Volgend artikel

Interview

LIESBETH SPIES OVER AANPASSING WONINGWET

‘Samenleving gebaat bij meer vertrouwen in corporaties’

7 minuten leestijd

Met een minder strenge markttoets en flexibele inkomensgrenzen komt de Woningwet steeds meer tegemoet aan de wensen van corporaties. Toch is dit nog niet voldoende, vindt Liesbeth Spies, voormalig bewindsvrouw, burgemeester én lid van de commissie-Van Bochove. ‘Er moet aan meer knoppen worden gedraaid.’

In haar eerste week als minister van Binnenlandse Zaken, belast met onder meer de portefeuille Wonen, viel Liesbeth Spies eind 2011 met haar ‘neus in de boter’. Ze kreeg de problemen bij Vestia op haar bordje, een van de affaires die mede de aanzet hebben gegeven tot de (nieuwe) Woningwet. Spies was nauw bij de totstandkoming van die wet betrokken.

Inmiddels is ze burgemeester van Alphen aan den Rijn, haar geboorteplaats. Ook in die hoedanigheid heeft ze volop met de wet van doen. Ze weet hoe de regels in de praktijk uitpakken – op lokaal niveau, en, als voorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, ook in de 354 andere gemeenten.

Voor Aedes alle reden haar vorig jaar te vragen zitting te nemen in de commissie-Van Bochove. Dit gremium evalueerde de wet uit 2015 en bracht daarover eind 2018 op verzoek van de vereniging verslag uit. Lees ook het artikel over de evaluatie in Aedes-Magazine 6/2018.

In het najaar vergadert de Tweede Kamer over de Woningwet. Een mooi moment om Spies te vragen naar haar bevindingen en adviezen.

Waarom was de Woningwet nodig?

‘De kern was om de taken, verantwoordelijkheden en het bestaansrecht van woningcorporaties te herijken. Dat was nodig omdat een aantal corporaties meer ging doen dan het huisvesten van mensen met een kleinere portemonnee. Daarnaast moest ook de nieuwe Europese regelgeving een plek in de wet krijgen.’ 

Wat heeft de wet tot nu toe gebracht?

‘De belangrijkste conclusie van de evaluatie is dat de wet op hoofdlijnen voldoet; dat corporaties goed zijn in het huisvesten van heel veel mensen. En dat het stelsel weerbaar en stevig is gebleken, ook tijdens de Vestia-affaire. Een conclusie is ook dat als gevolg van een heel negatieve ervaring een slinger aan het stelsel is gegeven die op een aantal punten te ver is doorgeschoten en dat het noodzakelijk is weer wat meer naar het midden te balanceren.’

Hebben corporaties de afgelopen jaren volgens u een stukje van hun vertrouwen teruggewonnen?

‘Ik ben geneigd om te zeggen: ja, een stúkje. Ik denk nog niet dat dat over de hele linie het geval is, maar ik denk dat corporaties de lessen heel goed hebben geleerd. Al het vertrouwen terugwinnen: daarvoor is vijf jaar te kort.’

Wat zijn de belangrijkste verbeterpunten?

‘De rode draad in onze evaluatie is een pleidooi voor iets meer ontspanning, professionaliteit en vertrouwen. Daar is de hele samenleving bij gebaat. Er is te veel kramp in de sector geslopen; bij de corporaties zelf in de eerste plaats en bij de toezichthouder. De aanbevelingen hebben vooral betrekking op: hoe komen we daarvan af.’

Foto: Phil Nijhuis

LIESBETH SPIES (1966)

is lid van het CDA. Zij is burgemeester van Alphen aan den Rijn sinds december 2014. Zij was in 2014 waarnemend burgemeester van Stichtse Vecht. Daarvoor was zij van 2011 tot 2012 minister van BZK. In 2011 was zij gedeputeerde van Zuid-Holland en lid provinciale staten Zuid-Holland. Van 2002 tot 2010 was Spies lid van de Tweede Kamer.

Wat bedoelt u met professionaliteit?

