Volgend artikel
Aedes-Magazine editie 4-2019

Zestien uit tweeëndertig

Zef Hemel

3 minuten leestijd

16 min of meer persoonlijke vragen en 16 vragen over sociale huisvesting. Deze keer beantwoordt Zef Hemel, planoloog, 16 van deze vragen. 

1 Aan welk huis bewaart u de beste herinneringen?

‘Dat was de Noorderstraat in Amsterdam. We woonden antikraak boven de machinefabriek in een bouwvallig zeventiende-eeuws pand. We hebben een goddelijke tijd gehad daar, pal achter de Prinsengracht, met een zee aan ruimte.’

24 Als u de baas was van Aedes, wat zou u als eerste doen?

‘De boel eens flink opschudden. Als er een urgent vraagstuk is in Den Haag, dan is het wonen en sociaal wonen. De wachttijden zijn zo lang, het ministerie is verdwenen, de hoeveelheid daklozen groeit enorm. En dat in Nederland.’

22 Moet een overlastgever de wijk uit?

‘Wat een rare vraag. Hij moet opvang krijgen. Vroeger hadden we manieren om daarmee om te gaan. Er zijn andere oplossingen, menselijker met aandacht en begeleiding.’

21 Waar moet de hoogte van de huur van afhangen?

‘Van draagkracht. Ik vind dat mensen niet meer dan een kwart van hun inkomen kwijt moeten zijn aan woonlasten.’

28 Wat zou u doen aan de wachttijden voor een sociale huurwoning?

‘Ik zou ze willen halveren, geen idee hoeveel woningen daarvoor nodig zijn en wat dat kost. In Singapore hebben ze 80 procent sociale huur om de inwoners te beschermen tegen de buitenlanders die er willen wonen. In Nederland internationaliseren we zo snel, dat we onze huurders ook beter moeten beschermen.’

‘Ik vind dat mensen niet meer dan een kwart van hun inkomen kwijt moeten zijn aan woonlasten’

5 Hoe ervaart u uw dagelijkse woon-werkverkeer?

‘Ik ben blij dat ik dat op de fiets of lopend kan doen. Ik weiger nog langer met de auto te gaan.’

29 Stel u gaat op proef wonen in een corporatiewoning, waar zou u op letten?

‘Het eerste is de gehorigheid. Ik ben erg gevoelig voor geluiden en vind geluidoverlast het ergste dat er is. Ik zou ook letten op de levendigheid. Een uitgestorven buurt vind ik vreselijk. Ik wil rust in huis en reuring op straat.’

17 Zijn er in 2050 nog woningcorporaties?

‘Dat is de vraag. Ik geloof heilig in wonen in coöperaties: verbanden van vrienden en bekenden die samen gaan wonen in een groot pand. Niet in huizen van grote woningcorporaties. Die kennen hun huurders niet meer, die zijn geanonimiseerd. Alles draait om efficiëntie. Wonen is iets persoonlijks en moet iets sociaals zijn.’

‘Termen zoals scheefwonen, doelgroepenhuisvesting en inkomensgrenzen zijn technisch, uiteindelijk gaat het over mensen’

30 Wat vindt u positief aan de sociale huisvesting in Nederland?

‘De geweldige geschiedenis. Die is zo mooi. Solidariteit proef ik niet meer door de anonimisering. Humaan is het nog wel: we zorgen goed voor elkaar. Jammer is dat sociale huisvesting naar het economisch domein is verplaatst. Termen zoals scheefwonen, doelgroepenhuisvesting en inkomensgrenzen zijn technisch, uiteindelijk gaat het over mensen.’

26 Hoeveel huurwoningen heeft Nederland nodig?

‘De bevolking groeit en vooral het aantal eenpersoons huishoudens. Dus zijn er veel kleine huurwoningen nodig, vooral in de steden voor mijn studenten en jonge werkende mensen. Honderdduizenden relatief kleine huurwoningen.’

Foto: Jeroen Poortvliet

10 Met wie zou u het liefst een uur in de lift vastzitten?

‘Rineke Dijkstra, de fotografe. Ze fotografeert mensen en laat nu mensen aan het woord over de Nachtwacht van Rembrandt. Zo mooi. Hoe meer je met mensen praat, hoe beter je ze begrijpt.’

15 Wanneer was u voor het laatst verschrikkelijk boos?

‘Hahaha….Daarvoor moet ik even in mijn geheugen graven. Toen ik directeur van de Academie voor Bouwkunst was in Rotterdam en we naar Heijplaat moesten verhuizen. Ik wou het niet en was zo kwaad dat ik ben weggelopen. Ik heb mijn spullen gepakt, ben verhuisd en in Amsterdam gaan wonen en werken.’

12 Wat vindt u zo belangrijk dat u het wilt meegeven aan de volgende generatie?

‘Ik probeer mijn studenten net als mijn kinderen duidelijk te maken dat je zelfontplooiing alleen met anderen bereikt. Dat vind ik zo mooi. Hoe socialer je je gedraagt, hoe beter je je ontwikkelt.’

‘Als ik zeg dat ik steden bouw, krijg ik stomverbaasde reacties’

4 Hoe duurzaam is uw eigen woning?

‘Ik ben net uit de verbouwing. We hebben de tuinkamer opnieuw opgetrokken en goed geïsoleerd met dubbelglas. Verder nog een karrenvracht aan plannen. We doen het in stapjes, we komen van ver in dit vroeg twintigste-eeuwse huis.’

13 Uw buurmeisje van acht vraagt wat voor werk u doet. Wat antwoordt u?

‘Ik ben planoloog. Dat begrijpt ze niet, maar als ik zeg dat ik steden bouw, krijg ik stomverbaasde reacties. Mensen weten vaak niet dat zoiets bestaat.’

16 Wat doet u zaterdagochtend?

‘Uitgebreid ontbijten en de opstelling van het hockeyteam van mijn dochter in elkaar zetten, want ik ben de coach. Het is aanpoten, maar leuk om de tactiek en strategie te bedenken bij een croissantje.’

Zef Hemel (63)

Planoloog, Wibautleerstoel, hoogleraar Grootstedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam en visionair.

tekst: elske koopman