Volgend artikel
Aedes-Magazine editie 2-2020

Achtergrond

ALLEEN MAATWERK KAN HET TIJ KEREN

Achterstandswijken dichterbij dan ooit

7 minuten leestijd

In maart 2021 gaan we stemmen voor de Tweede Kamerverkiezingen. In de komende nummers van Aedes-Magazine belichten we een aantal belangrijke verkiezingsthema’s, aan de hand van interviews met corporaties, politici en deskundigen. Allereerst: leefbaarheid. Onderzoeker Jeroen Frissen, corporatiebestuurder Hester van Buren en Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber geven hun visie.

Aedes publiceerde in de afgelopen jaren tweemaal een leefbaarheidsonderzoek. Hierin wordt een heldere trend zichtbaar: de tweedeling in Nederland neemt toe. In grote delen van onze dorpen en steden gaat het goed, steeds beter zelfs. Maar er zijn ook buurten, met name in de grote en middelgrote steden, waar de leefbaarheid achteruit holt. Steeds meer kwetsbare bewoners komen er wonen. Kansrijke alleenstaanden en gezinnen verlaten de wijk. Overlast en onveiligheid zijn het gevolg.

Foto: Jeroen van Kooten

Jeroen Frissen is onderzoeker bij Circusvis en voerde samen met collega’s van In.Fact.Research voor Aedes twee leefbaarheidsonderzoeken uit. ‘Het succes van beleid wordt steeds meer bepaald door de mate waarin je er op buurtniveau van kunt afwijken.’

De leefbaarheid van sommige wijken staat onder grote druk. De terugkeer van achterstandswijken is dichterbij dan ooit. Opvallend genoeg gaat het niet in alle wijken met veel kwetsbare bewoners slecht. ‘In wijken die net zijn opgeknapt en waar partijen goed samenwerken, blijft de leefbaarheid stabiel. Een opgeruimde, nette wijk doet iets met de instroom. Als je wat meer inkomen hebt, en dus een keuze hebt, kies je liever voor een wijk die er goed uit ziet. Een opgeknapte buurt, waarvoor bewoners een positieve keuze maken, draagt bij aan de leefbaarheid.’

Versmalling
De financiële crisis had volgens Frissen grote gevolgen voor de maatschappelijke rol van corporaties. ‘Er was minder geld, dus aan de randen van de rolopvatting werd gesneden. Veel corporaties versmalden tot de kerntaken. Financiën speelden daarin mee.’ De politiek deed er een schepje bovenop. ‘Het kabinet Rutte/Samsom zei: corporaties zijn er alleen voor het bouwen en beheren van sociale huur. De wetgeving veranderde ook de verwachting die de politiek had van corporaties.’

Jeroen Frissen: ‘In zwakke wijken loopt het de zorg over de schoenen, de extramuralisering is te ver doorgeschoten’

De afgelopen twintig jaar nam in het publieke domein het marktdenken toe, ook bij corporaties en gemeenten. ‘In goede wijken verkoop je woningen, die leveren veel op. In slechte wijken bouw je, de grond is daar goedkoop. Gemeenten doen hetzelfde. Waarom dure grond gunnen aan een woningcorporatie, als de markt veel meer betaalt? Die economische logica zijn we normaal gaan vinden. Maar als je dat consequent doorvoert, segregeert de stad en verslechtert de leefbaarheid. Dat wil niemand.’

Specialistische zorg
Ook de decentralisatie, die gepaard ging met bezuinigingen, heeft op sommige plekken desastreus uitgepakt. Frissen ziet dit in lokale vervolgonderzoeken, bijvoorbeeld in Rotterdam. ‘In zwakke wijken loopt het de zorg over de schoenen. Daar bevinden zich hoge concentraties kwetsbare mensen die specialistische zorg nodig hebben. Veel kwetsbare bewoners kunnen met de juiste ondersteuning prima in de wijk wonen, maar bij sommigen gaat dat echt niet. Dan moet je concluderen dat de extramuralisering te ver is doorgeschoten.’ (Lees verder na het kader.)

Foto: Olaf Kraak

De wijkfoto’s voor dit artikel zijn gemaakt in Poelenburg in Zaanstad tijdens een ronde door de wijk met Rochdale-wijkbeheerder Mustapha.

In opdracht van Aedes is de leefbaarheid in wijken zoals Poelenburg onderzocht. Lees hier het tweede onderzoeksrapport Veerkracht in het corporatiebezit .

Wat hebben buurten nodig?
De zoektocht naar oplossingen moet volgens Jeroen Frissen voor een deel zijn gericht op het leren omgaan met kwetsbare buurten. ‘Daarbij gaat het om goede specialistische zorg, goed onderhouden woningen en een nette openbare ruimte. Daarnaast moeten we hoge concentraties kwetsbare bewoners tegengegaan. Dat kan door renoveren, verduurzamen van sociale huurwoningen en bouwen voor middeninkomens. Ook moet het aantal goedkope woningen elders in de stad of regio toenemen. Maar dat alles kost tijd en geld.’

