Volgend artikel
Aedes-Magazine editie 2-2020

Interview

PAULUS JANSEN

‘Blijf roepen waar je echt voor staat’

8 minuten leestijd

Paulus Jansen, directeur van de Woonbond, is begin juni met pensioen gegaan. Volkshuisvesting vormde een rode draad in de carrière van deze voormalige SP-parlementariër en -wethouder. Wat voor gevolgen heeft de coronacrisis volgens hem voor de woningmarkt? En, hoe kijkt hij nu naar de corporaties en de samenwerking met Aedes? Een afscheidsinterview.

Stevige gesprekken zijn er nog steeds. Maar verder is de relatie tussen Aedes en de Woonbond beter dan ooit. Het Sociaal Huurakkoord, waarin betaalbaarheid met stip op één staat, en – meer recent – het gezamenlijke pleidooi voor een bouwimpuls, leveren hiervan het bewijs.

De grotere rol die de Woningwet huurdersorganisaties toebedeelt, heeft zeker bijgedragen aan deze goede band. Maar dat geldt ook voor de constructieve houding van de roergangers – namens Aedes eerst Marnix Norder, nu waarnemend voorzitter Tonny van de Ven, Paulus Jansen namens de Woonbond.

Luis in de pels
Dat is wel eens anders geweest. Als Tweede Kamerlid namens de SP was Jansen de luis in de pels van de corporaties. Veel van wat er destijds misging in de sector stelde hij in het parlement als eerste aan de orde.

In juni is Jansen met pensioen gegaan. Vrij verrassend, vooral voor hemzelf. Toen hij in 2018 bij de landelijke huurdersbelangenvereniging begon had hij ‘niet per se’ de behoefte om op zijn pensioenleeftijd te stoppen. Maar mede omdat hij in- en extern bij de Woonbond het een en ander heeft veranderd, voelt dit voor hem toch wel als een natuurlijk moment. Niet in de laatste plaats omdat gezondheidsklachten hem een paar jaar geleden hebben herinnerd aan zijn eigen sterfelijkheid.

Een goed moment voor een afscheidsinterview. Over het nu, het verleden en de toekomst van de sociale woningbouw. En de rol van de corporaties in het bijzonder.

Foto: Jeroen van kooten

Paulus Jansen

was directeur van de Woonbond van 2018 tot mei 2020. Opgeleid tot bouwkundig ingenieur begon hij zijn loopbaan in de bouwwereld. Hij was vanaf 2006 jaren lang SP-Tweede Kamerlid waar hij zich onder andere bezighield met thema’s bouwen, wonen, energie en duurzaamheid. Van 2014 tot 2018 was hij wethouder in de gemeente Utrecht. Jansen is in mei 2020 met pensioen gegaan.

Zeno Winkels is hem opgevolgd als directeur van de Woonbond.

Wat voor gevolgen heeft de coronacrisis volgens u voor de woningmarkt?

‘Ik denk dat er zowel in de huur- als in de koopsector wel een aantal drama’s aankomen van mensen die een enorme inkomensval doormaken en daardoor in de problemen komen. Als dit ertoe leidt dat je je huur of hypotheek niet meer kunt betalen, heb je een probleem.’

‘Vandaar dat wij al in maart een brandbrief hebben gestuurd aan – toen nog – minister Van Veldhoven met daarin op één: zorg voor inkomensreparatie. Dat heeft niets met de woningmarkt te maken, maar is eigenlijk nummer één met stip, ook voor ons. Verder hebben we onder meer gezegd: er moet een verbod komen op huisuitzettingen en tijdelijke huurcontracten moeten worden verlengd.’

‘Op de langere termijn dreigt een economische crisis. Zo’n crisis zorgt altijd voor vraaguitval in de koopsector. Er zijn mensen die hun huis moeten verkopen omdat ze net een huis hebben gekocht dat ze nu niet meer kunnen betalen. Dan kunnen ze kiezen tussen de onbetaalbare vrije-sectorhuur of sociale huur met wachtrijen van hier tot Tokio. Dan wordt de huidige wooncrisis, die vooral structurele oorzaken heeft, door een conjuncturele klap verhevigd.’

‘Corporaties zijn de afgelopen tien jaar behoorlijk uitgebeend. De verhuurderheffing, de vennootschapsbelasting, nu nog de ATAD-belasting eroverheen: dan heb je geen centen meer om nieuwe huizen te kunnen bouwen’

‘In het verleden was het zo dat corporaties dan een goede rol hadden om tegen de economische trend in extra te bouwen. Dat was goed voor de bouw en voor de betaalbaarheid van nieuwe woningen. Dan moet er natuurlijk wel geld zijn.’

