Volgend artikel

Interview

HOOGLERAAR ANKE VAN HAL

Over de succesfactoren voor duurzaamheid

7 minuten leestijd

Of een duurzaamheidsproject lukt hangt niet alleen af van techniek en geld. ‘Luister goed naar wat bewoners bezighoudt. Daarbij aansluiten is een belangrijke succesfactor’, zegt Anke van Hal. Zij is hoogleraar Sustainable Housing Transformation aan de TU Delft en hoogleraar Sustainable Building en Development aan Nyenrode Business Universiteit. Tegenwoordig doet ze ook in Canada onderzoek. ‘Het gaat niet alleen om energiebesparing of om minder CO2-uitstoot. Het gaat vooral over geluk.’

Jaren geleden kocht Anke van Hal een huis. Een mooie, nieuwe keuken stond destijds hoger op het lijstje dan investeringen in verduurzaming. Zelfs bij de specialist duurzaam bouwen van destijds. Nu is ze hoogleraar aan twee universiteiten. ‘Niemand is tegen duurzaamheid, maar het geeft nu eenmaal zelden de doorslag’, zegt ze. ‘Daarom moeten we het koppelen aan dingen die mensen echt belangrijk vinden.’ Het is een van de boodschappen die Van Hal gepassioneerd uitdraagt. Het nationale Energieakkoord uit 2013, de Energieagenda van de rijksoverheid uit 2016: Van Hal onderschrijft het belang, maar ze mist de bredere benadering. ‘In Nederland verengen wij duurzaamheid vaak tot het thema energie. Ook als het gaat om de gebouwde omgeving. De energieopgave is lastig en daarom hebben we de neiging die te versimpelen. Om te beginnen moeten we accepteren dat het complex is’, vindt Van Hal. ‘Uiteindelijk kunnen we dan veel meer bereiken.’ In plaats van over de energieopgave, praat Van Hal daarom liever over het klimaatprobleem. ‘Energiebesparing en nieuwe energievoorzieningen dragen bij aan de oplossing ervan. Maar we moeten meer aanpakken. Bijvoorbeeld ervoor zorgen dat regenwater weg kan en dat steden niet oververhit raken. Dan praten we gelijk ook over wat mensen echt belangrijk vinden: hun leefomgeving en hun levenskwaliteit.’

Corporaties zijn volop bezig met het verduurzamen van hun woningen. Dat is een heel grote opgave. Nu zegt u: er moet nog meer gebeuren.

‘De ambities van corporaties zijn prima. Op de korte termijn een inhaalslag maken met labelsprongen en voor de langere termijn werken aan CO2-neutrale woningen. Daarbij pleit ik er overigens voor om daar waar het kan, nu al meer te doen dan een renovatie naar label B. Als je alleen isoleert, is de stap naar energiezuinige installaties straks veel groter. Ik ben geen voorstander van een dogmatische aanpak waarbij je alle woningen meteen naar nul-op-de-meter brengt. Maar je moet wel in woningen de lat nu al zo hoog mogelijk leggen. We moeten immers gemiddeld op B uitkomen en voor veel woningen is dat heel ingewikkeld.’ 

‘Waar het kan, moet je nu dus al verder gaan. En dat is inderdaad een forse opgave. Maar juist door de energieopgave te koppelen aan andere zaken, ontstaan er meer mogelijkheden. Neem vegetatiedaken. Die zorgen voor isolatie, maar bufferen ook het water en leiden tot minder verstoffing van de omgeving. En als je er zonnepanelen oplegt, verhogen ze ook nog eens het rendement daarvan. Als je alleen maar met energiebesparing bezig bent, pas je niet zo snel vegetatiedaken toe, terwijl dat én energie bespaart én andere voordelen biedt. Een bredere aanpak betekent ook verder kijken dan alleen naar de woningen. De buurt en verdere omgeving moeten we er ook bij betrekken, het groen en water. En daar waar het moeilijk is om duurzame energie op de woning op te wekken, kan een corporatie bijvoorbeeld ook met de gemeente de mogelijkheid onderzoeken van een warmtenet met restwarmte uit de omgeving.’