‘Dat je corporaties bijvoorbeeld de ruimte gunt om te investeren in leefbaarheid. Er wordt op dat gebied lang niet gedaan wat wettelijk mogelijk is. Dit komt mede omdat eindeloos wordt getoetst wat wel en niet mag. Dat gaat heel ver: van buurtbarbecues en kerstbomen tot een gemeenschappelijke ruimte in een probleemwijk waar jongeren kunnen knutselen aan brommers. Op dit gebied meer op de afwegingsruimte en kennis van corporaties vertrouwen: dat versta ik onder professionaliteit.’

Hoe zit dat bij de corporaties in Alphen aan den Rijn?

‘We hebben er hier twee: Woonforte en Habeko. Met beide hebben we uitstekende ervaringen. Woonforte investeert fors mee, ook als maatschappelijk partner op het gebied van leefbaarheid en zorg en veiligheid. Maar ze mopperen ook, zeker waar het bijvoorbeeld gaat om het verduurzamen en het zogenoemde gespikkeld bezit en het woonlastenprincipe. Ze vinden dat ze te weinig ruimte hebben om hun woningen te verduurzamen. Dat begrijp ik.’

Als ik kijk naar de aanbevelingen van de commissie dan zie ik de nodige beweging: de markttoets voor middenhuurwoningen die op de helling gaat, de flexibele inkomensgrenzen: is dat nog niet voldoende?

‘Nee, dat is nog niet genoeg. Dit zijn allemaal knoppen, ik zou toch hopen dat er inmiddels daadwerkelijk ook aan die knoppen gedraaid wordt. Dat zien we nog onvoldoende, zowel rondom de middenhuur als rond bijvoorbeeld senioren die als ze hun huis verkopen wel over voldoende financiële middelen beschikken, maar op basis van hun inkomen niet in aanmerking komen voor een huurwoning. Die mensen zijn best bereid iets meer huur te betalen. Zo kun je een deel van de oververhitte woningmarkt iets laten afkoelen. Dat zijn voornemens die liever gisteren dan vandaag werkelijkheid moeten worden.’ 

In hoeverre vragen maatschappelijke ontwikkelingen als de ontmanteling van de intramurale GGZ en verzorgingshuizen en het gebrek aan middenhuurwoningen om aanpassing van de wet?

‘Gemeenten en corporaties moeten zich daartoe verhouden, ofwel omdat het takenpakket anders wordt ofwel omdat de omstandigheden waaronder je je werk doet fundamenteel aan het veranderen zijn. Maar of dat nu allemaal samenhangt met de wet: de woningen die nu worden opgeleverd, daarvoor zijn vijf tot tien jaar geleden de bestemmingsplannen gewijzigd. De wet moet meer experimenteerruimte bieden om beter in te kunnen spelen op maatschappelijke ontwikkelingen.’

Liesbeth Spies: ‘De rode draad in onze evaluatie van de Woningwet is een pleidooi voor iets meer ontspanning, professionaliteit en vertrouwen’

Het leidt in ieder geval tot meer werk voor corporaties...

‘Er is zeker meer werk voor corporaties, in het middensegment, maar ook bij de huisvesting van steeds meer bijzondere doelgroepen. Als je niet uitkijkt hebben we straks alleen nog maar bijzondere doelgroepen. In Amsterdam en Den Haag geven ze leraren uit het basisonderwijs al voorrang bij de toewijzing van een woning. Ik zie het hier ook in mijn positie als burgemeester. En als voorzitter van het aanjaagteam Verwarde Personen binnen de VNG. Op heel veel onderdelen van mijn werk kom ik er steeds meer achter dat je als samenleving niet zonder corporaties kunt.’

Dus?

‘Moeten we meer vertrouwen op de professionaliteit en het lokale maatwerk. Groningen is echt anders dan Alphen aan den Rijn. Ik weet nog dat ik als minister in de krimpgebieden kwam en men mij vertelde dat we nu heel veel sociale woningbouw aan ons voorbij zagen trekken; ik zag twee-onder-een-kappers met een oprijlaan! Met mijn westerse blik hield ik niet voor mogelijk dat dit corporatiewoningen waren.’

