Volgend artikel
Aedes-Magazine editie 1-2020

Achtergrond

OPVANG GROTE GEZINNEN MET VERBLIJFSSTATUS

In Limburg pragmatisch en betrokken

8 minuten leestijd

In Sittard-Geleen zorgen woningcorporatie ZOwonen, het plaatselijke Vluchtelingenwerk en de gemeente er samen voor dat twee grote statushoudersgezinnen hun plek vinden. De drie partijen durven hun nek uit te steken. ‘Anders zaten deze mensen nu nog in een AZC op een huis te wachten.’ 

Geen beleidsnota’s schrijven, maar concrete problemen aanpakken. Dat was in oktober 2018 het uitgangspunt van het Topteam Integratie Vluchtelingen Limburg. Deze club van een tiental directeuren uit bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, waaronder twee woningcorporaties, wilde de kar trekken bij het huisvesten van 25 grote gezinnen met een verblijfsvergunning in Limburg.

In heel Nederland bleek het voor gemeenten lastig om een huis voor acht of meer gezinsleden te vinden. Gewone eengezinswoningen zijn te klein. En dus blijven veel grote gezinnen noodgedwongen in een asielzoekerscentrum, ook al hebben ze een verblijfsvergunning. De gemeente Sittard-Geleen, de plaatselijke afdeling van Vluchtelingenwerk en corporatie ZOwonen besloten de handschoen op te pakken.

Halverwege 2019 ‘koppelde’ het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) twee gezinnen aan Sittard-Geleen. Een Syrisch gezin van elf mensen en een Eritrese familie van tien. ‘Die mensen zaten in de knel en hadden zo snel mogelijk een huis nodig’, zegt Janine Godderij, directeur-bestuurder van ZOwonen.

‘Dat zijn we gewoon samen gaan regelen.’ Haar toon is kenmerkend voor de manier waarop de corporatie, de gemeente en Vluchtelingenwerk aan de slag zijn gegaan: pragmatisch en betrokken.

Van vier woningen naar twee
De eerste taak voor de corporatie was het vinden van geschikte woningen. Na een interne brainstorm, is technisch projectleider Wim Jacobs de mogelijkheden gaan verkennen met een aannemer.

De keuze viel op het samenvoegen van vier portiek-etagewoningen tot twee woningen. Op de bovenste verdieping van een complex en op de eerste verdieping zijn telkens twee woningen via een doorgang tot één U-vormige woning samengevoegd.

Zo zijn er ‘twee nette woningen’ ontstaan, zegt Jacobs. Een woonkamer, zeven slaapkamers met voldoende daglicht, een keuken plus bijkeuken en twee badkamers met twee aparte wc’s. Een stevige ingreep, maar bouwkundig uiteindelijk eenvoudig, zegt hij. Afgezien van enkele extra uitdagingen. Zo wilde de gemeente in iedere woning één centrale meterkast in plaats van de oorspronkelijke twee. Dat was even puzzelen, zegt Jacobs. ‘Maar dat is het leuke van mijn vak.’

Een half jaar na de eerste voorbereidingen van het project konden de twee gezinnen de sleutel van hun woning in ontvangst nemen. Nog voor de jaarwisseling betrokken ze de woningen in de wijk in Geleen-Zuid. Over een jaar of tien zal ZOwonen het complex slopen. Tegen die tijd zullen de oudere kinderen waarschijnlijk niet meer thuis wonen, zegt Godderij.

De medewerkers van de corporatie hebben de directe buren van de twee gezinnen allemaal persoonlijk geïnformeerd. Maar er zijn geen grootschalige voorlichtingsbijeenkomsten voor de buurt georganiseerd. We maken er geen buitengewoon verhaal van, zegt de directeur-bestuurder. En tot nu toe is er in de buurt geen ophef geweest.

Foto: Annemiek Mommers

Bij dit project zijn veel mensen binnen en buiten woningcorporatie ZOwonen betrokken, onder meer (van links naar rechts) Veerle en Carlo Krekels van het aannemersbedrijf, communicatieadviseur Mayke Timmermans, beleidsadviseur Mandy Vrancken, directeur-bestuurder Janine Godderij en technisch projectleider Wim Jacobs.

Vluchtelingenwerk heeft de beide gezinnen de eerste dagen opgevangen en wegwijs gemaakt. Met het regelen van de eerste administratieve en financiële zaken, bijvoorbeeld de aanvraag van een bijstandsuitkering, toeslagen en verzekeringen en voor de kinderen de inschrijving op school. Met een ‘inrichtingskrediet’ van de gemeente zijn spullen aangeschaft. Zoals vloerbedekking, meubels en een tv. De gezinnen moeten deze ‘leenbijstand’ zelf terugbetalen, zegt Djonnie Soumete, begeleider bij Vluchtelingenwerk.

Nu krijgen de gezinnen verdere ondersteuning bij hun integratie in de Limburgse buurt. Dat doen medewerkers en vrijwilligers van vluchtelingenwerk. Student/stagiaires van sociaal-maatschappelijke opleidingen zorgen daarnaast voor het contact met de school van de jongste kinderen uit beide gezinnen. Eigenlijk blijven alle partijen betrokken bij de verdere maatschappelijke begeleiding van deze statushouders.

