Volgend artikel

Opinie

‘Den Haag, kijk naar de lokale kracht van de corporatie’

Wiepke van Erp Taalman Kip, directeur-bestuurder Woonpalet

3 minuten leestijd

Den Haag begrijpt niet wat corporaties lokaal doen, denkt Wiepke van Erp Taalman Kip. Een pleidooi uit het hart voor meer ruimte voor lokaal woonbeleid. 

Kranten kopten recentelijk weer: ‘Meer overlastincidenten door verwarde mensen’. Veel van onze huurders ervaren dat dagelijks. Zij hebben last van bijvoorbeeld GGZ-cliënten die zich extramuraal moeten zien te redden, of van getraumatiseerde statushouders. Beide groepen krijgen veelal minder begeleiding dan ze eigenlijk nodig hebben.

Sinds de decentralisatie van het sociaal domein moet de gemeente de begeleiding van al deze groepen in goede banen leiden. Veel gemeenten worstelen ermee. In de praktijk zijn woningcorporaties vaak de eerste organisaties die signalen opvangen, via zorgen of klachten van huurders.

Deur niet open
Neem een appartementencomplex bij ons in Zeewolde, 28 woningen, drie woonlagen. Er wonen nog steeds bewoners van het eerste uur. Maar de laatste jaren kwam er veel nieuwe instroom en de signalen dat het niet goed gaat, nemen toe.

‘Waar moet je beginnen om hier weer rust te creëren?’

Het gaat over jongeren die herrie maken en andere bewoners (onbewust) intimideren, over drugsgerelateerde overlast, over een bewoonster die regelmatig alles bij elkaar gilt om 5 uur ’s morgens. De hulpverlener van de GGZ komt in beginsel elke twee weken bij haar, belt aan, maar vaak doet ze niet open, dus dan gaat hij weer. Hij moet een nieuwe afspraak maken en afwachten of ze dán open doet. Maar ja, hulpverlening is vrijwillig, dus je doet hier weinig aan…

De bewoners in dit complex voelen zich ondertussen steeds minder prettig en zo ook de mensen in koopwoningen erom heen. Waar moet je beginnen om hier weer rust te creëren?

Grip krijgen niet altijd makkelijk
Woonpalet heeft eerst alle bewoners een brief gestuurd met het signaal dat we veel klachten krijgen, dat er al lang onrust heerst, en dat we er nu goed in gaan duiken. Daarbij hebben we alle bewoners opgeroepen om overlast te blijven melden omdat dit nodig is voor dossieropbouw als onderlegger voor eventuele juridische stappen.

Daarna zijn we met alle klagers én benoemde overlastgevers gaan praten: bij sommigen gingen we thuis langs, anderen hebben we uitgenodigd op kantoor. Zo hebben we de problemen proberen te doorgronden, verschillende brandhaarden van overlast getraceerd en op elke brandhaard (hopelijk) passende acties ontplooid. Daarbij zit natuurlijk ook gewoon veel bemiddeling.

Illustratie: Han Hoogerbrugge

We communiceren heel helder de mogelijke consequenties: eerst een waarschuwing en afspraken maken in een gesprek, als dat niet leidt tot ander gedrag volgt een gedragsaanwijzing door ons (of door de rechter), en als dat ook niet helpt volgt huisuitzetting.

Daarna hebben we ‒ uiteraard zonder namen te noemen ‒ teruggekoppeld aan alle bewoners dat we allerlei gesprekken hebben gevoerd, toezeggingen rond gedragsverandering hebben gekregen en bezig zijn met ‘juridische stappen’ in de richting van enkele bewoners. Daarbij weer de oproep om overlast te blijven melden en indien nodig de politie te blijven bellen. (Politierapporten zijn belangrijk bij juridische stappen).

Zwart-wit is het allemaal niet. Zo zijn er bewoners die zich vooral slachtoffer voelen van het gedrag van anderen, terwijl er ‒ soms uit heel andere hoek ‒ over hen óók klachten zijn.

Resultaten tot nu toe
Alleen al deze serieuze aandacht zorgt voor rust. Dat horen we van veel bewoners. Dat wij goed bereikbaar zijn voor betrokken bewoners, ook buiten kantooruren, helpt daarbij (verschillende huurders hebben mijn 06-nummer, niemand maakt daarvan misbruik). Een aantal overlastgevers vertoont inmiddels ander gedrag ‒ hopelijk blijft dat zo ‒ en tegen twee bewoners zijn we een juridische procedure gestart tot huisuitzetting.

Soms kan het makkelijker: bijvoorbeeld iemand die niet kwaadwillend is maar vanwege (gediagnosticeerde!) psychische klachten rust nodig heeft, konden we elders huisvesten. Een rustiger plekje op een bovenste verdieping.

Geef ruimte voor lokaal beleid
Dit is maar één voorbeeld van onze toegevoegde lokale waarde als sector, er zijn er veel meer. Hoe fijn zou het zijn als politiek-Den Haag dat ook begrijpt. Maar de rijksoverheid lijkt geen idee te hebben van wat er speelt in onze wijken en hoe verlammend het bijvoorbeeld is dat hulpverlening niet afdwingbaar is.

Of neem het wetsvoorstel Huur en Inkomensgrenzen waarmee Den Haag corporaties wil dwingen om middeninkomens flinke huurverhogingen op te leggen. Die jaag je de sector uit, terwijl ze op veel plekken in het land juist zorgen voor evenwicht in onze wijken en segregatie voorkómen. Dus alsjeblieft Den Haag, laat ons dit soort zaken zelf bepalen, eventueel samen met de gemeente. Ontdek eens wat er lokaal écht gebeurt en geef ons meer ruimte voor lokaal woonbeleid.