Volgend artikel
Aedes-Magazine editie 4-2020

Interview

‘SOCIALE HUURSECTOR IS EEN KROONJUWEEL‘

Aedes-voorzitter Martin van Rijn

8 minuten leestijd

De centrale overheid mag van hem de regie op de woningmarkt weer meer naar zich toe trekken. Corporaties moeten zich in hun ambities niet laten afremmen door de verhuurderheffing. En de revival van het woord volkshuisvesting is een goede zaak. Maak kennis met Martin van Rijn, sinds 1 september de nieuwe voorzitter van Aedes.

Dat 2020 een bijzonder jaar is, lijkt een understatement. Maar voor sommigen was dit jaar nét even iets markanter dan voor anderen. Voor Martin van Rijn (64) bijvoorbeeld.

Eind maart, aan het begin van de coronacrisis, plukte het kabinet hem weg bij de Reinier Haga Groep. Minister voor medische zorg Bruno Bruins moest om gezondheidsredenen een stap terug doen. Met zijn jarenlange ervaring in de zorg – hij was van 2012 tot 2017 onder meer staatssecretaris van VWS – leek Van Rijn de geknipte kandidaat.

Ambities
Na drie maanden gaf hij het stokje door. In juli werd Van Rijn door de leden benoemd als nieuwe voorzitter van Aedes, waar hij op 1 september is begonnen. Gezien zijn achtergrond niet zo vreemd. Hij werkte de eerste twintig jaar van zijn loopbaan bij het ministerie van VROM en was daar als plaatsvervangend directeur-generaal verantwoordelijk voor het grotestedenbeleid en de sociale huursector.

Van Rijn zit inmiddels een paar maanden in het zadel. Een goed moment om hem – online in zijn werkkamer, tegen een achtergrond van boekenkasten – te vragen naar zijn eerste ervaringen en zijn ambities.

Waarom hebt u gekozen voor Aedes?

‘Volkshuisvesting heeft, net als de zorg, altijd een warme plek in mijn hart gehad. Ik heb aan het begin van mijn loopbaan lang bij het ministerie van Volkshuisvesting gewerkt, ik was zelfs nog een tijdje hoofd Toezicht woningcorporaties. Dus het was ook wel een beetje thuiskomen.’

U loopt hier nu een aantal maanden rond. Wat vindt u van de organisatie en van de vereniging?

‘Tijdens mijn kennismakingsronde viel mij een aantal dingen op: iedereen vindt het plezierig dat ik het woord volkshuisvesting gebruik. Dat is uit de mode geraakt. Terwijl wat corporaties doen en willen doen gewoon met volkshuisvesting te maken heeft: zorgen voor betaalbare woningen voor mensen die het niet al te breed hebben, nu en in de toekomst. En zorgen dat die woningen goed beheerd worden. Een klassieke taak.’

‘Ik merkte dat volkshuisvesting een andere gevoelswaarde heeft dan wonen of woningmarkt, dat vind ik mooi om te zien. Verder zie ik heel betrokken mensen die zich goed bewust zijn van de grote opdrachten die voor ons liggen. We hebben eigenlijk weer te maken met een nieuwe woningnood. Daar komen bij de verduurzaming, betaalbaarheid – in een totaal andere context – en de sociale cohesie in wijken en buurten.’

‘We hebben natuurlijk ook te maken met de verhuurderheffing. Toch zitten corporaties niet bij de pakken neer. Dat juich ik toe. We moeten redeneren vanuit de opgave, niet zozeer vanuit de belemmeringen door wet- en regelgeving.’

Foto: Phil Nijhuis

U hebt van 1980 tot en met 2000 gewerkt bij het ministerie van VROM in de volkshuisvesting. Wat is er in de tussenliggende decennia veranderd?

‘Er is een tijd geweest dat we veronderstelden: de woningnood is voorbij. Dat was in de tijd van de grote Vinex-wijken. De woningbehoeftecijfers liepen terug, we gingen van kwantiteit naar kwaliteit. Dat is veranderd.’

‘De vraag is weer actueel wat corporaties in het sociale domein nu wel en niet moeten doen. We beseffen weer veel meer dat wonen, zorg, welzijn en veiligheid in wijken en buurten echt met elkaar verbonden zijn. Dat die niet zonder elkaar kunnen, dat we veel meer de verbinding moeten benadrukken.’

‘Mede door deze veronderstelling, maar ook door het gebrek aan bouwlocaties en trage bouwprocedures, zie je dat de realisatiecijfers van corporaties niet altijd op 100 procent zitten. Daardoor ontstond het beeld dat corporaties geld over hebben. Daar kwam de financiële crisis nog eens overheen. Dat samen stond aan de basis van de verhuurderheffing en de gedachte dat de markt het misschien maar beter kon oppakken.’

Wat zijn voor u momenteel de belangrijkste speerpunten?

