Volgend artikel

Huisvesters van het volk

A.H. Smulders

Woonscholen voor gezinnen in Utrecht

2 minuten leestijd

A.H. Smulders (1877-1938) is een echte selfmade man. Afkomstig uit een eenvoudig milieu, werkt hij zich, met enkel lagere school als basis, op van timmermansgezel tot vakbondsbestuurder en wethouder in Utrecht voor de Roomsch-Katholieke Staatspartij. Als hij in 1924 een jaar wethouder volkshuisvesting is, wordt hij ook de eerste voorzitter van de Stichting voor het beheer van kleine woningen, later de Stichting Volkswoningen. Daarin heeft de gemeente een flinke vinger in de pap.

‘Kleine woningen’ zijn eigenlijk ‘woonscholen’: buurtjes met piepkleine goedkope huizen met een woonkamer/keuken van 4 bij 4 meter. Hier worden ