Volgend artikel
Aedes-Magazine editie 3-2018

Achtergrond

HUIZEN VERDUURZAMEN

Op weg naar een CO2-neutraal 2050

9 minuten leestijd

Hoe pakken we de verduurzaming van ruim 2 miljoen sociale huurwoningen aan? Daar is iets meer zicht op nu de routekaarten CO2-neutraal 2050 zijn ingevuld. Corporaties laten zien wat ze willen bijdragen. Maar ze kunnen het niet alleen. Corporaties in Groningen en in Amsterdam vertellen hoe zij met verduurzaming omgaan.

Woningcorporaties investeren natuurlijk al langer in het verduurzamen van hun woningen. De sociale huisvesters lopen daarmee voorop, vergeleken met de particuliere verhuurders en de koopsector. Nu zijn we in Nederland op weg naar een CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050. Hoe we dat precies gaan doen, weet nog niemand. Daarvoor is het tijdsbestek te lang. We weten nog niet welke oplossingen toekomstbestendig zijn en ondertussen gaan de technologische ontwikkelingen razendsnel. Wat we wel weten, is dat we niet kunnen wachten. Daarvoor is deze opgave te groot.

Vier scenario’s
Vorig jaar spraken de corporaties de ambitie uit om hun sociale huurwoningen vóór 2050 CO2-neutraal te maken. Aedes ontwikkelde vervolgens samen met onder andere een groep van 70 corporatiemedewerkers de Routekaart CO2-neutraal 2050. Met dit instrument kan elke corporatie daarvoor op hoofdlijnen haar ambities in beeld brengen. Gebaseerd op haar eigen woningvoorraad en lokale situatie. De routekaart hanteert daarvoor vier scenario’s. De eerste route bestaat uit het maximaal isoleren van het huis zoals het er staat (de woning binnen de schil). De mogelijkheden om gevel, dak, vloer en glas te isoleren worden dan optimaal benut. Bij route twee kiest de corporatie voor een nieuwe isolerende laag om de woning, een zogeheten BENG 1-isolatie (buiten de schil). De derde route bestaat uit maximaal isoleren plus toevoegen van zonnepanelen. De laatste route is de nul-op-de-meter-woning. Bij deze route heeft een huis geen externe energiebronnen meer nodig om CO2-neutraal te zijn (zie de infographic).

Infographic: Scenario's verduurzaming 2,1 miljoen huurwoningen (mei 2018)

Ruim 250 corporaties hebben hun ingevulde routekaart gedeeld met Aedes. Het gaat nog niet om concrete uitvoeringsplannen, wel geven de routekaarten samen een beeld hoe de verduurzaming van ruim 2,1 miljoen woningen aangepakt kan worden. Corporaties willen drie van de vier woningen verduurzamen door ze óf te renoveren tot nul-op-de-meter-woning (38 procent) óf door ze maximaal te isoleren en er zonnepanelen op te installeren (38 procent). Voor de overige half miljoen woningen bestaan de plannen uit isoleren binnen of buiten de schil van het huis.

Opgave en randvoorwaarden
De maatregelen aan de woning die corporaties willen nemen, leveren een CO2-reductie op van 70 procent. De resterende 30 procent moet komen van verduurzaming van de externe energiebronnen. Dat vraagt om gebiedsgerichte oplossingen met bijvoorbeeld warmtenetten die zijn aangesloten op een duurzame bron. Een CO2-neutrale gebouwde omgeving is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van een groot aantal partijen. Naast de corporaties zijn dat onder meer gemeenten, het Rijk, energieleveranciers en netbeheerders. Daarnaast is uiteraard de financiering van de opgave belangrijk: binnen de huidige financiële mogelijkheden van de corporaties is dit niet haalbaar. Dat is een nadrukkelijke boodschap die Aedes inbrengt in de gesprekken over het Klimaatakkoord dat het kabinet met allerlei partijen nog voor de zomer wil sluiten. Duurzaamheid is een maatschappelijke ambitie. Als Nederland het tempo wil versnellen, moet er dus wat gebeuren. Corporaties laten zien wat ze willen bijdragen. Maar ze kunnen het niet alleen.

Hoe komen corporaties tot de keuze van een scenario uit de routekaart? Dat laten we in dit artikel zien aan de hand van twee voorbeelden. We nemen u mee naar Groningen en naar Amsterdam.

Groningen: Wold & Waard

Woningcorporatie Wold & Waard heeft bijna 5.000 woningen verspreid over 34 dorpen in Groningen. De corporatie kiest ervoor om alle woningen, bestaande en nieuw te bouwen, nul-op-de-meter te maken en dus ook gasvrij. wat dat betekent voor bewoners speelt daarbij een belangrijke rol.