‘In ieder geval de nieuwe woningnood. Die heeft een moeilijke dimensie. De bouwcapaciteit vormt een belemmering. Binnenstedelijk bouwen is ingewikkelder dan buitenstedelijk. Grote bouwlocaties zijn er niet meer. We moeten ons afvragen of die voor een deel moeten terugkomen. Want als we echt veel moeten bouwen is het de vraag of dat allemaal binnenstedelijk kan.’

‘Er moeten structurele maatregelen komen om ervoor te zorgen dat woningcorporaties de nieuwbouwopgave aankunnen’ 

‘Tweede speerpunt, wat ik al noemde: de sociale cohesie in wijken en buurten. Die vraagt om goede samenwerking. Als een corporatie iemand die dakloos is of iemand die bij een zorginstelling aanklopt een woning biedt, dan moeten we ook afspreken welke zorg en begeleiding zo iemand krijgt. Anders heeft de persoon zelf er niets aan, en de buurt ook niet.’

Wat vindt u van het huidige kabinetsbeleid op het gebied van de sociale woningbouw?

‘De politiek, en dat geldt dus ook voor dit kabinet, ziet dat een aantal dingen moet veranderen. Er is een taskforce opgericht om de nieuwbouw verder aan te jagen, de markttoets om middenhuur te realiseren is opgeschort, er is een korting op de verhuurderheffing als er geïnvesteerd wordt in nieuwe woningen.’

‘Dat juich ik toe. Maar we moeten oppassen dat het niet blijft bij lapmiddelen. Er moeten structurele maatregelen komen om ervoor te zorgen dat we die opgave aankunnen.’

Wat zijn dan die structurele maatregelen?

‘Enerzijds zorgen voor meer bouwlocaties en bouwprocedures versnellen. Ervoor zorgen dat gemeenten meewerken wanneer het gaat om bijvoorbeeld grondprijzen, dat er letterlijk en figuurlijk wat ruimte is voor corporaties om met andere partijen de sociale cohesie te bevorderen. En de investeringsruimte voor corporaties moet groter, dus de verhuurderheffing moet eraf.’

Foto: Phil Nijhuis

MARTIN VAN RIJN (1956)

begon zijn loopbaan in 1980 bij het toenmalige ministerie van VROM waar hij vanaf 1995 plaatsvervangend directeur-generaal was. In de periode 2000-2007 werkte hij als directeur-generaal bij de ministeries van BZK en VWS. In 2008 werd hij bestuursvoorzitter van pensioenuitvoerder PGGM. Van 2012 tot 2017 was hij staatssecretaris van VWS in het kabinet-Rutte II. Tot zijn beëdiging als minister voor Medische Zorg en Sport in maart 2020 was hij voorzitter van de raad van bestuur van ziekenhuisgroep Reinier Haga.

‘Maar nogmaals anderzijds – en dat vind ik heel belangrijk: als we de handen uit de mouwen willen krijgen, moeten we beginnen met iets te willen en na te denken over hoe we dat kunnen realiseren. En vervolgens kijken: welke problemen komen we tegen en hoe lossen we die op? In die volgorde.’

Is er voldoende centrale regie?

‘Als je de grote bouwopgave wilt realiseren, moeten er bouwlocaties zijn en moeten corporaties en gemeenten afspraken maken over waar wat wordt gebouwd en hoeveel. Dan komt de vraag: is het genoeg, in het juiste tempo? Toen ik bij VROM zat, hadden we een afdeling planbehandeling. Die behandelde helemaal geen plannen, maar keek: wat is er afgesproken, wat moet welke regio realiseren? En ging er vervolgens achteraan als de prestaties achterbleven. Dat hielp.’

‘We moeten beginnen met iets willen en pas daarna kijken welke problemen we tegenkomen en hoe we die oplossen’

Is die centrale regie minder geworden?

‘Ja, dat denk ik wel. Er is nu ook geen ministerie van Volkshuisvesting meer. Dat wil niet zeggen dat dit allesbepalend moet zijn, maar het helpt wel.’

Minister Ollongren heeft met Aedes en VNG afgesproken om gezamenlijk binnen twee jaar te groeien naar een bouwproductie van minimaal 25.000 woningen per jaar. Is dat haalbaar? In 2018 bouwden de corporaties gezamenlijk niet meer dan 13.000 nieuwe sociale huurwoningen.

‘We moeten het haalbaar maken. Maar als we blijven praten in de zin van: het is heel moeilijk, er zijn veel belemmeringen, dan weten we zeker dat het niet lukt. Ik zeg er ook altijd bij: wij kunnen dit, we hebben in de loop van de geschiedenis niets anders gedaan dan dit. Dat gaan we gewoon weer doen.’

