Volgend artikel

Beeldreportage

EEN GEZELLIGE PLEK VOOR HET DORP

Hoeksche Waard

5 minuten leestijd

Leefbaarheid staat hoog op de agenda. In de dorpen Numansdorp en Westmaas in de Zuid-Hollandse Hoeksche Waard zijn inwoners zelf met maatschappelijke partijen aan de slag om het gezellig en leefbaar te houden. Een plek om elkaar te ontmoeten staat in Westmaas hoog op de wensenlijst. In Numansdorp is die er al. Woningcorporatie HW Wonen blijft op de achtergrond, denkt mee en steunt als dat nodig is.

Wil Speelman (69) is druk bezig met de voorbereidingen in Bij de Oma’s, de crea-ruimte in zorginstelling de Buitensluis in Numansdorp. Officieel begint het knutselen pas over een kwartier, maar Guus (64) is al druk bezig met zijn 3D-kerstkaart.

Foto: Joris den Blaauwen

Meerdere keren per week komt hij vanuit zijn zorgwoning in de buurt van De Buitensluis naar de oma’s. ‘Op de plek waar ik eerst knutselde, was ineens niemand meer over. Toen zag ik een aanplakbiljet hangen en ben ik hier komen knutselen, heel gezellig.’

Even later sluit ook Niesa Robberecht (78) aan. ‘Ik zocht een plek om te haken. Een paar maanden geleden stond er een advertentie in de krant over deze ochtenden. Ik kom met plezier uit Cillaarshoek (een paar dorpen verderop) rijden.’

Knutselruimte
Welzijnscoördinator Eveline Schelling van De Buitensluis kijkt vanaf een afstandje toe. Crea-ruimte Bij de Oma’s is precies waarom zorginstelling Alerimus vier jaar geleden het roer omgooide. ‘We waren in die tijd heel erg naar binnen gericht. Het ging ons vooral om de zorg voor de bewoners, maar we waren het contact met het dorp verloren.’

‘De lokale bibliotheek heeft hier een vestiging en de gemeente opent een nieuw loket’

De komst van een nieuwe directeur en veranderende wet- en regelgeving zorgden voor de ommekeer. ‘We leven meer en meer in een participatiesamenleving en dan moet je als zorginstelling ook je steentje bijdragen. In het verleden dacht iedereen van buitenaf vooral: een bejaardenhuis, wat moet je daar nou?’

Gemeenteloket
Als je op deze vrijdagochtend een rondje door het huis loopt, zijn er veel antwoorden op die vraag. Naast de al genoemde knutselruimte is sociaal café Bij Amalia de hele dag open. De kapper en de pedicure zijn voor iedereen toegankelijk (‘de gemiddelde leeftijd wordt steeds lager’).

Bouwvakkers leggen de laatste hand aan een nieuw loket van de gemeente waar bijvoorbeeld paspoorten en rijbewijzen kunnen worden aangevraagd. En de lokale bibliotheek heeft een vestiging in het huis inclusief een campus met flexplekken.

‘En dan zijn er ook nog alle losse projecten’, zegt Schelling. ‘Zoals het “adopteer een opa/oma-project“ of de jaarlijkse kerstmarkt. Die was altijd in het centrum van het dorp, maar dat liep niet meer zo goed. Samen met lokale ondernemers hebben we de markt naar het plein voor ons huis gehaald.’

Foto: Joris den Blaauwen

Welzijnscoördinator Eveline Schelling van De Buitensluis in Numansdorp vertelt: ‘We leven meer en meer in een participatiesamenleving en dan moet je als zorginstelling ook je steentje bijdragen.‘

Alles met als doel om meer leven in De Buitensluis te krijgen. ‘Er is meer voor de bewoners te doen en bewoners komen meer met de buitenwereld in aanraking. Maar we zijn vooral veel meer dan een zorginstelling. Ik kan me niet meer voorstellen dat we dit als De Buitensluis allemaal niet meer zouden doen. De band met de rest van het dorp is daar veel te sterk voor geworden. Ook met woningcorporatie HW Wonen, die vooral in een faciliterende rol ons werk ondersteunt. Het is nu na de gemeentelijke herindeling even afwachten hoe de relatie met de gemeente gaat worden, maar dat komt ook wel weer goed.’

Marcel Mulder, wijkmanager bij HW Wonen, vertelt dat de corporatie bewust op afstand blijft. ‘Het gaat er niet om wat wij als woningcorporatie kunnen doen, maar vooral wat de bewoners zelf kunnen doen. Als het van hen zelf uit gaat hebben dit soort initiatieven de meeste kans van slagen omdat ze dan breed gedragen worden.’