‘Het lijkt ver weg, 2050’, zegt programmamanager Esther de Jager. ‘Maar we hebben flink wat te doen als we onze hele woningvoorraad tegen die tijd CO2-neutraal willen hebben. We gaan meteen voor het einddoel. Als we de aanpassingen in tussenstapjes doen, redden we het niet. Bovendien krijgen bewoners dan steeds opnieuw geklus aan hun huis. Dat willen we niet. En het is voor ons ook financieel beter om het in één keer goed aan te pakken. Daarom kiezen wij ervoor om de woningen nul-op-de-meter (NOM) en gasvrij te maken.’

In een NOM-woning wordt de energie die de bewoner gebruikt in principe helemaal opgewekt door zonnepanelen. NOM is de meest ingrijpende van de vier routes uit de Aedes-routekaart.

Wold & Waard start dit jaar met een renovatieproef van 48 woningen in vier dorpen. ‘De buitenkant van de woning krijgt een heel nieuwe schil, de kozijnen worden vervangen, het dak krijgt zonnepanelen, binnen komt in plaats van de cv-ketel een warmtepomp, er komt warmte-terugwin-ventilatie. Kortom, een NOM-renovatie is inderdaad ingrijpend’, zegt De Jager. ‘Een aantal weken lang lopen er mannen door je huis en er wordt getimmerd en geboord. In deze eerste proef gaan we samen met bewoners kijken hoe we met zo min mogelijk overlast het beste resultaat kunnen behalen.’

Bewonersbetrokkenheid
‘Wij zijn natuurlijk niet de eerste corporatie die bestaande woningen “vernomt”. We hebben met de bewoners van de proefwoningen een uitstapje gemaakt naar een project van de Drentse corporatie Woonborg. Dat gaf een goed beeld van zo’n renovatie. “Zijn dit oudere woningen? Het lijkt wel nieuwbouw. En zo comfortabel warm”, waren de enthousiaste reacties.’ Wold & Waard heeft de bewoners ook betrokken bij de selectie van de aannemers. Dat gebeurde op een bijeenkomst in april waarbij meerdere aannemers hun plannen presenteerden. De Jager: ‘De bewoners stelden goede, praktische vragen. Bijvoorbeeld over de plek die installaties in hun huis krijgen.’

De corporatie heeft een woonconsulent aangesteld voor de NOM-renovaties. Die gaat bij alle bewoners langs om informatie te geven. Ook bij de uitvoering van de renovatie blijft de consulent betrokken. ‘Hij houdt in de gaten of de aannemers goed contact onderhouden met de bewoners en hun afspraken nakomen. Die ervaringen gebruiken we weer om het proces verder te verbeteren.’

Foto: Jeroen van Kooten

Arie (48) en Klaas Hoving (84) wonen in één van de 48 proefwoningen van Wold & Waard

‘Er komt een flinke verbouwing aan’

‘Ik woon samen met mijn vader. Hij woont hier al bijna 60 jaar en vindt de veranderingen spannend. Eerst dacht hij dat het gewoon een kwestie was “van het gas af, elektrische kookplaat erin, klaar!” Zo werkt het natuurlijk niet. Ik heb uitgelegd dat er een flinke verbouwing aankomt waarbij het hele huis een jasje krijgt. Niet alleen de wanden, ook het dak. Door die isolatie is ons huis nagenoeg tochtvrij. Maar isoleren, betekent ook ventileren. Daarom komt er in elk vertrek een warmte-terugwinsysteem. Dat zorgt allemaal voor flink wat rommel. Toch ben ik erg enthousiast. Zo’n energieneutrale woning is natuurlijk milieuvriendelijker. Bovendien gaan onze woonlasten omlaag.’

‘Nu betalen we zo’n 185 euro per maand aan gas en elektra en straks in plaats daarvan 115 euro aan de woningcorporatie, de energieprestatievergoeding. De corporatie heeft uitgelegd dat we straks wel nog vastrecht moeten betalen aan de energieleverancier. En als er te weinig zon is, betalen we ook mogelijk wat elektriciteit. Wold & Waard betrekt ons overal bij, dat geeft gemoedsrust. Zo konden we meestemmen in de aannemerskeuze. Ik vind het bijvoorbeeld belangrijk waar ze de installaties plaatsen. Als dat in de schuur is, wordt de woonruimte niet kleiner.’

