Volgend artikel

Achtergrond

SAMENWERKEN TEGEN VOCHT EN SCHIMMEL

7 minuten leestijd

Vocht en schimmel in woningen vormen een serieus probleem, ook in sociale huurwoningen. De oorzaak ervan is niet altijd eenduidig: een bouwkundig probleem, onvoldoende ventilatie of een combinatie van factoren. Hoe gaan woningcorporaties om met vocht en schimmel en hoe werken ze daarin samen met elkaar en met huurders? ‘De impact van vocht en schimmel op huurders is groot.’

‘Vaak druipt het vocht van het slaapkamerraam af’, vertelt Iman Aaloul uit Amersfoort. Ze woont met haar gezin in een woning van woningcorporatie de Alliantie. Onder het raam staat het bed van haar dochter, op de meest vochtige momenten vangt een handdoek op het bed de druppels op. Op het kozijn en in de hoeken van de kamer zijn kleine en grotere donkere schimmelplekken te zien. Aaloul stookt en ventileert naar eigen zeggen goed, maar het helpt onvoldoende tegen de schimmelvorming. Ook in de badkamer, die geen ramen heeft, zijn schimmelplekken. ‘Na het douchen zetten we de badkamerdeur naar de keuken wijd open, maar het raam van de keuken kan maar een klein stukje open. De stoom kan onvoldoende weg.’

Media-aandacht
Meerdere huurders, waaronder bewoners van corporatiewoningen, ondervinden net als Aaloul hinder van vocht en schimmel in hun woningen (Zie kader Feiten en cijfers vocht en schimmel). Afgelopen jaar besteedden achtereenvolgens Omroep West en NOS aandacht aan de problemen. Een klacht van een huurder tegen corporatie Vestia zwengelde de berichtgeving aan. De landelijke en lokale politiek roerde zich en stelde vragen. En Omroep West opende een schimmelmeldpunt.

Dat laatste was bij Vestia aanleiding voor een kort crisisberaad. ‘Als corporatie heb je een grote verantwoordelijkheid op het gebied van vocht en schimmel in huurwoningen, omdat de impact ervan op bewoners groot is. Als het niet lukt om de overlast in één keer op te lossen, vragen bewoners zich af hoe gezond hun woning is. Omdat de problematiek te complex is om als corporatie alleen op te lossen, zochten we al snel de samenwerking met andere partijen’, vertelt Judith de Putter, senior communicatiemedewerker bij Vestia.

Inzichten
Al snel kwam er op initiatief van Vestia een landelijke actie op gang. De corporatie zocht contact met Aedes en in september 2016 volgde een werksessie over vocht en schimmel met corporaties uit de regio, de Woonbond, GGD Haaglanden en individuele huurders. Ze analyseerden samen allerlei oorzaken waardoor vocht- en schimmeloverlast in woningen kan ontstaan. Ontstaan problemen bijvoorbeeld door een onderbreking in de isolatie, een zogenaamde koudebrug? Is er sprake van optrekkend grondwater? Of hoopt het vocht in een woning zich op door gebrekkige ventilatie? Alle inzichten uit deze bijeenkomst leidden tot een Aedes-handreiking, met onder meer een stappenplan en checklists, die een corporatie bij schimmeloverlast kunnen helpen.

AEDES-HANDREIKING VOCHT EN SCHIMMEL

Om corporaties te helpen bij een goede aanpak van vocht en schimmel in woningen ontwikkelde Aedes de handreiking Aanpak van vochtproblemen in woningen. Individuele huurders, Woonbond, GGD Haaglanden en medewerkers van vijf corporaties droegen hieraan bij.

Vijf stappen
De handreiking bestaat uit een stappenplan vanaf eerste melding tot en met nazorg en een checklist met preventieve maatregelen. De vijf stappen (aannemen melding, eerste inspectie, onderzoek oorzaak, maatregelen en nazorg) worden in de handreiking uitgebreid toegelicht en zijn in stroomschema’s verwerkt. Ook bevat het informatie die helpt bij het opsporen van mogelijke oorzaken van vocht en schimmel. Verder staan er communicatieadviezen in hoe woningcorporaties huurders zo begrijpelijk mogelijk kunnen instrueren.

Download
De handreiking is een interactief PDF-document. Het is handig om de PDF zoveel mogelijk digitaal te gebruiken, omdat onderdelen naar elkaar linken en er verwijzingen in zitten naar informatie van andere bronnen.

De handreiking is hier te downloaden.

