningcorporaties te vereenvoudigen, zijn Aedes, een aantal corporaties en warmteleveranciers met elkaar in gesprek over landelijke afspraken. Die komen in een Startmotorkader: een mijlpaal in het Klimaatakkoord. Voordelen: afspraken over woonlastenneutraliteit, aansluiting bij de wijkaanpak en een transparante businesscase. 

Woningcorporaties hebben afgesproken dat hun woningen uiterlijk in 2050 CO2-neutraal zullen zijn. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld met warmtepompen of elektrische verwarming. Voor woningen die minder goed te isoleren zijn, kan aansluiting op een warmtenet een alternatief zijn. Daarmee kunnen grote aantallen woningen in één keer van het gas af.

Wat is een warmtenet?

Een warmtenet transporteert warm water van de bron naar de huishoudens. Er zijn warmtenetten met hoge, midden en lage temperatuur. De temperatuur van het verwarmingswater bepaalt hoe goed een huis geïsoleerd moet zijn. Warmtebronnen zijn er in verschillende typen: restwarmte van afval- en energiecentrales en chemiebedrijven, biomassa, of een gascentrale.

Wouter van den Wildenberg, partner bij Fakton Energy, ontwikkelde businesscases voor een aantal corporaties die willen aansluiten op een warmtenet: ‘Met name in dicht bebouwde gebieden kun je met een relatief lage investering een grote CO2-reductie realiseren. Zeker met een duurzame warmtebron, zoals geothermie of gebruik van restwarmte die anders verloren gaat. Warmtenetten zijn kostenefficiënt in vergelijking met een warmtepomp.’

Voor veel corporaties zijn warmtenetten echter nog onbekend terrein. ‘Pas 8 procent van de corporatiewoningen is nu aangesloten op een warmtenet. Dat moet uiteindelijk zo’n 40 tot 50 procent worden. De komende jaren kan dat voor maar liefst 200.000 woningen.’

Nieuwe energie voor Groenoord
Woningcorporatie Woonplus in Schiedam is één van de eerste corporaties die het aandurft: aansluiting op een warmtenet. Nog voor de ontwikkeling van het Startmotorkader trof de corporatie al voorbereidingen om in de wijk Groenoord zo’n 3.000 huurwoningen aan te sluiten op een warmtenet.‘ Een lagere CO2-uitstoot betekent duurzaam verwarmen en overstappen op elektrisch koken’, vertelt ontwikkelingsmanager Eline Busser.

‘Wil je als corporatie aansluiten op een warmtenet, ga dan snel met je gemeente om tafel’

‘Al vanaf 2017 zijn we in gesprek met de gemeente Schiedam, provincie Zuid-Holland, Eneco en Stedin over het beste alternatief voor aardgas.’ Groenoord heeft veel hoogbouw: portiek- en galerijflats uit de jaren 60 en 70. Na uitgebreid onderzoek en het opstellen van een businesscase blijkt aansluiten op het warmtenet van metropoolregio Rotterdam de beste optie.

Busser: ‘De warmtebron is industriële restwarmte, voornamelijk afkomstig van Afvalverwerking Rijnmond, vele malen duurzamer dan elektriciteit. Tegen relatief lage kosten realiseren we een hoge CO2-reductie.’

Particuliere eigenaren verleiden
In een aanbesteding zocht de corporatie een innovatieve marktpartij voor de technische voorbereiding van de huurwoningen op midden temperatuurverwarming én voor de communicatie met huurders. Binnenkort selecteert de corporatie welke partij aan de slag gaat in de huurwoningen, en met hetzelfde aanbod particuliere woningeigenaren en VvE’s gaat verleiden hun woningen óók op het warmtenet aan te sluiten.

Het ‘aansluitpakket’ bestaat uit een unit voor verwarming en tapwater, nieuwe radiatoren, eventueel dubbelglas en een elektrische kookplaat. Totale kosten per woning zijn zo’n 15.000 euro.

Illustratie: Aad Goudappel

Daarnaast is de corporatie met de gemeente en Eneco in gesprek over de exploitatie- en leveringsovereenkomst. Busser: ‘Dat is niet ons dagelijks werk en daarom laten we ons daarin begeleiden door Fakton. Ook voor Eneco is het spannend, zij sluiten immers niet dagelijks een overeenkomst voor duizenden woningen.’

‘Per saldo worden de woonlasten jaarlijks zo’n 50 euro lager’

Uitgangspunt voor Woonplus is dat de woonlasten voor huurders niet hoger worden dan ze nu zijn. ‘Per saldo worden de woonlasten jaarlijks zo’n 50 euro lager’, schetst Busser de financiële gevolgen voor de huurders. Voor Woonplus gaat het om een flinke investering, maar daartegenover staat dat de onderhoudskosten dalen door het verdwijnen van de centrale blokverwarming. Ook heeft de corporatie een Europese subsidie aangevraagd.

Met gemeente en provincie wil Woonplus mensen bewust maken van de noodzaak van de energietransitie. ‘Als woningcorporatie werken we met huurdersparticipatie. Het is belangrijk om op een begrijpelijke manier uit te leggen wat er gaat gebeuren. In een modelwoning laten we zien dat er relatief weinig verandert in de woning. Ook kunnen bewoners ervaren hoe elektrisch koken werkt, daar ligt vaak nog veel weerstand. De eerste huurders zijn inmiddels in de modelwoning komen kijken en de reacties zijn positief.’

Woningcorporaties zijn de ‘startmotor’ van de energietransitie

Nederland moet van het gas af, dat is afgesproken in het Klimaatakkoord. Met ruim 2,2 miljoen huurwoningen zijn woningcorporaties de grootste woningeigenaren. Daarmee zijn zij een logische partij om de startmotor van de energietransitie te zijn en de woningvoorraad sneller te verduurzamen. Maar dit mag niet ten koste gaan van de huurders.

Met de Startmotor zetten Aedes, corporaties en warmtebedrijven de stap naar een grootschalige aanpak voor duizenden woningen tegelijk. De oorspronkelijke ambitie van de Startmotor was tot en met 2022 minimaal 100.000 bestaande huurwoningen aardgasvrij te maken. ’Een groep corporaties, de Startmotorcorporaties, zijn samen goed voor meer dan 200.000 potentiële warmtenetaansluitingen. Deze schaalvergroting heeft voordelen: aansluiting van grote aantallen woningen biedt warmteleveranciers zekerheid en houdt de kosten laag.


In één keer veel woningen
Christelijke Woningstichting Patrimonium in Groningen is één van de Startmotorcorporaties. Ludo Kobes, teamleider Planmatig Onderhoud en Duurzaamheid: ‘Wij gaan aan de slag in een wijk die de gemeente Groningen heeft aangewezen als een warmtenetwijk, samen met de andere corporaties die daar ook woningen hebben, de gemeente Groningen en het warmtebedrijf Warmtestad.’

‘Met de Startmotor kunnen we in één keer veel woningen aansluiten, waardoor dat per woning goedkoper wordt. Wil je als corporatie aansluiten op een warmtenet, ga dan snel met je gemeente om tafel. Er komt nogal wat bij kijken, vooral bij bestaande woningen. Voor woningen die goed combineren met een warmtenet, vinden wij warmtenetten een prima alternatief.’


Startmotorkader

Warmtenetten zijn voor veel corporaties een nieuw fenomeen. Maar ook voor corporaties die er al ervaring mee hebben, zijn de grotere schaal en het hogere tempo een uitdaging. De gesprekken met gemeenten en warmteleveranciers zijn complex en duren vaak lang, er moeten verschillende overeenkomsten worden gesloten voordat huurders daadwerkelijk zijn aangesloten. Dat bracht Aedes, corporaties en warmtebedrijven ertoe een Startmotorkader te ontwikkelen.

De kern van het kader bestaat uit afspraken die leiden tot een transparante business case, woonlastenneutraliteit voor de huurder en aansluiting op de wijkaanpak. Het voorbeeld van Woonplus laat zien hoeveel een corporatie zelf moet uitzoeken bij aansluiting op een warmtenet. Met het Startmotorkader wordt dit proces gemakkelijker. Corporaties kunnen gebruikmaken van de afspraken om lokaal de onderhandelingen te vereenvoudigen.


Vertrouwen

Bert Halm is als bestuurder van Eigen Haard (Amsterdam) betrokken bij de ontwikkeling van het Startmotorkader: ‘Uitgangspunten waren dat huurders er niet op achteruit gaan, het haalbaar moet zijn voor corporaties en dat warmtebedrijven een redelijke winst kunnen maken. Onderling vertrouwen is daarbij heel belangrijk. En kennis van zaken.’

‘We ontdekten al snel dat een onafhankelijk toezichthouder moet vaststellen of de bijdrage aansluitkosten redelijk is. En dat we de businesscase alleen sluitend krijgen als het Rijk meer financiert. Het is een lange weg, maar het Startmotorkader is een grote eerste stap in het Klimaatakkoord.’