‘De renovatie duurt ongeveer zes weken, dan wil je weten hoeveel mensen over de vloer komen. We hebben daar allemaal over gesproken. Voordat er ook maar een schroef de muur in gaat, komt de aannemer zelf langs om dat uit te leggen. De woonconsulent van Wold & Waard blijft ons de hele verbouwing bijstaan. Of het wonen straks anders is? Ook dat heeft de corporatie uitgelegd. Ik zie het als een nieuwe auto: die heeft andere bijgeluiden en vraagt ander rijgedrag. Na een tijdje ben je eraan gewend. Ik vind het een voorrecht dat we met deze pilot meedoen.’

Er zijn vier aannemers gekozen die elk in een dorp aan de slag gaan. Ze zijn vrij in de manier waarop ze de renovaties aanpakken, zolang de NOM-eisen maar gehaald worden. De Jager: ‘We zijn dit proefjaar geïnteresseerd in verschillende aanpakken en technieken. Om van te leren.’ De corporatie verwacht daarmee keuzes te kunnen maken om de woningvoorraad versneld tot NOM te renoveren.

De Jager: ‘Na dit proefjaar gaan we tot 2026 700 woningen aanpakken. Daarna schalen we weer op. Door het stap voor stap te doen verwachten we het meeste profijt van onze ervaringen.’ Nieuwe woningen worden door Wold & Waard al sinds 2016 NOM-gebouwd. De duurzaamheidsinvesteringen in de nieuwbouw en de renovatie betaalt de corporatie deels uit een bijdrage van de huurders in de vorm van de energieprestatievergoeding.

Anders wonen
De Jager verwacht dat de bewoners van de 48 woningen dit najaar midden in de renovatie zitten. Daarna volgt nog een ingrijpende verandering. ‘Het wonen in een NOM-huis is anders. Bewoners moeten anders omgaan met de verwarming en het ventileren. Door de aanpassingen is het niet nodig de thermostaat ’s nachts lager te zetten. Ook is er geen gasaansluiting meer. Koken moet op elektriciteit. Over die aspecten zijn de bewoners goed geïnformeerd. En daar gaan we mee door: als de huizen klaar zijn, komt een energiecoach bij de mensen thuis.’

Amsterdam: Stadgenoot 

De Amsterdamse woningcorporatie Stadgenoot is één van de vijf corporaties met de oudste woningen van ons land. Daar zitten flink wat monumenten en veel gestapelde bouw bij. Hoe gaat deze corporatie haar 30.500 woningen CO2-neutraal verduurzamen?

Tot nu toe was Stadgenoot vooral bezig met het verbeteren van complexen om gemiddeld energielabel B te halen. Dat blijft de corporatie doen omdat dit in de corporatiesector en met de gemeente is afgesproken. ‘Maar het verbeteren van het label is slechts een middel’, zegt senior beleidsadviseur Maarten de Laat. ‘Het beperken van de CO2-uitstoot is een doel dat vraagt om veel meer dan kortetermijn-labelstappen. Daarvoor zijn toekomstbestendige oplossingen nodig.’

Hoe gaat Stadgenoot dat aanpakken? Een volledig CO2-neutrale woningvoorraad is voor ons niet haalbaar, legt De Laat uit: ‘Omdat we veel gestapelde bouw hebben, is er relatief weinig ruimte om energie op te wekken. Bovendien hebben we veel oude woningen waaronder veel monumenten. Dat maakt een hoog isolatieniveau vaak onhaalbaar.’ Externe energiebronnen blijven daarom nodig om een groot deel van de woningen van warmte of elektriciteit te voorzien. Daarom is de CO2-reductie voor Stadgenoot óók een zaak van andere partijen, zoals de gemeente, netbeheerders en energiebedrijven. ‘Het is een gemeenschappelijke opgave’, benadrukt De Laat.

Stap voor stap
‘Voor de bestaande bouw is die opgave enorm en dat gaan we stap voor stap realiseren. Daarbij kijken we goed naar innovaties in de markt en haken daarop aan als die succesvol zijn’, zegt De Laat. Bij de stapsgewijze aanpak om de woningen CO2-neutraal te maken, legt Stadgenoot voor haar hele woningvoorraad eerst de nadruk op een goede isolatie. Binnen de mogelijkheden van een gebouw. Daarna streeft Stadgenoot naar het maximaal haalbare aantal zonnepanelen. ‘Dat past binnen een no regret-aanpak: in het isoleren zijn niet veel innovaties en prijsdalingen te verwachten, dus is het verstandig ons hier nu op te richten. Met het isoleren maken we het onze huurders mogelijk om energie te besparen en zo hun woonlasten te verlagen.’ Omdat onderzoek aantoont dat het niet vanzelfsprekend is dat bewoners dit gaan doen, gaat Stadgenoot ook samen met de gemeente energiecoaches inzetten om bewust energiegedrag bij bewoners te stimuleren. ‘Alles wat je aan energie bespaart, hoef je niet op te wekken’, zegt De Laat. ‘Dat is ook belangrijk omdat de alternatieve warmtebronnen nog maar beperkt voorradig zijn en nog niet altijd CO2-neutraal.’

