Volgend artikel

Achtergrond

‘Governance is geen exacte wetenschap’

Cultuur en gedrag onder de loep in inspecties Autoriteit woningcorporaties

5 minuten leestijd

De Autoriteit woningcorporaties houdt als extern toezichthouder sinds 2017 inspecties bij corporaties om te bepalen of de governance – inclusief intern toezicht – op orde is. Inspecteurs Theo Nieuwenhuizen en Dineke de Vries reflecteren in dit artikel op die gesprekken met bestuur en commissarissen van woningcorporaties. In het tweede deel van dit artikel komen twee commissarissen aan het woord over hun ervaringen met Aw-inspecties: ‘Verantwoorden over governance is cruciaal.’

In 2017 ging de Autoriteit woningcorporaties (Aw) bij 146 corporaties op inspectie om te bepalen of de governance op orde is. Met reden: toezicht op goed bestuur – inclusief intern toezicht – kan volgens de Aw corporaties op de goede weg houden. Uit de eerste ronde van inspecties bleek dat de meeste corporaties op hoofdlijnen voldoen aan de criteria van de Aw. Vorig jaar zijn wel vier corporaties onder verscherpt toezicht geplaatst, mede omdat de governance niet op orde was.

Reflecteren
De inspecteurs van de Aw houden bij hun ronde langs de corporaties niet alleen een ‘papieren’ inspectie, zij voeren ook een gesprek met het bestuur én de raad van commissarissen. In de inspectiebrief geeft de Aw een oordeel waar de corporatie nog op kan reageren. Volgens Theo Nieuwenhuizen, coördinerend inspecteur bij de Aw, wordt het gesprek – ook door de RvC’s – gewaardeerd. ‘Commissarissen vinden het waardevol om te reflecteren met een onafhankelijke partij.’

Foto: Joris den Blaauwen

Volgens inspecteur Dineke de Vries is het een spannend proces om tot een gewogen eindoordeel te komen: de wereld van governance is geen exacte wetenschap. ‘Goed bestuur gaat over cultuur en gedrag, en dat is lastig meetbaar te maken. Ook bij intern toezicht gaat het om samenspel tussen verschillende mensen met ieder een eigen rol. Hoe ga je in de RvC met elkaar om, maar ook hoe is de relatie met het bestuur, de onafhankelijke controller en de belanghebbenden?’

Van elkaar leren
Tijdens bijeenkomsten van de VTW in november 2018 wisselen de inspecteurs van de Aw en commissarissen hun ervaringen over de inspecties uit. Doel is om van elkaar te leren en te bouwen aan risicogericht toezicht dat uitgaat van vertrouwen. Nieuwenhuizen: ‘Dat gaat in een open sfeer. Een wereld van verschil met zo’n drie jaar geleden, net na de invoering van de nieuwe Woningwet, toen de onderlinge verhoudingen veel scherper lagen.’

De inspecteurs van Aw moeten de juiste competenties hebben om de cultuur in het bestuur, de RvC en de onderlinge verhoudingen te kunnen duiden. De Aw gaat inspecteurs bijscholen en/of gedragspsychologen aannemen. ‘Dat is onze verantwoordelijkheid’, stelt Nieuwenhuizen. ‘We moeten wel waken voor de, wat ik noem, accountantsvalkuil. Oordelen van accountants moeten bijna wetenschappelijk onderbouwd zijn. Als wij die maatstaf gebruiken, kunnen we weinig meer zeggen. Wij maken meer gebruik van reflectie.’

De Autoriteit woningcorporaties, onderdeel van Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT), houdt sinds 2017 governance-inspecties bij corporaties. De Aw hanteert bij de beoordeling vanaf 1 juli 2017 de criteria uit het toetsingskader Bouwen aan vertrouwen. Vanaf 2018 houdt de Aw één keer in de vier jaar bij de corporatie een governance-inspectie. De Stichting Visitatie Woningcorporaties Nederland (SVWN) houdt iedere vier jaar een visitatie om de prestaties van een corporatie te beoordelen, een belangrijk onderdeel van de visitatie is governance. De Aw kan ingrijpen als een corporatie niet functioneert, de SVWN niet. 

Voldoende met weinig uitschieters
De inspecties leveren ook praktijkvoorbeelden op waar andere corporaties (inclusief RvC’s) van kunnen leren, al is de vraag nog hoe die voorbeelden het beste gedeeld kunnen worden. De Vries: ‘Neem de onafhankelijke controller, hoe organiseer je dat? Een mooi voorbeeld uit de praktijk is dat een controller van een corporatie bij een andere corporatie audits uitvoert.’

