Volgend artikel
Aedes-Magazine editie 3-2020

Interview

HARRIËT TIEMENS

‘Gemeenten en corporaties kunnen niet zonder elkaar’

6 minuten leestijd

De verhuurderheffing is een te zware belasting voor corporaties, zegt Harriët Tiemens, voorzitter van de Fysieke Pijler van het stedennetwerk G40 én wethouder in Nijmegen. Gemeenten hebben last van de financiële tekorten bij corporaties. Investeringsafspraken komen moeilijk tot stand. Toekomstbestendige stedelijke gebiedsontwikkeling vraagt echter meer dan alleen voldoende geld. ‘We hebben een hogere organisatiegraad nodig’. 

Gemeenten en woningcorporaties hebben elkaar nodig. Zeker als het gaat om het gezamenlijk aanpakken van de forse maatschappelijke opgaven in de steden. Logisch dat ook de G40 bezorgd en boos is over het financiële tekort bij corporaties, zegt Harriët Tiemens.

Ze is voorzitter van de Fysieke Pijler van dit netwerk van 40 (middel)grote steden, lid van de VNG-commissie Ruimte, Wonen én wethouder in Nijmegen. In die stad is ze onder meer verantwoordelijk voor duurzaamheid, wonen en mobiliteit. De uitkomsten van het voor de zomer gepubliceerde rapport Opgaven en Middelen in de corporatiesector verrasten haar niet.

Dit onderzoek van Aedes en maar liefst drie ministeries – BZK, EZ en Financiën – toont overduidelijk aan dat corporaties tot 2035 zo’n 30 miljard euro tekortkomen om voldoende huurwoningen te bouwen, te verbeteren en te verduurzamen. ‘Het bevestigt wat de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en Aedes al langer aanvoeren in de gezamenlijke strijd tegen de verhuurderheffing’, zegt ze. 

Totaal scheef
‘Die heffing is een heel zware belasting voor corporaties.’ Dat bleek ook al uit de gezamenlijke evaluatie van de verhuurderheffing die de VNG, Aedes en de Woonbond dit voorjaar publiceerden, vervolgt ze. ‘Om die uitkomst kon eigenlijk ook al niemand heen. Sociale verhuurders blijken veel meer belasting te betalen dan winst gedreven commerciële verhuurders. Terwijl corporaties de meest kwetsbare mensen in de samenleving moeten huisvesten. Dat is totaal scheef.’ 

‘De G40 is bezorgd en boos over het financiële tekort bij corporaties’ 

De oplossing ligt volgens haar voor de hand. ‘De verhuurderheffing afschaffen. Liefst nog door dit kabinet. Maar ik vrees dat het op het bordje van het volgende kabinet terechtkomt.’ Over een punt is Tiemens tevreden: ‘Het is goed dat gemeenten en corporaties samen zijn opgetrokken om het rijk te overtuigen.’ 

Hoe kijkt u naar de inhoudelijke samenwerking tussen gemeenten en corporaties? Weten de lokale partners elkaar altijd goed te vinden?

‘Zeker bij actuele issues gaat dat heel goed. Dat zag ik weer in de eerste weken van de coronacrisis. Gemeenten en corporaties waren het er al snel over eens dat in coronatijd niemand vanwege huurschulden uit huis wordt gezet. Dat ging ook in Nijmegen zo.’

‘Een aantal jaren geleden was er opeens een enorme toename van vluchtelingen. We slaagden er samen in om toen in korte tijd veel asielzoekers met een verblijfsvergunning te huisvesten. Ook bij het maken van de jaarlijkse prestatieafspraken weten gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties elkaar steeds beter te vinden. Dat proces gaat in de meeste steden vrij vanzelfsprekend en in goed vertrouwen. Een positieve ontwikkeling vind ik dat er steeds vaker meerjarige prestatieafspraken worden gemaakt. In Nijmegen doen we dat nu bijvoorbeeld voor vier jaar.’

‘Voor stedelijke gebiedsontwikkeling zijn echter vooral langjarige afspraken van belang, van wel tien tot twintig jaar. En daarover ben ik minder positief. De dreigende enorme financiële tekorten bij de corporaties spelen daarbij zeker een rol. Daardoor is het voor corporaties moeilijk om investeringsafspraken te maken voor de lange termijn.’

Foto: Bart van Dieken

HARRIËT TIEMENS

is lid van GroenLinks. Zij is sinds mei 2014 wethouder in Nijmegen en tevens de eerste locoburgemeester. Zij is lid van de VNG-commissie Ruimte, Wonen en Mobiliteit en voorzitter van de Fysieke Pijler van het stedennetwerk G40.  Bekijk ook de korte video met Harriët Tiemens

‘En dat wringt bij de gezamenlijke aanpak van grote opgaven zoals de energietransitie en de woningcrisis. Maar het is niet alleen een financiële kwestie. Voor de grote opgaven hebben we een andere vorm van samenwerking nodig. Met een hogere organisatiegraad.’

Een hogere organisatiegraad? Legt u dat eens uit.

‘Neem de energietransitie. Gemeenten hebben in het Klimaatakkoord de regierol gekregen voor het aardgasvrij maken van de wijken. Wij moeten in warmtevisies aangeven hoe en in welke volgorde wijken van het aardgas worden losgekoppeld. Corporaties hebben in de Startmotor afspraken gemaakt om woningen versneld van het aardgas af te krijgen.’

‘Om tot een effectieve planning te komen is het belangrijk om die overstap af te stemmen op de meerjarenplannen en investeringscapaciteit voor groot onderhoud en renovatie. Als er bijvoorbeeld meerdere corporaties actief zijn in een wijk die geschikt is voor een warmtenet is het natuurlijk slim als ze samen werken. Dan kunnen we de wijk in één keer aansluiten.’

‘Ik zie dat corporaties daar nog moeite mee hebben. Ze zijn niet gewend om op die manier samen naar hun vastgoed te kijken en om investeringsagenda’s op elkaar af te stemmen. Zeker niet als het gaat over trajecten van tien jaar of nog langer. Dat vraagt om een andere vorm van samenwerken. Niet alleen op uitvoerend niveau, maar ook bestuurlijk en met hun huurdersorganisaties en interne toezichthouders.’

‘Langjarige samenwerking is niet alleen van belang voor de energietransitie. Het is nodig voor alle grote opgaven. Ook voor de nieuwbouwplannen en de aanpak van leefbaarheidsproblemen. Daarbij gaat het niet alleen om de onderlinge samenwerking tussen corporaties of de samenwerking tussen corporaties en gemeenten. We hebben ook private partijen, zoals beleggers en bouwers nodig.’

‘Sociale verhuurders betalen veel meer belasting dan commerciële verhuurders; dat is totaal scheef’

‘Die hogere organisatiegraad is echt noodzakelijk voor een toekomstbestendige stedelijke gebiedsontwikkeling. Als we met meerdere partijen langjarige, bredere afspraken maken, kunnen we de grote maatschappelijke opgaven integraal en versneld aanpakken.’ 

Zijn we nog ver verwijderd van zo’n ideale stedelijke gebiedsontwikkeling?

Ze lacht. ‘Het is mijn droom. Maar gelukkig zie ik de contouren daarvan al in verschillende projecten in het land voorbijkomen. Het sluit ook aan bij de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), het nieuwe beleidskader voor het fysieke domein. Dat is de eerste visie vanuit het gedachtegoed van de toekomstige Omgevingswet.’

‘De Woondeals lopen daar al op vooruit. Afgelopen maart ondertekenden wij de Woondeal Arnhem-Nijmegen, de zesde in het land. In regio’s waar een forse woningbouwopgave ligt – en Nijmegen staat op plek drie als het gaat om woningtekorten – bundelen landelijke overheid, gemeenten, private partijen en corporaties hun krachten.’

‘Om de woonopgaven in de steden echt toekomstbestendig te realiseren, moeten we kijken naar de samenhang tussen nieuwbouwplannen en bijvoorbeeld duurzaamheid. Dat gaat niet alleen over de energietransitie, ook over klimaatadaptatie en versterking van biodiversiteit in de stad. Het gaat ook over mobiliteit en vervoersvraagstukken. Dat hebben we wel geleerd van de Vinex-wijken. Met het bouwen daarvan creëerden we tegelijkertijd filevorming. Dat willen we natuurlijk niet meer. Door een hogere organisatiegraad kunnen we veel meer verbindingen leggen en ook meer voor elkaar krijgen.’

