Volgend artikel

Goedemorgen

Mardjan Seighali

Commissaris bij de Alliantie

3 minuten leestijd

Erop toezien dat de woningcorporatie een goede koers vaart en het bedrijf gezond houdt. Daar is de commissaris verantwoordelijk voor. Seighali: ‘Nederland heeft mij veel gegeven. Ik draag graag bij aan de kwaliteit van leven en de leefomgeving van mensen.’

Erop toezien dat de woningcorporatie een goede koers vaart en het bedrijf gezond houdt. Daar is de commissaris verantwoordelijk voor. Seighali: ‘Nederland heeft mij veel gegeven. Ik draag graag bij aan de kwaliteit van leven en de leefomgeving van mensen.’

Als we aanbellen staan de hardloopschoenen van Mardjan Seighali bij de voordeur te drogen. ‘Hardlopen, daar ben ik aan verslaafd’, vertelt ze terwijl ze koffie maakt. We beginnen het gesprek met een rondje door de tuin.

De kersenboom naast het huis staat bij het raam van de woonkamer: ‘In Iran, waar ik en mijn gezin als vluchtelingen vandaan komen, staat de kersenboom symbool voor de liefde. Als je vlucht laat je veel achter. Dan is het belangrijk om weer een thuisgevoel voor jezelf te creëren.’

‘Je krijgt een sleutel, je wordt binnengelaten en je bent zo dankbaar: dat gun je toch iedereen’

Commissaris zijn bij een woningcorporatie stond al langer op haar verlanglijstje. Omdat huisvesting de basis is van ieders leven. Haar eerste huis in Nederland stond in Almere Muziekwijk en was van een woningcorporatie, realiseert Seighali zich terwijl we erover praten. ‘Je krijgt een sleutel, je wordt binnengelaten en je bent zo dankbaar. Dat gun je toch iedereen.’

Seighali ziet het Nederlandse systeem van volkshuisvesting als een zegening. Dat is iets om trots op te zijn en goed voor te zorgen. Ons welzijn en onze welvaart vindt ze niet vanzelfsprekend. ‘We moeten niet lui worden. Het verwaarlozen. Als je zelf niets hebt, kun je ook niet geven. Een van mijn principes is om altijd ook oog te hebben voor de welvaart van mijn medeburger.’

Van de mensen
Als commissaris bij de Alliantie vindt ze zichzelf niet van de stenen maar van de mensen. ‘Vandaar dat ik nu in de vastgoedcommissie van de RvC zit’, zegt ze lachend. Daar heeft ze wel echt een andere invalshoek te brengen, merkt ze. Seighali vindt de waarde van de stenen dat ze iets betekenen voor mensen. Die manier van kijken geeft tegenwicht aan denken in termen van geld en stenen. Samen zorgen die invalshoeken voor betere beslissingen.

Seighali wil vooral op een positieve, vertrouwen gevende manier toezicht houden. ‘Bij de corporatie werken heel veel bekwame en gemotiveerde mensen. En ben me er van bewust dat ik op enige afstand sta. Papier is geduldig.’ Voor feeling met de praktijk gaat ze bewust de organisatie in en op werkbezoek.

Foto: Jeroen van Kooten

MARDJAN SEIGHALI (55)

Commissaris bij: de Alliantie sinds december 2018 (RvC bestaat uit drie mannen en drie vrouwen)

Studie: Maatschappelijk werk & Dienstverlening aan de Hogeschool van Amsterdam. Daarna heeft ze diverse post-hbo-opleidingen gevolgd, waaronder general management.

Werk: directeur-bestuurder Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF, fondsenwervende organisatie voor gevluchte studenten en professionals Voor haar werk ontving zij dit jaar de Comeniusprijs.

Woont in: Almere

Reist: voor het werk met auto, voor de rest altijd met de fiets

Nevenactiviteiten: onder andere lid van de raad van advies van het College voor de Rechten van de Mens.

Vol enthousiasme vertelt ze over Hart van Vathorst waar ze een week eerder was. Een centrum in een Amersfoortse wijk met een kerk, een kinderdagverblijf en twee zorgcentra in één gebouw waarvan de Alliantie de verhuurder is. ‘Ik dacht hier zou ik wel willen wonen als ik oud ben en niet meer zelfstandig kan wonen.’

Maatschappelijke waarde
De huidige wetgeving voor woningcorporaties gaat alleen maar over wonen, wonen, wonen. Seighali vindt dat die regels een bureaucratische molen dreigen te worden waarin we de persoonlijke aandacht voor mensen uit het oog verliezen. Niet iedereen kan zonder hulp wonen. ‘De kunst is om vanuit de woningcorporatie die maatschappelijke waarde toch mogelijk te maken zonder zelf in het zorgdomein terecht te komen.’ In Amersfoort vindt ze dat gelukt.

In het dagelijks leven is ze directeur-bestuurder van het UAF, een stichting die zich inzet voor gevluchte studenten en professionals die zich hier verder willen ontwikkelen. Toen zij zelf als 26-jarige vluchteling in Nederland aankwam, kon zij dank zij een beurs van UAF gaan studeren.

‘Maar we hadden wel twee jonge kinderen. Dus ben ik naar mijn buurvrouw gestapt van een paar huizen verder op met ook twee kinderen. Ik heb haar voorgesteld om in deeltijd elkaars kinderen op te vangen en daar afspraken over te maken. Zo hebben we elkaar kunnen helpen zonder betaalde kinderopvang. Het gaat erom wie je bent en wat je voor elkaar kunt betekenen. Zo kun je op een kleine manier van betekenis zijn. Los van je culturele achtergrond.’

Ze wil graag anderen inspireren tot vergelijkbaar gedrag. Want ze vindt segregatie in Nederland een serieus probleem. Iedereen leeft voor zichzelf. ‘Toch geloof ik erg in ons menselijke oplossingsvermogen. Zorgen maak ik me daarom niet heel gauw.’ 

tekst: margriet pflug