Volgend artikel
Aedes-Magazine editie 6-2017

Opinie

‘Strijd corporaties tegen Europese inkomensgrens actueler dan ooit’

Ria Koppen, financieel bestuurder bij Haag Wonen, namens corporaties die procederen tegen ‘DAEB-besluit’

3 minuten leestijd

De Europese Commissie legde de Nederlandse corporaties in 2009 een inkomensgrens op. Dit ‘DAEB-besluit’ maakte onze (brede) volkshuisvesting tot strikt ‘sociale huisvesting’. Al zeven jaar strijdt een groep corporaties bij het Europese Hof tegen dit besluit. Die strijd is actueler dan ooit, gezien het langzaam verdwijnen van gemengde wijken en het tekort aan middeldure huurwoningen.

Woningcorporaties krijgen staatssteun. Althans, zo ziet de Europese Commissie de overheidsgarantie op leningen van corporaties – ook al hebben corporaties die garantie nog nooit aangesproken. Halverwege het eerste decennium van deze eeuw nam de Commissie met die bril op de sociale huisvesting in Nederland onder de loep. Omdat corporaties deze ‘staatssteun’ ontvangen, zouden zij gebonden zijn aan Europese regels voor diensten van algemeen economisch belang (DAEB). Dat houdt in dat zij alleen ‘sociaal achtergestelde huishoudens’ mogen huisvesten. En dus niet de ‘net iets minder kwetsbare groepen’, zoals de verpleegster of politieagent met een middeninkomen. De Commissie voerde de druk op de Nederlandse overheid op, vooral nadat de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed Nederland (IVBN) een klacht indiende in Brussel. De woningcorporaties zouden investeringen in het middensegment dwarsbomen.

Inkomensplafond
Gevolg was het DAEB-besluit in 2009, waardoor een – tamelijk bot – inkomensplafond voor onze sociale huisvesting geldt. In april 2010 besloot een groep corporaties het besluit aan te vechten bij het Europese Hof. Deze strijd sleept zich zeven jaar later nog voort. Terwijl corporaties inmiddels het tegenovergestelde van staatssteun ontvangen: via de verhuurderheffing dragen ze zelfs netto bij aan de staatskas. Toch lag het DAEB-besluit aan de basis van de in 2015 ingevoerde Woningwet.

Steeds meer mensen die net iets meer verdienen dan het Europese inkomensplafond hebben tegenwoordig moeite een woning te vinden. De hoop dat commerciële partijen de ruimte in het middensegment zouden opvullen, bleek onterecht. Terwijl de overheid daar wel haar best voor deed: minister Blok reisde stad en land af om de huursector en het corporatiebezit aan te prijzen bij beleggers. Het mocht niet baten. 

Illustratie: Menno Wittebrood

De rendementen zijn kennelijk te gering voor beleggers. De echte problemen zijn niet aangepakt: terwijl de sociale huursector noodgedwongen kromp, werd de omvang van de sociale doelgroep juist groter en nam de gekte op de woningmarkt alleen maar toe.

Buurten verzwakken
In de loop der jaren zorgde het EU-besluit ervoor dat wijken minder gedifferentieerd werden en dat sommige wijken alleen nog uit kwetsbare huishoudens bestaan. Met alle gevolgen van dien voor de leefbaarheid en de kansen van bewoners: de buurten verzwakken. De Europese inkomensgrens werd ook ingezet om ‘scheefwoners’ aan te wijzen en te bewegen te verhuizen. Dezelfde scheefwoners die eerder door de politiek en corporaties als het cement van een sterke wijk werden gezien.

Intussen sleept de rechtszaak zich voort. Na jarenlange procedurele bezwaren van de Commissie bevestigde het Europese Hof in maart 2017 – na zeven jaar – dat de argumenten van woningcorporaties behandeld moeten worden. Als de corporaties uiteindelijk gelijk krijgen van de rechter, dan krijgt Nederland de bevoegdheid terug om zélf te beslissen voor wie sociale woningbouw bestemd is. Op nationaal, maar vooral ook lokaal niveau.

Omslag
De tijd is rijp het starre DAEB-besluit te herzien. Lokale bestuurders wijzen op de investeringskracht van corporaties om het gat in het middensegment op te vullen, eventueel samen met de commerciële sector. Ook op nationaal niveau lijkt de tijd rijp. Het kersverse regeerakkoord wijst erop dat de verantwoordelijkheid van lidstaten op terreinen zoals volkshuisvesting onnodig ingeperkt wordt door de EU. Ook in Brussel is inmiddels een omslag te zien: de Europese Investeringsbank financiert ook Nederlandse corporaties. De EU heeft grote ambities op het gebied van verduurzaming van corporatiewoningen en geeft in beleidsstukken aan dat sociale huisvesting er niet alleen moet zijn voor de allerarmsten, maar ook voor anderen die dit nodig hebben. En dat ook het creëren van gemengde wijken een ‘dienst van algemeen economisch belang’ is. Het lijkt erop dat de starre houding van de Commissie plaatsmaakt voor waardering voor de rol van corporaties in de samenleving.

Meer vrijheid, meer lokaal
Als niet Brussel, maar de Nederlandse regering en gemeenten weer mogen bepalen wie er toegang krijgt tot corporatiewoningen, kunnen zij hun toewijzingsbeleid weer laten aansluiten op de lokale behoeften. Gemeenten, huurdersorganisaties en corporaties weten zelf het beste wat er nodig is in hun dorp of stad. Laten we hopen dat de Europese Commissie dit na jarenlange juridische touwtrekkerij ook inziet. 

Deze opiniebijdrage verscheen eerder in de nieuwsbrief en op de website van Ruimte en Wonen.