Volgend artikel

Interview

‘HOE GAAN WE OM MET DATA?’

Marleen Stikker, internetpionier en filosoof

6 minuten leestijd

Marleen Stikker, internetpionier en filosoof, kijkt kritisch naar de toepassingen van digitale technologie. Maar ze is er zeker niet tegen. Volgens haar is het nodig om een fundamentele discussie te voeren over hoe organisaties – ook corporaties – data van hun gebruikers inzetten.

Sinds haar televisieoptreden in Zomergasten in 2018 is Marleen Stikker, internetpionier en filosoof, een veelgevraagd gastspreker. In de ochtend voor dit interview hield ze een verhaal bij de ANWB, een dag na het interview was ze te gast bij de VNG. Haar kritische boodschap over internet vindt bij steeds meer organisaties gehoor. Ze vindt dat internet zich in 25 jaar heeft ontwikkeld tot een wolf in schaapskleren op hippe sneakers.

Waarden

Haar kritiek richt zich in de eerste plaats op grote techbedrijven als Google en Facebook die gratis verkregen data van gebruikers verhandelen om winst te maken. Maar ze vindt ook dat eigenlijk elke organisatie – ook een gemeente of een corporatie – staat voor de fundamentele vraag: op basis van welke waarden zetten wij technologie en data in van de gebruikers – onze burgers en huurders?

Belofte van internet

25 jaar geleden was Marleen Stikker burgemeester van de eerste Digitale Stad. Volgens Stikker staat de belofte van internet van destijds voor een deel nog steeds overeind. Burgers hebben wereldwijd toegang tot informatie die via het world wide web toegankelijk is. Zij hebben niet alleen toegang tot die informatie, zij kunnen die informatie ook uitwisselen en/of zich organiseren in platforms.

‘Dat deel van internet is niet stuk’, vindt ze. ‘Maar wat techbedrijven, en ook kleine startups, doen met data van hun gebruikers, is een fundamenteel probleem. Je moet als gebruiker toestemming geven om toegang tot jouw data te geven, dat klopt, maar verreweg de meesten gaan akkoord omdat ze geen andere keuze hebben als ze het platform willen gebruiken.’

Speelbal van techbedrijven

Is dat erg? De gevolgen zijn volgens Stikker veel groter dan alleen het opgeven van privacy. Op basis van data, en algoritmes die niet worden prijsgegeven, bepaalt een platform als Google of Facebook bijvoorbeeld wat de individuele gebruiker online te zien krijgt. Dat gaat niet alleen om een restaurant in Amsterdam, handig voor wie daar woont, maar ook om een specifieke aanbieding voor een zorgverzekering.

‘Je weet niet wat er met jouw data gebeurt, je bent een speelbal van techbedrijven die jouw data gebruiken voor hun businessmodel. De zelfbeschikking van de gebruiker, en dat iedere burger recht heeft op dezelfde informatie, wordt onderuitgehaald.’

Foto: Jonas Briels

Marleen Stikker (1962)

Studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. In 1993 werd ze ‘burgemeester’ van de Digitale Stad, de eerste gratis toegangspoort en virtuele gemeenschap op het internet. In 1994 richtte Stikker Waag op, onderzoeksinstituut voor creatieve technologie en sociale innovatie. In 2018 was ze te gast bij het VPRO-tv-programma Zomergasten.  Te volgen op Twitter via @marleenstikker.

Onder de motorkap

Als directeur van Waag stelt Marleen Stikker zich tot doel om de technologie te doorgronden en dus als het ware onder de motorkap te kijken, beschikbaar te stellen voor iedereen en te democratiseren, met als uiteindelijk doel: zinvolle toepassingen voor de gemeenschap.

Volgens Stikker kunnen corporaties leren van initiatieven in steden als Amsterdam en Barcelona die expliciete uitgangspunten ontwikkelen voor de digitale stad. Daarbij draait het om het belang van bewoners, niet dat van de techbedrijven. 

Barcelona loopt hierin voorop: data – die via sensoren en camera’s worden verzameld – blijven in beschermde platforms beschikbaar voor de beleidsmakers van de stad en haar bewoners. Ze kunnen niet gebruikt worden voor commerciële doelstellingen. De centrale vraag is: wat zijn de problemen in de stad en van de bewoners en hoe kan technologie bijdragen om die problemen op te lossen? Voorbeelden zijn onder meer slimmere afvalinzameling of betere doorstroming van het verkeer.

Wat kunnen corporaties anders doen dan techbedrijven?

‘Grote techbedrijven als Google en Facebook willen zoveel mogelijk weten van hun gebruikers. Je geeft al je data prijs, door akkoord te geven en de lange lijst met voorwaarden te accepteren. Ga je niet akkoord, dan kan je het platform niet gebruiken.’

‘Corporaties hebben de opdracht om data te beschermen in plaats van data uit te wisselen of te verhandelen’

‘Je moet het omdraaien: geef de soevereiniteit aan de gebruiker. In het geval van de corporaties: huurders bepalen zelf wat ze wel of niet prijs willen geven en zij kunnen meedenken over hoe die data kunnen worden ingezet. Met de AVG is het überhaupt al de vraag wat corporaties met data kunnen doen. Corporaties hebben in mijn ogen de opdracht om data te beschermen in plaats van data uit te wisselen of te verhandelen.’

Die data bieden toch kansen?

‘Zeker, maar de kritische discussie ontbreekt wél vaak. Data is niet neutraal. Het vormt een interpretatie van de werkelijkheid. Door de toepassing van data zet je de computer tussen de organisatie en de mensen. Zo worden klanten of huurders op basis van data in categorieën ingedeeld. Dat lijkt bijvoorbeeld handig voor de communicatie met de huurders, maar een categorie sluit kenmerken uit. Een mens is complexer dan een categorie. Juist bij corporaties is het cruciaal dat ze een relatie met hun huurders opbouwen. Zij vormen de gemeenschap.’

De toepassing van kunstmatige intelligentie (AI) gaat een stap verder. Corporaties zouden met data kunnen voorspellen in welke buurten een grotere kans is op huurschulden. Hoe kijkt u daar tegenaan?

‘Los van de vraag wat de mogelijkheden zijn met de privacywetgeving. Algoritmes hebben het kenmerk dat het vooronderstellingen versterkt. Ook hier geldt dat AI niet neutraal is. Bovendien: als je aan data moet afleiden in welke buurten bewoners meer kans hebben op huurschulden, heb je geen goede band met de gemeenschap, met je huurders. Anders zou je wel weten waar het mis dreigt te gaan. Bij huurders die in de schulden komen of dreigen te komen, spelen complexe problemen. Die los je niet op met data. Daar ligt in mijn ogen een heel andere uitdaging voor de corporatie.’

Foto: Jonas Briels

U bent kritisch over de toepassing van technologie en big data. Maar u denkt ook in mogelijkheden. Waar ziet u die bij corporaties?

‘Volgens mij is de belangrijkste vraag waar de corporatie voor staat: welke waarden willen wij vertalen naar het digitale domein? Die fundamentele discussie moeten corporaties – net als steden – met elkaar voeren.’

‘Tada, een beweging voor een verantwoorde digitale stad, heeft een manifest opgesteld om op een verantwoorde manier met data om te gaan. Tada neemt publieke waarden als uitgangspunt zoals zelfbeschikking, transparantie, privacy en verantwoording. Ga daarbij in gesprek met huurders en stakeholders, om samen op een verantwoorde manier met data om te gaan, en de kansen die er liggen. Natuurlijk moet je in de gaten houden wat wel of niet mag binnen de AVG.’

U houdt een pleidooi voor de zelfbeschikking van huurders. Wat kunnen zij bijdragen?

‘Ik spreek liever over bewoners. Het begrip huurders is slechts een van de dimensies van hun identiteit. Dat lijkt triviaal, maar is een eerste stap om de potentie van bewoners te erkennen. Het belangrijkste is om mogelijkheden te bieden om een gemeenschap te vormen. Die kan je versterken met digitale tools om bijvoorbeeld een informele economie te organiseren in een buurt, waarin mensen elkaar kunnen helpen met zorg, mobiliteit en klusjes. Dat helpt ook om de sociale cohesie in de buurt te versterken.’

‘Actieve bewoners nemen ook al zelf het initiatief in de energietransitie. Zij denken mee in oplossingen, dat werkt beter dan dat van bovenaf wordt opgelegd dat bijvoorbeeld iedereen op het warmtenet wordt aangesloten. Als corporatie kan je de kracht van het collectief faciliteren, ook met behulp van digitale tools. Maar vooral in handen van bewoners, niet als verplicht platform van de corporatie.’

Veel mensen, ook in de corporatiesector, vinden digitalisering ingewikkeld. U vindt echter niet dat dit thema alleen aan experts moet worden overgelaten. Licht eens toe.

‘Zeker niet. Niemand heeft het primaat. Als je de mogelijkheden van digitale technologie wil onderzoeken, moet je met een gemêleerd gezelschap aan tafel zitten, met verschillende expertises en achtergronden. Data bieden, zoals gezegd, een perspectief op de werkelijkheid. Elke keuze aan de voorkant, bepaalt de uitkomst.’

‘Je kan overigens ook nee zeggen tegen de toepassing van een digitale innovatie. Alles wat kan, hoeft niet. Ook de keuze om nee te zeggen, moet je goed onderbouwen. Je moet technologie niet afwijzen, puur en alleen omdat je het niet begrijpt.’

Als u na 25 jaar internet de balans opmaakt: komt het nog goed?

‘Er zijn mensen die zeggen dat we de staat van internet moeten accepteren, wie aan privacy hecht is ouderwets, en er zijn mensen die zich niet bij de situatie neerleggen en in mogelijkheden denken. Ik behoor tot de laatste categorie. Het gaat niet om de technologie, maar hoe wij ermee omgaan. We moeten de publieke waarden in technologie versterken en ongewenst gedrag bestraffen.’

‘Veel mensen worden wakker. Kijk naar de privacywetgeving AVG die Europa heeft ingesteld. Of naar de rechtszaak die Duitsland tegen Facebook heeft aangespannen. Mensen ontwikkelen alternatieve platforms, bijvoorbeeld voor Google. De zoekmachine DuckDuckGo respecteert de privacy van de gebruiker wél. Kijk naar initiatieven in steden. Laat ik het zo zeggen: ik ben semi-optimistisch.’

tekst: lisette vos, foto’s: jonas briels