Een belangrijke conclusie uit de werksessie is dat er drie aandachtspunten zijn in de bestrijding van vocht en schimmel. Ten eerste moeten huurders beter worden voorgelicht over hoe problemen ontstaan en wat ze er zelf tegen kunnen doen. Dat moet niet alleen gebeuren als er sprake is van overlast, maar ook preventief bij verhuizing en onder nieuwe huurders. Ten tweede moeten corporatiemedewerkers voldoende kennis in huis hebben over de problematiek. Maar als maatregelen niet werken moeten zij niet te lang wachten met het inschakelen van een onafhankelijk expert. Ten derde moet meer duidelijkheid komen over processen. Wie zet welke stappen als een huurder een melding doet?

Meten is weten
Opzichter Kenneth Königel van de Alliantie bekijkt de schimmelplekken in de woning van Aaloul en luistert uitgebreid naar het verhaal van de huurster. Bouwkundig lijkt er op het eerste oog niets mis in de woning op de bovenste etage van de portiekflat uit de jaren 60. Königel geeft Aaloul een hygrothermometer, een soort thermostaat die naast de temperatuur ook de luchtvochtigheid in de ruimte aangeeft. De hygrothermometer geeft een luchtvochtigheid van 45 procent aan. De opzichter vertelt dat de ideale luchtvochtigheid in een woning tussen de 40 en 60 procent ligt. ‘Maar ook het weer buiten heeft invloed: als het gaat vriezen wordt de lucht droger en als het lang regent stijgt natuurlijk ook de luchtvochtigheid binnen.’ De wisselwerking tussen temperatuur en luchtvochtigheid is belangrijk, vertelt hij. ‘Warme lucht houdt meer vocht vast dan koude lucht. Als de woning koud is, condenseert het aanwezige vocht dus sneller en slaat dan neer op de koudste plaatsen. Daar ontstaat na verloop van tijd de schimmel.’ Dit proces is enigszins te vergelijken met de brildrager die in de winter een warm gebouw binnen loopt; de bril beslaat vrijwel meteen.

Inzicht in gedrag
De Alliantie geeft sinds vorig jaar hygrothermometers aan huurders, zodat zij inzichtelijk krijgen hoe hun gedrag – bijvoorbeeld hoeveel ze stoken en ventileren – de hoeveelheid vocht in huis beïnvloedt. ‘Dit betekent niet dat we de problemen afschuiven op het gedrag van de huurders. We onderzoeken natuurlijk altijd of er sprake is van mogelijk bouwkundige oorzaken, zoals onvoldoende ventilatiemogelijkheden, lekkage door een scheur in de buitengevel, een probleem met de dakgoot of een kapotte leiding’, vertelt Sonja van Beek, communicatieadviseur bij de Alliantie. De corporatie publiceerde eind vorig jaar ook een voorlichtingsvideo op YouTube en een flyer. ‘Hierin krijgt de huurder tips voor meer wooncomfort. Bijvoorbeeld dat het helpt om na het douchen de wanden te drogen en meubels zo’n vijf centimeter van de wand te zetten, zodat er lucht achterlangs kan.’ Het klinkt basaal, maar volgens Van Beek levert het veel op.

Regionaal samenwerken
De communicatieaanpak en bijbehorende middelen die de Alliantie heeft gemaakt om de problematiek aan te pakken, worden met interesse gevolgd. De GGD komt in Den Haag en Rotterdam met vernieuwde voorlichting. En Vestia ontwikkelt de komende maanden samen met Haagse en Rotterdamse corporaties voorlichtingsmiddelen voor huurders. De Aedes-handreiking en de producten van de Alliantie zijn hierbij een goede inspiratiebron. ‘Het is goed om de bewonerscommunicatie samen te organiseren, juist omdat er tussen Den Haag en Rotterdam veel verhuizingen zijn. Je hebt dan een eenduidige uitstraling.’

‘Corporatiemedewerkers krijgen een opleiding om klachten van bewoners over vocht en schimmel beter te kunnen afhandelen’

In Den Haag ondersteunt het Haagse college lokale woningcorporaties bij de bestrijding van vocht en schimmel. Het is de bedoeling dat binnenkort een onafhankelijke vochtexpert wordt aangesteld, waar zowel huurders als corporaties een beroep op kunnen doen. De kosten van deze adviseur worden gedeeld door de gemeente en de Haagse corporaties. Het stadsbestuur gaat daarnaast jaarlijks een ‘schimmelmeter’ uitbrengen, een overzicht van actuele cijfers over problemen met schimmel in woningen in de stad voor de gemeenteraad. De Putter (Vestia) is blij met de samenwerking met de gemeente. ‘Vooral als er sprake is van meerdere meldingen, is het prettig als een onafhankelijk expert oordeelt. Voor de huurder, maar ook voor de corporatie.’ De gezamenlijke aanpak moet ervoor zorgen dat in Den Haag in 2020 de problemen wezenlijk zijn teruggedrongen, ook in woningen van particuliere verhuurders.