De oordelen van de Aw – de meeste corporaties scoren een voldoende, er zijn weinig positieve uitschieters – dragen ook bij aan het beeld dat de buitenwereld van de sector heeft, erkent Nieuwenhuizen. ‘Dat klopt. Maar als corporaties beter presteren, dan zien we dat vanzelf terug. We gaan het niet mooier maken dan het is.’

Lees meer over de inspecties op goed bestuur van de Aw in 2017.

’Een gesprek over cultuur en gedrag met Aw kan waardevol zijn’

Als onderdeel van de governance-inspecties praat de Autoriteit woningcorporaties ook met de raad van commissarissen. Commissaris Peter Jägers van Woonbedrijf ieder1 (links op de foto) en commissaris Hans van der Vlist van Vestia en Woonplus Schiedam vertellen over hun ervaringen.

Woonbedrijf ieder1 in Deventer kreeg vorig jaar als één van de eerste corporaties bezoek van de Aw. De RvC, onder wie voorzitter Peter Jägers, had een gesprek met twee Aw-inspecteurs. ‘Zij stelden zich bescheiden op, het was bijna een lief gesprek. Ook het oordeel in de inspectiebrief was voorzichtig geformuleerd, met de zin: ik heb de indruk gekregen dat de governance op orde is.’

Volgens Jägers kan een gesprek met de Aw zeker van betekenis zijn. ‘Dat je je als corporatie, inclusief de RvC, over de governance moet verantwoorden, is cruciaal voor onze sector. Daar moet je niet licht over denken. Wij waren één van de eerste corporaties die de Aw inspecteerde, dat merkte ik wel. De inspecteurs moeten tijdens het gesprek dieper ingaan op de cultuur bij de corporatie om de governance te kunnen beoordelen. Dat is best ingewikkeld.’

Cultuur en gedrag
Ieder1 had eerder tijdens een visitatie al een positief oordeel gekregen over de governance. Dus de commissarissen maakten zich geen zorgen over de inspectie van de Aw. Dat geldt ook voor Woonplus Schiedam, waar Hans van der Vlist RvC-voorzitter is. ‘In het visitatierapport was één kanttekening gemaakt: we moesten als RvC tijdens de zelfevaluatie meer aandacht besteden aan het functioneren van de individuele commissaris. Een terecht punt. Dat kwam ook terug bij de inspectie van de Aw. Beter twee keer dan niet.’

Volgens Van der Vlist kan een gesprek over cultuur en gedrag met een onafhankelijke partij waardevol zijn om als RvC scherp te blijven. ‘Goed dat het er is, omdat je niet alleen naar cijfers moet kijken, maar ook waarde moet toekennen aan soft controls. Ik vraag mij wel af of de Aw dat gesprek moet voeren. Dat is ook binnen de VTW te organiseren. Een toezichthouder moet ook met een stok kunnen slaan als dat nodig is. We moeten de relatie zuiver houden.’

Goede voorbeelden
Van der Vlist is nieuwsgierig naar praktijkvoorbeelden van andere corporaties die de Aw tijdens de inspecties verzamelt. Jammer dat deze (nog) niet beschikbaar zijn. Hij pleit er dan ook voor dat de Aw en de VTW nadenken over hoe die voorbeelden het beste zijn te delen. Van der Vlist: ‘Praktijkvoorbeelden kunnen je inspireren. Hoe organiseer je als RvC bijvoorbeeld de verplichte onafhankelijke controller?’

Jägers vindt het een goede zaak dat de Aw en de RvC’s tijdens bijeenkomsten van de VTW ervaringen uitwisselen om van elkaar te leren. ‘Je merkt dat de Aw nog zoekende is. De opzet was vooral hoe de Aw ons kan helpen om de governance te verbeteren. Als het goed gaat, is dat mooi. Maar ik ben wel benieuwd hoe het gesprek gaat bij corporaties die de governance niet op orde hebben.’ 

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met de Vereniging van Toezichthouders in Woningcorporaties (VTW). De beroepsvereniging behartigt de belangen van en voor ongeveer 1.400 leden die als commissaris toezicht houden bij zo’n 300 woningcorporaties. Verder bevordert de VTW de kwaliteit en de ontwikkeling van het interne toezicht van woningcorporaties.

tekst: lisette vos, foto’s: joris den blaauwen