‘De woningmarkt is op bepaalde plekken gruwelijk overspannen, op andere plekken weer helemaal niet. Dat vraagt om maatwerk; je moet niet heel Nederland in hetzelfde confectiepak willen hijsen. Dat doen we in de koopsector ook niet.’

Moet de wet op de schop?

‘Nee, absoluut niet. De basis van de wet deugt, maar de uitwerking kent een aantal elementen die gewoon geen recht doen en aan datgene wat er soms mogelijk en nodig is. Wij hebben gezegd: als je het nu nog niet in de wet mogelijk wilt maken, kom dan met een experimenteerartikel of een hardheidsclausule. Dan kun je als minister zelf de vinger aan de knop houden. Geef meer ruimte aan de lokale driehoeken, zoek meer die dialoog.’

WAT WIL AEDES ANDERS AAN DE WONINGWET?

De Woningwet uit 2015 moet helpen zodat mensen goed én betaalbaar kunnen wonen, overal in Nederland. Lokale afspraken over woonbeleid kunnen daarbij het verschil maken. Woningcorporaties, gemeenten en huurders geven aan te weinig ruimte voor lokaal maatwerk te hebben, de Woningwet bevat te veel landelijke regels. Aedes pleit daarom voor veranderingen in de Woningwet:

- Geef gemeenten meer mogelijkheden voor lokaal woonbeleid. Want er is in Nederland niet één woningmarkt. De ene plek vraag om andere oplossingen dan de andere.

- Laat gemeente, huurdersorganisaties en corporaties lokaal samen bepalen of bouwen van middeldure huurwoningen kerntaak is voor corporaties. In gespannen woningmarkten is daar grote behoefte aan.

- Laat de inkomensgrens bij toewijzing niet alleen beter aansluiten bij de lokale woningmarkt, maar ook bij de grootte van het huishouden. De huidige inkomensgrens is voor meerpersoonshuishoudens te laag.

Meer weten? Ga naar het dossier Woningwet op Aedes.nl.

‘Daarin is ook een rol weggelegd voor de corporaties zelf. Die moeten hun volwassenheid af en toe opeisen. Sommige corporaties zijn wel heel erg naar de letter van de wet gaan leven en durven weinig meer na te denken over: wat willen we en wat kunnen we? Ze gaan zelfs het gesprek met de toezichthouder en hun interne toezichthouder niet meer aan. Dat is niet goed. Het moet natuurlijk af en toe wel schuren. Wat je wilt is af en toe een iets meer creatieve of ondernemende geest. Maar dat is in corporatieland nog steeds heel erg eng en spannend, hebben wij gemerkt.’

‘Het moet natuurlijk af en toe wel schuren’

‘Ondernemerschap in de sector ligt ook in politiek-Den Haag nog steeds erg gevoelig. Dat merk je ook aan de reactie van de minister; die is erg terughoudend. Heel pregnant zie je dat op het gebied van duurzaamheid. Corporaties mogen op geen enkele manier risico’s lopen voor investeringen van particuliere woningbezitters op het gebied van duurzaamheid die zij op de een of andere manier zouden willen voorfinancieren. Daar gaat de deur nog steeds stevig voor dicht.’

Terwijl corporaties zo’n belangrijke positie hebben in het Klimaatakkoord.

‘Precies! Dan denk ik ook: heb dan het lef om te kiezen. Als je de corporaties op pole position wilt, maak je het wel heel erg lastig als je niet voor de woonlastenbenadering durft te kiezen als je bijvoorbeeld rondom gespikkeld bezit zo streng bent. Dan creëer je geen vliegwieleffect.’

Hoe schat u de politieke haalbaarheid van de aanbevelingen in?

‘Er is een Kamermeerderheid voor de aanbevelingen van de commissie; die stelling durf ik wel aan. Die loopt alleen niet op alle punten langs de grens coalitie-oppositie. De vraag is dan hoeveel ruimte de coalitie elkaar gunt.’

tekst: jan smit