Foto: Bart van Dieken

‘Op die manier kunnen we anticyclisch doorwerken. In eerdere recessies hebben corporaties al laten zien dat ze daar goed in zijn. Die potentie hebben ze nog steeds. Maar zoals gezegd: dan moeten ze wel meer ruimte krijgen. Het is dus essentieel dat ze opbrengsten van de verhuurderheffing kunnen benutten om de nieuwbouw aan te jagen.’

‘Niet alleen voor sociale huurwoningen, ook voor middeninkomens. Verder zijn er nog duizend-en-een andere zaken die aandacht vragen: Hoe geven we de publiek-private samenwerking organisatorisch en financieel vorm? Hoe zit het met de aanbesteding? Hoe zorgen we er voor dat alle partijen ook echt uitvoeren wat we samen afspreken? Dat vraagt om nieuwe instrumenten en methoden. En vooral om een cultuur waarin we gezamenlijk problemen willen oplossen.’  

In de zomer hebben we in veel wijken oplopende spanningen gezien. Wat kunnen gemeenten daaraan doen? Wat verwachten ze bij de aanpak van leefbaarheidsproblemen van de corporaties?

‘We vinden het natuurlijk allemaal erg vervelend dat de meest recente Woningwet de mogelijkheden voor corporaties ook op dit gebied heeft beknot. En het passend toewijzen heeft het er niet beter op gemaakt.’

‘Gemeenten en corporaties zijn het er dan ook over eens dat er meer ruimte moet komen om middeninkomens te huisvesten. Zodat we kunnen werken aan gemengde wijken, waardoor er ook meer veerkracht ontstaat om kwetsbare bewoners de juiste hulp te bieden.’

‘Hoe zorgen we er voor dat alle partijen ook echt uitvoeren wat we samen afspreken?’ 

‘De rellen van afgelopen zomer laten volgens mij zien hoe belangrijk de sociale structuur van een wijk is. Ook op dat gebied geloof ik erg in integrale, langjarige afspraken van meerdere partijen. In de Woondeal Arnhem-Nijmegen is aandacht voor leefbaarheid en nemen we dus ook sociale aspecten mee. Zoals werk, inkomen, onderwijs.’

Aedes liet onderzoeken hoe het staat met de ondersteuning van kwetsbare bewoners in corporatiewijken. Het blijkt dat zij bijvoorbeeld te laat of te weinig hulp krijgen van de gemeentelijke sociale wijkteams of vanuit de Wmo. Het vroege signaleren van problemen, de ‘waakvlamfunctie’ moet weer terugkomen in de wijken. Hoe ziet u dat?

‘Ik vind dat wij in steden met onze partners in de wijken wel degelijk werken aan een stevig signaleringsnetwerk. Dat kunnen we ook alleen met elkaar: gemeenten, corporaties, zorg- en welzijnsorganisaties, politie, onderwijs.’

‘Vooral corporatiemedewerkers, zoals wijkbeheerders, vervullen daarin een belangrijke rol. Zij kennen veel huurders, komen bij de mensen thuis, zien en horen wat er gebeurt. En de meeste gemeenten hebben allerlei ondersteunende voorzieningen voor kwetsbare mensen, zoals inloopplekken en bemoeizorg.’

‘Maar ondertussen hebben we nog steeds te maken met de naweeën van de decentralisaties in het sociale domein. De transitie, dus de overgang van de taken naar de gemeenten is afgerond. Aan een echte transformatie, dat wil zeggen verbetering, zijn we echter nog te weinig toegekomen. Daarbij spelen ook financiële knelpunten een rol.’

‘Vergeet niet dat gemeenten ook een soort verhuurderheffing kennen in de vorm van de opschalingskorting. Het Rijk heeft eind augustus gelukkig laten weten dat ze deze korting in ieder geval voor de komende twee jaar bevriest. Dat is een eerste stap. Maar wat ons betreft, is afschaffing de volgende. En ik denk eigenlijk wel dat corporaties ons daarbij steunen.’ 

Tekst: marjon van weersch