Jeroen Frissen: ‘Maatwerk op buurtniveau: als betrokken partijen goed samenwerken blijven buurten veerkrachtig’

‘Het kan sneller en goedkoper door anders om te gaan met de woonruimteverdeling. Corporaties kunnen bijvoorbeeld nog beter gebruikmaken van de 80-10-10-regeling uit de Woningwet. (woningtoewijzing 80 procent aan lage inkomens, 10 procent aan lagere middeninkomens en 10 procent vrije ruimte – red.) Dat hoeft niet generiek. Kijk waar het fout gaat en wijs daar een aantal woningen toe aan hogere inkomens. Maatwerk op buurtniveau. Als alle betrokken partijen goed samenwerken, hoeft de tweedeling niet verder toe te nemen en blijven buurten veerkrachtig.’


Foto: Jeroen van Kooten

Hester van Buren is voorzitter van de raad van bestuur van woningstichting Rochdale en lid van het algemeen bestuur van Aedes. ‘Het woord precedentwerking wil ik niet meer horen. Niet iedere bewoner is hetzelfde, dus het mag best eens anders.’

In de resultaten van de leefbaarheidsonderzoeken zag Hester van Buren vooral een bevestiging van de dagelijkse praktijk. ‘Met name in buurten met een hoge mutatiegraad gaat het hard. Mensen die het redden, trekken weg. Mensen met financiële en psychische problemen stromen in. Een opeenstapeling van lager opleidingsniveau, werkloosheid, laaggeletterdheid en laag inkomen.’

‘In de G-buurt Noord in Amsterdam-Zuidoost verlaat 60 procent van de jongeren school zonder startkwalificatie. 50 procent leeft er onder de armoedegrens. Een aantal jaren ging de Bijlmer de goede kant op, nu zien we in sommige delen juist weer een kentering.’

Hester van Buren: ‘Ik sprak jongeren die zeiden: jullie hebben toch geen woning voor mij, geen werk. Als ik 5.000 euro krijg voor het bezorgen van pakketjes, doe ik dat’

Criminele ondermijning in zwakkere buurten is volgens de bestuursvoorzitter een van de meest kwalijke neveneffecten. Zoals in Poelenburg (Zaanstad). ‘Criminelen weten jongeren en zelfs jonge kinderen zonder toekomstperspectief steeds gemakkelijker te ronselen. Ik sprak jongeren die zeiden: jullie hebben toch geen woning voor mij, geen werk. Als ik 5.000 euro krijg voor het bezorgen van pakketjes, doe ik dat.’

De buurt in
Sinds 2016 kent Rochdale het programma Samen werken aan sterke buurten. Hiermee probeert de corporatie samen met andere partijen de negatieve spiraal te doorbreken.

‘We zijn letterlijk de buurt in gegaan. We hebben buurtpunten, zijn zichtbaar en laagdrempelig. In Nieuw-west hebben we de vakmannen weer in de buurt gezet. Anderen denken: Rochdale zit daar. Kunnen wij aanhaken? De politie en het stadsdeel zitten er, het theater doet buurtvoorstellingen. Jeugdbescherming en sociale wijkteams zijn aanwezig.’

Pact in Poelenburg met onderwijs en lokale werkgevers
‘In Poelenburg is een pact gesloten voor de komende twintig jaar. Wij gaan extra renoveren, slopen, vrije-sectorhuurwoningen bouwen, jongerenhuisvesting creëren. Het onderwijs zet brugfunctionarissen in, die onderwijs en ouders en scholen onderling verbinden. Lokale werkgevers proberen de jeugd weer perspectief te bieden. Vroeger was het een zwijgwijk, niemand zei iets, nu pakken we ook die criminele ondermijning aan.’

Foto: Olaf Kraak

Goed kijken wie waar past
Geen wijk is hetzelfde. Maatwerk op buurtniveau, soms zelfs flatniveau is daarom volgens Hester van Buren de sleutel tot succes. ‘Wij bezuinigen niet op buurtmedewerkers, die zijn ons grootste kapitaal. Zij moeten zelfstandig kunnen handelen en hebben goede instrumenten en goede back-up nodig, zodat ze niet constant opnieuw het wiel uitvinden.’

Hester van Buren: ‘Wij bezuinigen niet op buurtmedewerkers, zij zijn ons grootste kapitaal’

In Amsterdam gaat 30 procent van de sociale huurwoningen naar mensen die instromen vanuit de maatschappelijke opvang. Naar een goede verdeling wordt kritisch gekeken. ‘In één buurt hebben we een pilot gedaan, een matchingstafel. We kwamen erachter dat er voor iedereen een geschikte woning is, als je goed kijkt wie waar past. Dus niet iemand met autisme in een druk complex. Zorginstellingen hebben geleerd beter te omschrijven wat voor woning iemand nodig heeft.’