‘Maar corporaties zijn de afgelopen tien jaar behoorlijk uitgebeend. De verhuurderheffing, de vennootschapsbelasting, nu nog de ATAD-belasting eroverheen: dan heb je geen centen meer om nieuwe huizen te kunnen bouwen.’

‘Eigenlijk komt de crisis ongelegen, want ik denk dat het tij aan het keren was. Zo’n driekwart van de Kamer was ervoor de verhuurderheffing af te schaffen of om te zetten in een investeringsregeling. Totdat corona zich aandiende. Wat dat gaat betekenen voor de woningmarkt is onduidelijk. Er bestaat een neiging om te zeggen: we hebben nu wel wat anders aan ons hoofd. Dat is niet slim.’

U pleitte onlangs samen met Aedes nog voor een wooninvesteringsfonds. Is dat hét instrument om de pijn te verzachten?

‘Zeker. Zo’n investeringsfonds zou ook de solidariteit tussen de corporaties kunnen bevorderen. Dat vind ik toch een wat minder punt van de sector. Je hebt rijke corporaties met een relatief kleine opgave en arme met een heel grote. Ik vind het bijvoorbeeld nog steeds moeilijk te verteren dat de huurders van Vestia met slechte huizen nog steeds de hoofdprijs betalen voor de shit uit het verleden, terwijl zij part noch deel hebben gehad aan die problemen.’

‘Vestia heeft grote moeite om zich aan het Sociaal Huurakkoord te houden, om de simpele reden dat het water ze aan de lippen staat. Je zou dat fonds kunnen gebruiken door te zeggen: iedereen kan eraan meedoen, maar bij het honoreren van aanvragen weegt ook de maatschappelijke urgentie mee. Daardoor kun je een beetje vereffenen.’

Foto: Jeroen van kooten

Het Sociaal Huurakkoord biedt ook mogelijkheden voor huurbevriezing en – verlaging in bijzondere gevallen. Is de coronacrisis zo’n geval?

‘Absoluut. Ik denk dat die regeling nu heel goed van pas komt. Wat dat betreft hebben we net op tijd de afspraken met Aedes verder ingevuld. Dit was wel één van de pijnpunten.’

‘We zaten vorig jaar met de veranderde huurtoeslagregeling. De inkomensgrenzen zijn vloeibaar geworden. Daarmee moesten de afspraken worden aangepast. Daar hebben we een maand of zes over zitten steggelen, maar het resultaat is duidelijk. Met de aangepaste regeling kun je redelijk goed vaststellen of iemand recht heeft op huurbevriezing of -korting of niet.’

Intussen gaat de energietransitie door. Aedes heeft onlangs bekendgemaakt dat een stuk of 30 corporaties samen met 5 warmtebedrijven 55.000 huurwoningen versneld van het gas gaan halen. Is dat ambitieus genoeg?

Als je zegt: in 2050 moeten we 100 procent van de woningvoorraad energieneutraal hebben, dan moet je in de orde van grootte van 200.000 woningen per jaar aanpakken. Nou betreft dit slechts voor 30 procent bezit van corporaties. Maar dan heb je het dus nog over ruim 60.000 per jaar.’

‘Wonen komt heel dicht bij de mensen. Goede buurten waar mensen prettig wonen leveren bovendien een geweldige bijdrage aan het welzijn’

‘Dat is echt een gigantische opgave. Dan moeten er bouwvakkers bijkomen in plaats van worden ontslagen, iets wat nu dreigt te gebeuren. En dan moet je veel seriematiger te werk gaan. Daarvoor is het belangrijk dat corporaties hun vraag bundelen. Zo creëer je continuïteit. Dat is goed voor de kwaliteit, maar ook voor de betaalbaarheid.’

U ziet graag dat gemeenten de bevoegdheid krijgen om woningen van het aardgas te halen, ook al willen bewoners dat niet. Verwacht u daarmee geen problemen?

‘Zeker, dit is best een sterk gepolitiseerd onderwerp. Maar je moet je realiseren dat als je dit niet doet, dit ten koste gaat van het tempo. Ook wordt het er allemaal veel duurder van.’

‘Waarom is de introductie van aardgas in Nederland in de jaren 60 zo betaalbaar geweest? Het gebeurde gewoon systematisch, wijk voor wijk. Vooraf waren er ook mensen die zeiden: ja maar ik heb een kolenkachel en die doet het nog prima. Achteraf was iedereen best tevreden. Ik voorspel je: zo gaat het hier ook.’

Bouw, wonen, energie en vervoer vormen vanaf uw studie de rode draad in uw carrière. Vanwaar die fascinatie?