Ook de corporatie kiest daar nadrukkelijk voor, legt Godderij uit. ‘De buurtbeheerders en woonconsulenten kennen de wijk goed. Voor sommige van onze bewoners doen we net iets meer. Bijvoorbeeld voor iemand met een ernstige huurachterstand die geen hulp weet te vinden. Daar besteden onze leefbaarheidsmensen ook wel eens een extra uurtje aan. Dat is vergelijkbaar met de extra aandacht die deze twee gezinnen nodig hebben. Wij willen echt verschil maken in het leven van de mensen in onze buurten. Daar krijgen onze medewerkers de ruimte voor. Het is gewoon ons werk.’

Onmisbaar voor de leefbaarheid
De lijnen tussen ZOwonen, de gemeente en Vluchtelingenwerk zijn kort. Dat merk ik goed, zegt Soumete. ‘Ik krijg vaak telefoontjes van medewerkers van de corporatie. Bijvoorbeeld als ze bij een huisbezoek signaleren dat er iets mis is met de papieren van de zorgverzekeraar. Ze pakken zaken snel op.’

Bij ZOwonen gaan we er allemaal van uit dat je iets doet met wat je signaleert, zeggen de technisch projectleider en de woonconsulent Nicole Koolen. ‘We hoeven het probleem niet zelf op te lossen, maar moeten wel zorgen dat er iemand verantwoordelijk is. We willen onze bewoners niet van het kastje naar de muur sturen.’

Ook wethouder Kim Schmitz ziet dat ZOwonen nadrukkelijk kiest voor een sociale aanpak. ‘Zij denken verder dan stenen’, zegt ze. ‘Die brede insteek waardeer ik. Dat is onmisbaar voor de leefbaarheid in de wijk.’

Janine Godderij van ZOwonen: ‘Die mensen zaten in de knel en hadden zo snel mogelijk een huis nodig’

Alle drie de partijen willen dit project laten slagen. ‘Daar richten we ons op. En minder op formaliteiten en regels’, zegt Godderij. Met het topteam is een ‘voorzichtige afspraak’ gemaakt over een vergoeding van een deel van de kosten.

De samenvoeging van de vier woningen heeft de corporatie ruim 70.000 euro gekost. De huurderving is daarbij niet meegerekend. De corporatie ontvangt nu immers nog maar tweemaal huur. Die bedraagt subsidiabel 720 euro; zodat de gezinnen in aanmerking komen voor huurtoeslag. Inmiddels is bekend dat het COA per samengevoegde woning 25.000 euro zal bijdragen.

De gemeente ontvangt nog 7.500 euro per gezin, onder meer voor een tijdelijke, specialistische coach. Die gaat bij de gezinnen binnenkort aan de slag om hun basisbehoeften te inventariseren. Helemaal ‘gewoon’ blijkt de opvang van zo’n groot gezin toch nog niet te zijn. Iedereen zet even een extra stap om deze gezinnen een goede start te geven.

‘Als we precies binnen onze lijntjes blijven en afwachten, lukt het niet’, zegt Godderij. ‘Gelukkig hebben we allemaal een beetje lef en durven wij onze nek uit te steken. Anders zaten deze gezinnen nu nog in een AZC.’

In 2019 hebben volgens het COA in Nederland 52 grote statushoudersgezinnen (van minstens acht mensen) een huis gekregen. Zeven van die gezinnen wonen nu in Limburg. Volgens het COA wachten er medio februari 2020 in de Nederlandse asielzoekerscentra nog 43 grote gezinnen met een verblijfsvergunning op een huis.

______________________________________________________________________________

‘Bedankt, Limburg is mooi’

De verlegen lach verdwijnt niet van het gezicht van Zeray Weldeselassie. Ook niet als hij weer naar het stapeltje in zijn handen kijkt. Formulieren van de zorgverzekering. Aan de muur van de woonkamer hangen posters van Eritrees-orthodoxe heiligen. Naast een papiertje met de schoolvakanties. Zeray en zijn vrouw ‒ die op de achtergrond blijft ‒ wonen hier met acht kinderen. De jongste is 4, de oudste 18. Drie oudere kinderen wonen elders.

Foto: Annemiek Mommers

Eén van de kinderen haalt de vijf kleinsten van school. Dan is het druk. Een jongetje geeft zijn moeder een tekening, een ander een briefje. ‘Op maandag en donderdag heeft uw kind gymles. Zonder sportkleding kan uw kind niet meesporten.’ De dochter uit groep zes laat haar huiswerk zien aan Nicole Koolen, de woonconsulent van ZOwonen. ‘Een bloemist heeft 21 bossen chrysanten. In elke bos zitten tien bloemen. Hoeveel bloemen heeft hij?’ De grotere kinderen zijn verdiept in hun mobieltje.