Aandachtspunten voor corporaties
Gemeenten bepalen wanneer welke wijk aan de beurt is om aardgasvrij te worden. In de Transitievisie Warmte beschrijven zij of een warmtenet een alternatieve warmtebron is. Voor gemeenten die tempo willen maken met de energietransitie, zijn corporaties een aantrekkelijke gesprekspartner.

Andersom is het voor corporaties zaak op tijd bij gemeenten aan tafel te zitten. Het Startmotorkader bevat een stappenplan dat concreet aangeeft hoe corporaties warmtebedrijven en gemeenten samen goed kunnen aansluiten bij de wijkgerichte aanpak.

Van den Wildenberg van Fakton begeleidt regelmatig driehoeksoverleggen tussen gemeente, corporatie en warmteleverancier en weet wat er komt kijken bij de onderhandelingen over aansluiting op een warmtenet.

‘Particuliere woningeigenaren kiezen zelf een alternatieve warmtebron. Een corporatie beslist dat voor een groot aantal woningen tegelijk, en dat biedt de leverancier zekerheid. Corporaties kunnen zo een doorslaggevende rol spelen bij de realisatie van een warmtenet. Ze moeten er echter voor waken dat niet ten koste te doen van de huurder.’

Voor gemeenten die tempo willen maken met de energietransitie, zijn corporaties een aantrekkelijke gesprekspartner

Hij raadt corporaties aan goed te kijken naar kosteneffectiviteit. ‘Lage temperatuur verwarming is vooral geschikt voor goed geïsoleerde nieuwbouwwoningen met bijvoorbeeld vloer- en wandverwarming. Om bestaande woningen op dat niveau te brengen, is vaak een flinke renovatie noodzakelijk. Daar hangt een prijskaartje aan. Corporaties zullen dan ook in de praktijk vooral te maken krijgen met midden en hoge temperatuur warmtenetten.’

‘In gesprekken merk ik nogal eens een gevoel van onbehagen bij gemeente en corporatie’, zegt Van den Wildenberg. Ze vragen zich af of de warmteleverancier niet zijn zakken vult, over de rug van huurders.’ Een onafhankelijke businesscase, getoetst door een onafhankelijke partij biedt in dat geval inzicht.

Aansluitkosten in verhouding
‘Wij kunnen berekenen wat een redelijke kostenvergoeding is, die de corporatie kan uitleggen aan huurders.’ Speciale aandacht is daarbij nodig voor het zogenoemde ‘vollooprisico’.

‘Stel dat een wijk bestaat uit 60 procent corporatiewoningen en 40 procent particulier eigendom. Als ook alle particuliere eigenaren meedoen, worden de aansluitkosten per woning lager. Maar let op: de corporatie mag niet meer betalen om het risico af te dekken dat niet alle particuliere eigenaren meedoen. De aansluitkosten per corporatiewoning moeten in verhouding staan tot die voor particuliere woningeigenaren.’

Bij de ontwikkeling van het Startmotorkader werd duidelijk dat met aansluiting bij de wijkgerichte aanpak meteen de hele businesscase aantrekkelijker kan worden, ook voor particulieren.

Helder communiceren
Een ander, niet te onderschatten aandachtspunt noemt Van den Wildenberg de communicatie met huurders. Aansluiting op een warmtenet is doorgaans pas mogelijk wanneer 70 procent van de huurders daarmee instemt. In zo’n geval gaan alle huurders verplicht over.

Het is dan ook zaak helder te communiceren over de overstap naar een warmtenet, zodat huurders weten wat ze te wachten staat en hoe hun contract voor warmtelevering is geregeld. Gaat de warmteleverancier bijvoorbeeld een contract aan met elke huurder of blijft de warmtelevering onderdeel van het servicecontract tussen corporatie en huurders?

Eenmaal aangesloten op een warmtenet hebben huurders geen keuzevrijheid meer om over te stappen naar een andere energieleverancier. ‘De corporatie moet de verschillende opties helder naast elkaar zetten: de huidige en toekomstige woonlasten. Nu wordt vaak nog uitgegaan van het ‘niet meer dan anders-principe’ (NMDA) uit de Warmtewet. Maar dat gaat in de toekomst niet meer op. De gasprijs zal immers stijgen om het gebruik ervan te ontmoedigen.’
Het Startmotorkader regelt veel op dit vlak, met bijvoorbeeld afspraken over woonlastenneutraliteit en hoe om te gaan met NMDA. 

Subsidies

Om corporaties en huurders te ondersteunen tijdens de jaren van de Startmotor stelt de Rijksoverheid ongeveer 500 miljoen euro aan subsidies beschikbaar. Voor aansluiting op warmtenetten is 200 miljoen euro beschikbaar via de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) vanaf 1 mei 2020.

tekst: josé de vreede en natasja verheij