Foto: Jeroen van Kooten

Carla Muthing (57) woont in het gebouw met het grootste dak van Stadgenoot

‘Die zonnepanelen zijn het begin’

‘In dit gebouw woonden vroeger alleen bejaarden, nu is De Drecht een flat voor senioren. Ik ben secretaris van de bewonerscommissie. Wij zijn zelf – en vooral onze voorzitter – gaan nadenken over zonnepanelen. Het gebouw heeft het grootste dak van alle panden van de woningcorporatie. Dan is het toch zonde om dat niet te gebruiken? Stadgenoot was het met ons eens. Het dak wordt nu klaargemaakt voor zo’n 1.600 zonnepanelen. Waarom wij dit willen? De regering wil toch dat we allemaal wat milieubewuster gaan leven. Bovendien wordt de elektriciteit veel duurder.’

‘De zonnepanelen zijn in eerste instantie voor het gemeenschappelijk elektriciteitsgebruik, zoals de lift en de verlichting in de algemene ruimtes. Dat betalen we via de servicekosten. We gaan straks een bijdrage van zo’n zes euro per maand betalen en krijgen gegarandeerd minimaal zeven euro verlaging van de energiekosten. Dat is een besparing van ongeveer tien euro per jaar. Dat is natuurlijk geen vetpot. Maar die verlaging is wel gegarandeerd. En we vinden het klimaat ook belangrijk. Als er energie overblijft, kunnen we dat gebruiken in onze eigen woningen. Het is dus een begin.’

‘Verder gaat Stadgenoot LED-verlichting aanbrengen. We hebben hier 311 woningen en heel lange gangen waar heel veel lampen branden. Dat zal dus ook in elektra gaan schelen en dan kunnen we nog meer gaan besparen.’

Ondertussen onderzoekt Stadgenoot samen met de andere Amsterdamse corporaties, de gemeente, netbeheerders en energieleveranciers hoe 10.000 bestaande woningen op korte termijn aardgasvrij kunnen worden. ‘Aansluiting op het warmtenet zal voor het grootste deel van Amsterdam de goedkoopste oplossing zijn’, zegt De Laat. Van de 30.500 woningen van Stadgenoot zijn er al bijna 1.800 aangesloten op het warmtenet. Voor 70 procent van de woningen van Stadgenoot zijn er (op termijn) kansen voor aansluiting op het warmtenet. Maar de bronnen van het Amsterdamse warmtenet – afvalverbranding en een gasturbine – zijn nog niet CO2-neutraal. Bovendien is het nu een gesloten systeem van een monopolist. ‘Stadgenoot en de andere corporaties willen een open systeem waarbij meerdere duurzame leveranciers met lokale warmtebronnen kunnen aansluiten’, zegt De Laat. ‘Dan hebben huurders keuzevrijheid en worden de prijzen lager.’

Haalbare investeringen
De CO2-doelstelling is een enorme uitdaging, concludeert De Laat. ‘Wij nemen onze verantwoordelijkheid en gaan zoveel mogelijk op natuurlijke momenten in de woningen aan de slag, bijvoorbeeld bij verhuisonderhoud en woningverbetering. Zo minimaliseren we onze kosten en de overlast voor bewoners. Bij het nieuw bouwen van woningen kunnen we het in één keer goed doen: zonder aardgas en goed geïsoleerd. Daarbij gaan we ook de mogelijkheid van nul-op-de meter-woningen onderzoeken.’ Maar voor het grootste deel van de CO2-neutrale opwekking heeft Stadgenoot energieleveranciers en overheden nodig. ‘Uiteindelijk moet de overheid ervoor zorgen dat het elektriciteitsnet en het warmtenet volledig CO2-neutrale energie leveren. Het is een uitdaging voor ons en die andere partijen, waaronder ook aannemers en installatiebedrijven, om de routes naar CO2-neutraal betaalbaar te houden. De investeringen moeten haalbaar zijn en de totale woonlasten van huurders mogen niet stijgen.’


tekst: marjon van weersch