Derde generaties
Voor de langere termijn moeten corporaties volgens Van Buren weer kunnen bouwen voor de lagere middeninkomens. ‘Mensen moeten in hun buurt kunnen blijven. Denk aan derde of vierde generaties die politieagent of docent worden. In de flat Gravestein in de Bijlmer gaan we 100 woningen veranderen in middenhuurwoningen. Elders in de wijk, in de E-buurt, hebben we dankzij de gemeente kavels bemachtigd, waar wij tussen de projectontwikkelaars sociale huurwoningen bouwen. Dat is goed voor de doorstroming en diversiteit in de wijk.’

Foto: Phill Nijhuis

Carla Dik-Faber is Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie. Zij is woordvoerder op de dossiers zorg, wonen en duurzaamheid. ‘Woningcorporaties krijgen een steeds breder takenpakket. Bouwen en onderhouden van sociale huurwoningen en daarnaast leefbaarheid en verduurzaming. Dat is niet langer te rijmen met de lasten.’

Carla Dik-Faber ontvangt veel signalen van raadsleden en wethouders in met name grote steden over de tweedeling. Zij geven aan dat het beleid van de Rijksoverheid hieraan debet is. ‘Neem het zogenoemde passend toewijzen, waardoor goedkope vrijgekomen woningen meestal naar kwetsbare personen gaan. Als je corporaties daarin meer vrijheid geeft, verbetert dat de draagkracht van de wijk.’

Complexere samenleving
Het Tweede Kamerlid erkent dat de extramuralisering van de GGZ tot knelpunten heeft geleid. ‘Je kunt mensen met een psychiatrische achtergrond of een verstandelijke beperking alleen in een woonwijk plaatsen als zij voldoende begeleiding krijgen. Dat is niet overal goed gegaan. Ik merk dat de overheid nog te veel denkt in schotten. Maar kwetsbare huurders zijn gewoon mensen, zonder schotten. Die moeten vanuit alle hoeken de juiste zorg en ondersteuning krijgen.’

Carla Dik-Faber: ‘Kwetsbare huurders zijn mensen, zonder schotten’

In de afgelopen jaren zijn veel zorgtaken overgeheveld naar gemeenten. Door de bijkomende bezuinigingsronde sneden gemeenten noodgedwongen in de begeleiding. Carla Dik-Faber ziet dat zij aanlopen tegen hun financiële grenzen. ‘Voor een deel is aan hun roep tegemoet gekomen, maar niet genoeg. De samenleving wordt steeds complexer. De lat ligt hoog. Daardoor kunnen steeds meer mensen zich niet goed handhaven. Zij voelen zich aan hun lot overgelaten. Dat is niet goed.’

Tot haar spijt constateert Carla Dik-Faber binnen het kabinet verschil van inzicht over het takenpakket van woningcorporaties. Dat leidt tot wat zij noemt ‘interessante debatten’.

Wooncoöperatie
Toch pleit de ChristenUnie consequent voor verbreding. Dik-Faber ziet dat het marktdenken een rol speelt bij corporaties, maar is hierover mild. ‘Zij kregen in de afgelopen jaren de duimschroeven aangedraaid. Dan is het verleidelijk om woningen te verkopen. Nu we de keerzijde daarvan zien, moeten we ook durven ingrijpen. Wij willen dat de uitverkoop van sociale huurwoningen stopt. Als het echt moet, dan liever via een wooncoöperatie. Dat is toch anders dan de markt.’

Foto: Olaf Kraak

Meer middelen
Daarom is het volgens het Tweede Kamerlid belangrijk dat corporaties meer middelen tot hun beschikking krijgen. ‘Het kabinet laat de verhuurderheffing nu deels terugvloeien naar de corporaties. De ChristenUnie wil deze heffing het liefst helemaal schrappen. Je kunt niet constant een beroep doen op woningcorporaties zonder ook wetgeving en financiële middelen goed te organiseren.’

Carla Dik-Faber: ‘Schrap de verhuurderheffing’

Daarnaast pleit Carla Dik-Faber voor afschaffing van de markttoets. ‘Gezien het enorme tekort aan middenhuur moeten woningcorporaties ruimte krijgen daarin te bouwen. Leefbaarheid hangt samen met sociale binding. Belangrijk is daarvoor ook dat een wijk divers is samengesteld. Jong en oud. Gezinnen en alleenstaanden. Mensen met een dikke en een wat krappere portemonnee. Dat maakt een wijk sterker.’

tekst: marlies kolthof