Klachtafhandeling verbeteren
De Alliantie investeert dit jaar in het opleiden van medewerkers. Dit moet de klachtenafhandeling verbeteren. Zo wil de corporatie voorkomen dat medewerkers te snel handelen zonder dat de oorzaak van het vocht- of schimmelprobleem goed is onderzocht. Van Beek: ‘Klantenservice-medewerkers, opzichters, de beheerder Wonen, maar ook vakmannen van de aannemer gaan in training zodat iedereen vanuit dezelfde basis handelt.’ 

Ook begint de Alliantie in 2017 een speciaal interventieteam. ‘Dat kan bijvoorbeeld complexen die vocht- en schimmelgevoelig zijn inspecteren. Na de inspectie bekijken we wat nodig is. Staat er al een verbeterproject op de planning, dan kijken we of het nodig is om de werkzaamheden te vervroegen. De basiskwaliteit van woningen moet altijd voldoende zijn.’ De Alliantie onderzoekt of vocht- en schimmelmeldingen procesmatig hetzelfde kunnen worden aangepakt als asbestmeldingen. ‘We willen vooral alle relevante data op een vergelijkbare wijze registreren.’

Betere isolatie en dubbel glas
De Alliantie begint eerder met het verbeterproject van de portiekflat van Aaloul dan gepland: in 2019 in plaats van 2021. Dit project is onderdeel van een grootschalige investering van de corporatie om al haar woningen in 2020 naar gemiddeld een energielabel B te krijgen. Königel: ‘Oudere woningen zijn na verbetering over het algemeen wat minder gevoelig voor vochtproblemen. Dit komt doordat in het verleden andere bouweisen aan huizen werden gesteld. Maar tijden zijn veranderd. We gebruiken onze woning nu anders. Zo douchen we gemiddeld vaker én langer dan 30, 40 jaar geleden en we hebben misschien ook nog eens een wasdroger. Het blijft hoe dan ook altijd belangrijk om goed te ventileren en te stoken, ook in de nieuwste woningen.’ Betere isolatie en dubbelglas kunnen helpen tegen vocht- en schimmelproblemen, maar voorkomen deze dus niet.
Königel begrijpt dat het voor Aaloul lastig is dat ze geen raam open kan zetten in de badkamer, maar geeft eerlijk aan dat dit ook in de toekomst zo blijft. Wel plaatst de corporatie tijdens het verbeterproject waarschijnlijk mechanische ventilatie. Aaloul lijkt zich ervan bewust dat vernieuwingen niet dé oplossing zijn voor vocht- en schimmelproblemen: ‘Ik ben opgegroeid in Barneveld. Mijn ouders woonden daar in een eengezinswoning met bijna overal dubbelglas. Ook in dat huis hadden we last van vocht en schimmel.’

FEITEN EN CIJFERS VOCHT EN SCHIMMEL

Overlast door vocht en schimmel komt voor in zowel huur- als koopwoningen. Ongeveer 10 procent van alle klachten die de GGD krijgt, gaan over schimmel- en vochtproblemen binnenshuis. Die verhogen het risico op gezondheidsproblemen, zoals astma, luchtwegklachten en luchtweginfecties, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van het RIVM.

Vooral in woningen gebouwd voor 1992
 
Volgens het RIVM komt de overlast vooral voor in woningen die gebouwd zijn vóór 1992. Een derde van de sociale huurwoningen is gebouwd vóór 1967, daar komen vocht- en schimmelproblemen relatief vaker voor. In totaal kampt in Nederland ruim een half miljoen woningen (huur en koop) met dit soort problemen. Dit is 9 procent van alle woningen.

Registratie
Woningcorporatie Vestia verbeterde in 2016 de registratie van vocht- en schimmelmeldingen, na een klacht van een huurder. De corporatie registreerde in Den Haag 900 meldingen op 18.600 woningen: de afhandeling varieert van advies over het verwijderen van schimmel in de badkamer tot lekkages oplossen zoals het impregneren van een buitenmuur.

Tekst: Rutger Spanjer, Infographic: Pepijn Barnard