Volgend artikel
Aedes-Magazine editie 1-2020

Opinie

‘Gezamenlijke prestatieafspraken nodig voor leefbare dorpen’

Bothilde Buma, directeur-bestuurder Woonservice in Westerbork

3 minuten leestijd

Wij moeten gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen voor de minisamenlevinkjes in dorpen aan de randen van Nederland. Corporaties, gemeenten, zorg- en welzijnsorganisaties, maar ook het bedrijfsleven, scholen en kerken kunnen er samen voor zorgen dat de leefbaarheid hier niet verder achteruit dendert. Geef ons de experimenteerruimte die daarvoor nodig is, luidt de oproep van corporatiebestuurder Bothilde Buma.

Onze corporatie ligt in een plattelandsgebied. Onze huurders wonen in Drenthe en in het zuidoosten van Groningen. Ik werk in de randen van ons land, deels een krimpgebied. De samenleving en de leefbaarheidsvraagstukken zien er hier echt anders uit dan in een verstedelijkte omgeving of in de Randstad.

Woningen over
Veel van onze dorpskernen vergrijzen en ontgroenen in een rap tempo. De jeugd trekt weg en komt meestal ook niet meer terug. Ouderen blijven langer zelfstandig wonen, zoals overal in Nederland. Hier verdwijnen ondertussen echter allerlei voorzieningen uit de dorpen. Als onze ouderen naar een dagbesteding willen, moeten ze verhuizen naar een groter dorp of een stad.

Woningnood kennen wij eigenlijk niet, wij hebben te maken met het omgekeerde vraagstuk. We houden straks woningen over. Onze huurhuizen zijn snel beschikbaar en de huren zijn laag. Steeds vaker komen in die huizen mensen vanuit de ggz of de maatschappelijke opvang terecht. Die nemen forse problemen met zich mee.

‘Mijn oproep aan politiek Den Haag: geef ons de bewegingsruimte om zaken uit te proberen. Onze huurders hebben het nodig’    

Dat heeft voor een dorp met een paar honderd inwoners echt een andere betekenis dan voor wijken in grote steden. Omdat de levendigheid uit de kleine dorpskernen verdwijnt, is het risico op vereenzaming en uitsluiting hier nijpender dan elders in het land.

Parallelle werelden
Eenzaamheid, het gebrek aan een zinvolle dagbesteding, uitsluiting: dat tast niet alleen de gezondheid van kwetsbare bewoners aan, het bedreigt ook de leefbaarheid in wijken en dorpen. Het onderzoek Veerkracht in het corporatiebezit heeft dat recentelijk weer aangetoond (zie kader).

Leefbaarheid gaat volgens mij dan ook over meer dan alleen ‘schoon, heel en veilig’. Het gaat over samenlevingsvraagstukken: hoe willen we als mensen met elkaar omgaan? Hoe zorgen we ervoor dat iedereen erbij hoort? Dat vraagt om een integrale aanpak. Maar in de gemeentelijke en nationale overheidspraktijk zie ik ondertussen twee parallelle werelden.

Aan de ene kant het domein wonen, met afzonderlijke wetgeving voor woningcorporaties en een aparte woonvisie van de gemeente. Aan de andere kant het beleid voor het sociale domein, met wetten en regels voor zorg- en welzijnsinstellingen en aparte financieringsstromen.

Illustratie: Han Hoogerbrugge

Die gescheiden werelden moeten we bij elkaar brengen. Daarom heb ik een appel gedaan op de gemeenten en de zorg- en welzijnsinstellingen in ons werkgebied. Wij moeten gezamenlijk de verantwoordelijkheid willen dragen voor de minisamenlevinkjes die onze dorpskernen hier zijn, aan de randen van Nederland.

Plakrandjes
We moeten er samen voor zorgen dat de leefbaarheid niet verder achteruit dendert. Dat kan alleen als we allemaal bereid zijn verder te kijken dan onze eigen primaire verantwoordelijkheid. De woningcorporatie, de gemeente, zorg- en welzijnsinstellingen. We zijn met hetzelfde bezig: het ondersteunen van mensen. Maar als we niet oppassen doen we zaken dubbel, of we doen dingen helemaal niet.

Daarom moeten we de ‘plakrandjes’ van ons werk opzoeken. En gezamenlijk prestatieafspraken gaan maken. Als we bijvoorbeeld willen dat mensen langer thuis wonen, moeten we wel zorgen, dat zorg beschikbaar is, als dat nodig is.

Lokale supermarktmanager
In een volgende stap wil ik daar andere sectoren bij betrekken. Denk aan het bedrijfsleven, sportverenigingen, bibliotheken, kerken en scholen. De lokale supermarktmanager heeft er veel belang bij dat mensen in het dorp blijven wonen. Hoe zou hij daar een bijdrage aan willen leveren? Wij zijn al bezig met het verkennen van nieuwe samenwerkingsvormen.

AEDES-ONDERZOEK

In opdracht van Aedes onderzochten de bureaus In-Fact-Research en Circusvis de leefbaarheid in de wijken. Zij concluderen in hun rapport Veerkracht in het corporatiebezit dat buurten die al zwak waren de laatste jaren nog zwakker zijn geworden.

Samen met een andere woningcorporatie en met twee roc’s en lokale bouw- en installatiebedrijven ontwikkelen wij een scholingstraject voor huurders die geen werk hebben. Aannemers en installateurs die onze huizen bouwen of verduurzamen hebben een tekort aan vakmensen. Onze huurders krijgen straks een vakdiploma en hopelijk ook een baan of andere zinvolle dagbesteding. Dat heeft een positief effect op de mensen zelf en op de leefbaarheid van de dorpen.

‘Roepen dat iets volgens de Woningwet niet mag is verlammend voor innovatie’

Soms roepen mensen dat iets niet mag. Van de Woningwet of van de Autoriteit woningcorporaties. Dat is verlammend voor innovatie. Daarom pleit ik voor experimenteerruimte om nieuwe concepten en nieuwe samenwerkingsvormen te ontwikkelen die goed zijn voor onze huurders.

Het werkt prettiger als we kunnen experimenteren zonder steeds ons hoofd te hoeven breken of het wel mag wat we doen. Mijn oproep aan politiek Den Haag: geef ons de bewegingsruimte om zaken uit te proberen. Onze huurders hebben het nodig.

Illustratie: han hoogerbrugge