Betutteling
Van Hal houdt zich al ruim 30 jaar bezig met verduurzaming van de bouw. Ze trekt graag lessen uit het verleden. Zo rondde ze met haar collega’s recent een onderzoek af naar de eco-wijken uit de jaren 90. Mensen wonen er nog steeds graag, zegt ze. ‘Dat komt vooral door de kwaliteit van de woonomgeving. De woningen zelf en de energetische technieken zijn vaak verouderd.

Wat opvalt, is de betutteling waarmee sommige maatregelen toen gepaard gingen. Ik heb er zelf ook aan bijgedragen. Neem de badkamers zonder bad. Een warm bad kost immers veel energie. Een ander voorbeeld zijn de toentertijd populaire serres. Die plaatsten bouwers voor de goed geïsoleerde buitengevel van de nieuwe huizen. Met het idee dat die ruimte in het voor- en najaar de lucht kon voorverwarmen zodat er minder energie nodig was. Wat deden de bewoners? Ze sloegen de buitenmuur eruit en trokken de serre bij de woonkamer. Het resultaat: een grote woonkamer, maar niet meer goed geïsoleerd.’

En laten we niet denken dat dit soort dingen nu niet meer gebeuren, zegt Van Hal. ‘We zijn nu weer de bloopers van vijftien jaar verder aan het creëren. Bijvoorbeeld nul-op-de-meterwoningen met vaste uitblaaspunten waardoor de plattegrond van de woning niet meer te veranderen is. Terwijl mensen vaak behoefte krijgen aan een andere indeling als hun huishoudsamenstelling of levensstijl verandert.’

HOMEMATES

Anke van Hal is mede-initiatiefnemer van het Canadian Dutch Sustainable Building & Planning Network en van HomeMates een onafhankelijk kennisplatform dat de aandacht wil vestigen op de derde, onderbelichte, succesfactor van energievriendelijk renoveren (naast goede techniek en voldoende budget): werken vanuit bewonersperspectief. Het platform verzamelt ook mooie verhalen.

Om dit soort fouten te voorkomen heeft ze een folder samengesteld met vragen die elke renovatiespecialist zich bij een project zou moeten stellen. Te vinden op de website van HomeMates, het kennisplatform dat Van Hal met collega’s heeft opgericht (zie kader).

Heeft u nog meer tips voor geslaagde duurzaamheidsprojecten?

‘Als ik professionals, ook van woningcorporaties, vraag wat de belangrijkste succesfactoren zijn, geven ze bijna altijd hetzelfde antwoord: het project moet betaalbaar zijn en technisch goed voldoen. Maar daarnaast is er nog een heel scala aan factoren met grote invloed op het slagen van duurzaamheidsprojecten. Wij noemen dit “de derde succesfactor”. Dan hebben we het over allerlei gedragswetenschappelijke, zeg maar “zachte” factoren.Een mooi voorbeeld daarvan komt uit Engeland. Daar maakte bijna niemand gebruik van een subsidie voor dakisolatie. Wat bleek? De grootste hobbel om het dak te isoleren was de grote puinhoop die de meeste mensen op hun zolder hebben. Nadat de isolatiesubsidie werd gecombineerd met een aanbieding voor een opruimhulp, wilden mensen hun dak wel isoleren.

‘Techniek en geld zijn niet de enige redenen waarom projecten soms niet lukken, belangrijk is dat de mensen het echt willen’

‘Techniek en geld zijn kortom niet de enige redenen waarom projecten soms niet lukken. Belangrijk is dat de mensen het echt willen. Renovatiespecialisten, dat geldt ook voor mijzelf, zijn echter vooral opgeleid met “harde” technische en financiële kennis. We moeten dat meer combineren met kennis over “zachte” factoren. Samen met onder meer Energieonderzoek Centrum Nederland, de TU Delft en Nyenrode doen we met HomeMates nu ook onderzoek naar onderliggende relevante gedragswetenschappelijke kennis. De derde succesfactor ontrafeld heet het onderzoek. We verwachten het resultaat eind dit jaar te publiceren.’

U doet ook onderzoek in Canada. Welke lessen leert u daar?