‘Het komt heel dicht bij de mensen. Goede buurten waar mensen prettig wonen leveren bovendien een geweldige bijdrage aan het welzijn. Dat is voor mij wel een belangrijke drijfveer geweest.’

Hoe beoordeelt u op dit moment de corporaties?

‘Een aantal heel goede eigenschappen van het corporatiestelsel, waar ze in de jaren 90 in het buitenland stinkend jaloers op waren, staan nu zwaar onder druk. Denk bijvoorbeeld aan de brede doelgroep. Dat niet alleen arme mensen in een corporatiewoning kunnen wonen, maar ook middengroepen.’

‘Als je anderhalf inkomen hebt – een bekend verschijnsel bij huishoudens met kinderen – en zo’n 40 tot 50 duizend euro per jaar verdient, is het al niet eens zo gemakkelijk om een kale huur van 700 euro per maand op te hoesten. Maar van dit kabinet moet je dan in de vrije sector op zo’n 1.000 tot 1.100 euro gaan zitten. Leg mij eens uit wat de middeninkomens daarmee opschieten. Volgens mij helemaal niets: je gaat méér betalen voor minder kwaliteit.’

‘Een hoog aandeel sociale huur kan er ook voor zorgen dat de bevolking in de wijken divers kan blijven en dat de middenklasse niet is gedwongen dagelijks kilometers te gaan pendelen zoals dat in het buitenland vaak de regel is. Daar wordt het niet prettiger van, voor niemand.’

Foto: Jeroen van kooten

Waarin maken corporaties op dit moment het verschil?

‘Ze denken integraal en ze hebben, veel meer dan beleggers, een visie op lange termijn. Een corporatie weet gewoon: die woningen worden 50 jaar en in de praktijk vaak zelfs 100 jaar geëxploiteerd. Dan moet je kijken of die woningen over 50 jaar nog steeds exploitabel zijn.’

‘Een projectontwikkelaar verkoopt huizen, op het moment dat het koopcontract is getekend is hij ervan af. Dus investeren in voorzieningen die bijdragen aan het woongenot in de verre toekomst is voor een projectontwikkelaar volstrekt oninteressant. Corporaties doen dat wel. Die weten dat dit anders over 30, 40 jaar heel veel geld en woongenot gaat schelen.’

U bent bij de Woonbond meer gaan sturen op samenwerking, onder meer met Aedes. In 2006, toen u aantrad als Kamerlid, zei u nog: ‘Corporaties gedragen zich als projectontwikkelaars.’ Wat is er veranderd?

‘Je moet nooit het idee hebben dat je weet hoe het zit, want de werkelijkheid verandert, je verandert zelf trouwens ook. 2006 was een beetje het hoogtepunt van het marktdenken. Schaalvergroting was het summum. Daardoor was de huurder erg op een zijspoor beland.’

‘Investeren in voorzieningen die bijdragen aan het woongenot in de verre toekomst is voor een projectontwikkelaar volstrekt oninteressant’

‘Momenteel heb ik het gevoel dat bij corporaties vrij breed het besef leeft dat die maatschappelijke opgave weer centraal moet staan en dat ze verder moeten kijken dan hun directe financiële rendement.’

Als u nu voorzitter zou zijn van Aedes, wat zou er dan bovenaan uw prioriteitenlijstje staan?

‘Ik zou een stuk assertiever worden richting het kabinet. Even los van de persoonlijke verhoudingen: het beleid deugt voor geen meter. Dan vind ik dus niet dat je daar te veel in moet meebewegen.’

‘Daarbij speelt natuurlijk mee: het bestuur van Aedes is een veelkoppig monster, het is een afspiegeling van heel Nederland, de lokale situatie verschilt nogal. Dat maakt het moeilijk om een helder geluid af te geven. Maar daar moet je de discussie over aangaan. Het bestuur van Aedes mag van mij nog wel wat meer peper krijgen.’

Hoe ziet u uw eigen toekomst?

‘Ik ga alleen nog maar zaken doen die dicht bij mijn interesses en competenties liggen. En uiteraard minder dan nu – 50, 60 uur per week, dat heb ik wel gehad. Ik heb nog een aantal voorzitterschappen die gewoon doorgaan.’

‘Ik blijf ook huurdersbelangenverenigingen adviseren als ze dat leuk vinden. Ik fiets en schaak graag. Kortom, ik amuseer mij kostelijk en ik hoop dat het nog een beetje nuttig is ook.’

En een commissariaat bij een corporatie?

‘Ik sluit het niet uit, maar dan liever bij een corporatie waar het wat minder gaat dan bij een waar het al goed marcheert; een corporatie waar ik iets kan toevoegen.’

tekst: jan smit