Foto: Joris den Blaauwen
Foto: Joris den Blaauwen

Bij de oma’s is het inmiddels volle bak. Terwijl Guus zijn volgende kerstkaart afmaakt (‘op de kerstmarkt verkoop ik mijn kaarten, dus ik moet aan de slag’) kijkt Speelman trots de ruimte rond. ‘Weet je wat nou het mooie is? Het stopt niet bij het knutselen. Vaak genoeg zitten we na afloop in het café. Het is echt goed voor het huis dat er nu heel de dag leven is. Gezellig met elkaar wat drinken. Of dan zeggen we: hé lekker, stamppotje op het menu, we blijven eten. Dan moet ik alleen wel mijn man bellen. “Sorry“, zeg ik dan, “maar het is hier te gezellig, ik kom niet thuis eten.“’

Westmaas
In Westmaas nog geen tien minuten rijden verderop is de situatie heel anders. De 2.100 inwoners missen daar een ontmoetingsplek. Al wandelend door het dorp vertellen Margriet Paulissen-Vermeulen (42, woont 11 jaar in Westmaas) en Co Zannis-De Bruijn (72, woont 40 jaar in Westmaas) erover.

Vanwege de dreigende regenbui stellen ze voor het gesprek binnen voort te zetten. ‘Hopen dat de bibliotheek open is’, zegt Paulissen. ‘Een andere plek hebben we niet.’ Maar de vriendelijke bibliothecaresse is onverbiddelijk: de vestiging een dorp verderop is open. Meer dan vier stoelen in een gedeelde gang kan ze niet aanbieden.

Jarenlang hadden de bewoners niets te klagen. Een dorpshuis, een café-restaurant en een soos voor de jongeren. Allemaal verdwenen. Op de plek waar het dorpshuis stond, zijn bouwvakkers druk bezig met de nieuwbouwwoningen die daar moeten verrijzen. Het oude restaurant staat er helemaal verlaten bij.

‘Twee straten verder weten de mensen al niet meer wie er woont’

Paulissen: ‘Dit is niet goed voor de leefbaarheid. Tuurlijk, er is een ruimte bij de kerk. Maar wij willen een neutrale ontmoetingsplek waar iedereen dagelijks terecht kan zonder een afspraak te maken. Jong, oud, maar ook de fietsers die in de zomer door het dorp rijden. Die kunnen nu nergens een kopje koffie drinken. De gemeente had beloofd dat er een opvolger voor het dorpshuis zou komen, maar nu zitten we ruim drie jaar later nog steeds hier.’

Buurt voor Elkaar
Als lid van de adviesraad sociaal domein Binnenmaas (ASDB, geeft de gemeente gevraagd én ongevraagd advies) zag Zannis de bui al lang hangen. ‘Eenzaamheid is een groot probleem. Twee straten verder weten de mensen al niet meer wie er woont.’ Daarom richtte zij, samen met nog drie leden van de ASDB, het burgerinitiatief Buurt voor Elkaar op.

Een groep van 35 betrokken dorpsgenoten, van de wijkagent tot een afgevaardigde van woningcorporatie HW Wonen. Paulissen sloot later ook aan. ‘Voor de groep 12-18 jarigen, waar mijn zoon sinds kort ook bij hoort, is er met name in de winter niets te doen. Hoe leuk zou het zijn als er voor die leeftijdsgroep een plek is waar ze met elkaar af kunnen spreken en wel welkom zijn.’

Foto: Joris den Blaauwen

Co Zannis-De Bruijn (links) en Margriet Paulissen-Vermeulen doen hun best om met buurtgenoten voor Westmaas weer een ontmoetingsruimte te creëren. Het liefst zouden ze daarvoor de ruimte onder de molen ter beschikking krijgen van de gemeente.

Samen met wat andere leden van het burgerinitiatief startte het duo Werkgroep Dorpshuis 2.0. Om draagvlak in het dorp te creëren, maakte de werkgroep een enquête. Paulissen: ‘230 mensen hebben de enquête ingevuld. 90 procent gaf aan een centrale plek in het dorp te missen.’

Betrokkenheid bij het dorp
Niet alleen de bewoners, ook bij de woningcorporatie zien ze dat zo’n plek ontbreekt. ‘Het is mooi om te zien dat de bewoners met elkaar zijn opgestaan’, zegt Anne Zuidam van HW Wonen. ‘Door Buurt voor Elkaar heb ik ontdekt dat er in het dorp veel meer betrokkenheid is dan ik ooit dacht dat er was.’

De volgende stap in het proces is het vinden van een plek. Zannis: ‘Plannen hebben we genoeg, maar die kunnen we pas uitwerken wanneer we duidelijkheid hebben.’ Nummer één op het verlanglijstje is de ruimte onder de blikvanger van het dorp: Molen Windlust. ‘We hebben nog geen toezegging van de gemeente’, aldus Paulissen. ‘Er zijn net verkiezingen geweest, hopelijk biedt dat nieuwe kansen. Voor de motivatie van alle vrijwilligers is het vooral belangrijk dat het allemaal niet te lang duurt.’ 

tEKST: JASPER MONSTER