Zeray vindt het huis erg mooi. ‘Bedankt’, zegt hij. ‘Limburg is mooi.’ Moeder zet een schaal met popcorn en koekjes op tafel. Dan komt de tolk. Verontschuldigend, hij was de afspraak vergeten. Ook hij is gevlucht uit Eritrea. Hij kent het gezin uit de Eritrees-orthodoxe gemeenschap. De tolk vertaalt waarom Zeray is gevlucht. Hij was militair en zag zijn kinderen nooit. De dienstplicht in Eritrea duurt formeel anderhalf jaar, in de praktijk is dat vaak meer dan tien jaar.

Het leven is hier anders, zegt de vader. Vooral de taal. Die is moeilijk. Wekelijks heeft hij drie avonden Nederlandse les bij Vluchtelingenwerk. Zijn vrouw drie ochtenden. Hun droom? ‘De taal goed spreken’, zegt Zeray. Zijn vrouw: ‘Zodat mensen mij begrijpen. En ik schoonmaakwerk kan doen.’

______________________________________________________________________________

Over zorgverzekeringen en gordijnrails

Dat is vreemd, zegt woonconsulente Nicole Koolen. Slechts vier van de kinderen uit het Eritrese gezin zijn ingeschreven bij de zorgverzekering. Ze noteert het in haar telefoon. Kan ze het straks doorgeven aan Vluchtelingenwerk. 

Foto: Annemiek Mommers

Voor één van de ramen in de woonkamer hangt een gordijn aan een touw. Met de tolk maakt de vader duidelijk dat hij daar een gordijnrail wil bevestigen, maar niet weet of dat kan. Nicole zegt dat ze het uitzoekt. Er is ook nog iets onduidelijk over het laminaat. Ondertussen vragen de meisjes haar aandacht. Met een vraagje over het huiswerk of over de WIFI-verbinding. Nicole kijkt wat ze zelf kan oplossen. ‘Ik word daarin gesteund door Janine, onze directeur’, zegt ze. ‘Zij laat ons vrij om te kijken wat er nodig is om deze gezinnen te helpen. Dat voelt goed. Daardoor kan ik prettig en efficiënt mijn werk doen.’

Zowel het Eritrese als het Syrische gezin lijken hun weg te vinden, vervolgt ze. ‘Ik vind het mooi hoe het Eritrese gezin bijvoorbeeld zelf al een tolk heeft weten te vinden via hun kerk. Dat laat zien dat wij niet alles hoeven te regelen.’

Buiten treft ze haar collega Wim Jacobs, de technisch projectleider bij ZOwonen. ‘Kunnen wij het Eritrese gezin helpen met gordijnrails’, vraagt ze hem. ‘Ze willen de gordijnen graag netjes ophangen. Bij mijn huisbezoek vorige week waren ze al bezig met de stof.’ Wim knikt. De aannemer is in het complex toch een woning aan het opknappen. Zo’n railtje gaat dan in een moeite door.  

______________________________________________________________________________

Cultuurverschillen rond de keuken

Een knappe oplossing, vinden Jan Kubben en Djonnie Soumete van Vluchtelingenwerk het. De samenvoeging van vier woningen tot twee geschikte woningen. Ze hebben ‘niks dan lof’ voor de coöperatieve en flexibele houding van ZOwonen. Ze weten hoe blij de gezinnen zijn dat ze het AZC konden verlaten. En met de ondersteuning van vrijwilligers van Vluchtelingenwerk bij de kluswerkzaamheden. ‘Als je twee vrijwilligers vraagt, staan er de volgende dag zes voor de deur. Dan hebben ze een familielid of een vriend meegenomen.’ 

Foto: Annemiek Mommers

Op de foto: De vrijwillige klussers vader Samer Kour (met plank) en zoon Odin (met stok) en Hasan Kulanas (met aambeeld) samen met Djonnie Soumete (zittend) en Jan Kubben van Vluchtelingenwerk.

Natuurlijk zijn er ook probleempjes. De moeder van het Eritrese gezin ziet de badkamer grenzend aan de keuken als haar huishoudelijk werkdomein. Alle gezinsleden moeten gebruikmaken van de andere badkamer. Moet een corporatie rekening houden met zo’n cultuurverschil, zegt Jan. ‘Dat is gewoon een vraag die we ons moeten stellen. Zonder daar gevoelig over te gaan doen’, zegt hij. ‘Als Westerlingen hebben we soms de neiging overgevoelig te reageren op dit soort thema’s. Niet doen. Een open houding werkt het beste.’

Wanneer is dit project voor hen geslaagd? ‘Als de gezinnen over 1,5 jaar hun zaken zelf kunnen regelen en de mensen zich veilig voelen in Geleen.’ Officieel moet Vluchtelingenwerk beide gezinnen dan overdragen aan het reguliere welzijnswerk. Voor de kinderen gaat dat wel lukken, verwachten Djonnie en Jan. Voor de ouders zal het moeilijker zijn. Ondanks hun inburgering blijft de taal waarschijnlijk een lastige hindernis. Sommige statushouders blijven daarom afhankelijk van de ondersteuning van Vluchtelingenwerk.

tekst: marjon van weersch