‘In Toronto woont een half miljoen mensen in torenflats. Hun sociaaleconomische omstandigheden zijn vaak niet goed. Duurzaamheid, energiebesparing: dat is wel het laatste waar deze bewoners mee bezig zijn. Wat mij fascineert, is hoe hier techneuten en social workers samen optrekken om vanuit de behoeften van de bewoners tot een aanpak te komen die ook bijdraagt aan het behalen van de energiedoelstellingen. Ze ontwerpen bijvoorbeeld eerst samen met de bewoners centrale moestuinen, knappen oude fietsen op. Sommige bewoners worden getraind in groenonderhoud en fietsen maken en krijgen een certificaat dat hun kans op werk vergroot. Hier pakt men duurzaamheid dus echt breed en integraal aan. Het thema energie wordt ook veel breder opgevat, net als in onze eco-wijken van destijds. Door lokaal voedsel te produceren, hoeft het niet van elders aangevoerd te worden. En ook als mensen meer fietsen bespaar je energie. Ondertussen wordt zo geleidelijk aan de wijk verbeterd, mensen leren elkaar beter kennen, voelen zich veiliger. Zo ontstaat er in een periode van gemiddeld drie jaar langzaamaan ook draagvlak onder de bewoners voor energiebesparing in de woning. Uiteindelijk telt voor hen ieder dubbeltje dat ze besparen op energie, maar je moet dat thema eerst zien te koppelen aan andere dingen die voor hen veel belangrijker zijn.’

Foto: Joris den Blaauwen

ANKE VAN HAL (51)

is praktijkhoogleraar Sustainable Housing Transformation (TU Delft) en hoogleraar Sustainable Building en Development (Nyenrode Business Universiteit). Tegenwoordig woont zij deels in Canada waar ze onderzoek doet naar duurzaamheid in de bestaande woonomgeving.

Hoe ziet u dit voor zich in Nederland?

‘Ook in sommige hoogbouwwijken in ons land kennen we grote sociaaleconomische problemen. Zitten politici en beleidsmakers met de handen in het haar over een juiste aanpak. Ik ben ervan overtuigd dat het winst oplevert wanneer we de aanpak van deze sociaaleconomische problemen combineren met onze duurzaamheidsdoelstellingen. Dus ik pleit ook hier voor een intensieve samenwerking tussen technische en sociaal georiënteerde professionals. En voor goed luisteren naar wat bewoners bezighoudt. Het gaat niet alleen om energiebesparing, het gaat ook niet alleen om minder CO2-uitstoot. Het gaat over streven naar geluk. En die ambities kunnen elkaar versterken.’ 

U zegt: verduurzaming van de gebouwde omgeving gaat ook over geluk. Nu gaan bestuurders van gemeenten en corporaties hun wenkbrauwen misschien toch fronsen.

Ze lacht. ‘Ja, dat is heel Nederlands. Geluk is blijkbaar een pretentieus woord, daar krijgen sommige mensen jeuk van. Kunnen we het niet over bewonerstevredenheid hebben, hoor ik dan. Maar geluk is meer dan niet ontevreden zijn. En uiteindelijk wil iedereen gelukkig zijn. Met relatief weinig kosten kun je kleine veranderingen in de gebouwde omgeving aanbrengen die positieve gevolgen hebben voor het klimaatprobleem en maken dat mensen gelukkiger zijn op hun plek. Groen in de omgeving maakt bijvoorbeeld aantoonbaar gelukkiger.

Streven naar geluk kan de motor zijn om mensen zo ver te krijgen dat ze energie besparen. Met alleen technische kennis krijgen we dat niet voor elkaar. Mooie verhalen vertellen, helpt ook. Negatieve verhalen onthouden we beter, ook dat is een bekend gedragswetenschappelijk gegeven. Over nul-op-de-meterwoningen doen bijvoorbeeld veel negatieve verhalen de ronde. Deels zijn die inmiddels achterhaald. Laten we elkaar dus meer verhalen vertellen over duurzaamheidsprojecten die goed gelukt zijn.’

TEKST: MARJON VAN WEERSCH