De financiële slagkracht van corporaties staat onder druk. Wat gaat u hieraan doen?
‘Daar kan de afschaffing van de verhuurderheffing helpen, to put it mildly. En ten aanzien van de verduurzaming van woningen: hoeveel middelen wil de overheid daarvoor uittrekken? Je kunt veel van corporaties vragen, maar daar zal ook wat geld bij moeten.’

‘In Brussel speelt dezelfde discussie. Daar werkt men aan een groot herstelplan voor de economie. Brussel zegt: gebruik nou een groot deel daarvan voor de verduurzaming van woningen. Ik hoop dat de Nederlandse regering dit oppikt, want dan snijdt het mes aan twee kanten: verduurzaming van woningen en een stimulans voor de economie.’

Hoe ziet u de samenwerking met andere partijen?

‘De opgave die voor ons ligt, is zo groot dat de tijd van domeingevechten voorbij is. Waar het maar enigszins kan, moeten we samenwerken. We hebben elkaar hartstikke hard nodig.’

‘De gezamenlijke opgave die voor ons ligt, is zo groot. De tijd van domeingevechten is voorbij’ 

‘Er is in Nederland veel meer consensus dan voorheen over wat er moet gebeuren voor de woningmarkt en de volkshuisvesting. Daarom moeten we als woningcorporaties over onze eigen toekomst gaan. En komen met een gezamenlijk plan voor wonen.’

Foto: Phil Nijhuis

Martin van Rijn in gesprek met Marijke Wijnands. Zij huurt een energiezuinige woning van woningcorporatie Staedion in de Tuinen van Morgenstond in de Haagse wijk Morgenstond. Lees ook het commentaar van Van Rijn in dit Aedes-Magazine.

En hoe kijkt u aan tegen de samenwerking met de gemeenten?

‘Op de terreinen wonen, zorg en welzijn hebben grote hervormingen plaatsgevonden. De rode draad is: hoe breng je de verantwoordelijkheid meer naar lokaal niveau? Zou je alles vanuit Den Haag normeren en regelen en voorschrijven waarop mensen recht hebben, dan kijk je eigenlijk niet naar deze lokale verschillen.’

‘Je moet ervoor zorgen dat de ontkokering die op rijksniveau heeft plaatsgevonden, niet op gemeentelijk niveau terugkomt. Gemeenten hebben goud in handen omdat ze de verantwoordelijkheid voor zorg, welzijn, veiligheid en wonen met elkaar in verbinding kunnen brengen. Dan wil je dat de wethouders zorg en wonen met zorg- en wooninstellingen afspraken maken die een verbreding zijn van de prestatieafspraken en die wederkerig en niet vrijblijvend zijn.’

‘Dat is een randvoorwaarde om te komen tot meer leefbaarheid en sociale cohesie in wijken. Dat is een heel belangrijk punt voor de komende tijd. Eigenlijk roepen zowel corporaties als zorg- en welzijnsinstellingen gemeenten op om de regie te nemen.’

U zat als staatssecretaris in het kabinet dat de verhuurderheffing invoerde. Hoe kijkt u daar achteraf op terug?

‘Het had deels te maken met het tijdsgewricht: de gedachte dat de woningnood afnam en dat de markt meer zou kunnen doen. Bovendien: de verhuurderheffing was gewoon een crisisheffing. Het was alle hens aan dek.’

‘We zitten nu weer in een crisis. En moeten investeren om deze te boven te komen. Dan helpt verlaging van de belastingdruk voor corporaties zeer. De heffing was misschien nog wel te begrijpen toen zij werd ingevoerd, maar het handhaven van de verhuurderheffing nu is niet uit te leggen.’

U bent eerder dit jaar als minister nog een aantal maanden verantwoordelijk geweest voor de aanpak van de coronacrisis. Als voorzitter van Aedes krijgt u een andere crisis op uw bord: de woningnood. Wat is voor u de taaiste uitdaging?

‘De coronacrisis is natuurlijk onheil dat van buiten op ons afkomt, waarvan we, zeker in het begin, weinig afwisten. De premier heeft wel eens gezegd: met 50 procent inzicht moeten we 100 procent beslissingen nemen. Dat is natuurlijk een heel heftige crisis, onvergelijkbaar met de woningnood.’

‘Maar we hebben het geluk dat we in Nederland corporaties hebben, die heel veel weten van volkshuisvesting, wonen en van betaalbaar bouwen. Die kennis en ervaring moeten we gebruiken om de wooncrisis te bestrijden. Laten we trots zijn dat we zo’n sociale huursector hebben. Ik vind dat een kroonjuweel van Nederland.’

Meer horen over de uitdagingen en dilemma's in de sociale woningbouw in Nederland? Beluister dan afleveringen uit de podcastserie Meer dan een huis.
In elke aflevering gaat presentator Quintin Wierenga op zoek naar antwoorden op prangende vragen over leefbaarheid, duurzaamheid, woningnood, wonen en zorg en andere aspecten van het sociale huurstelsel.

tekst: jan smit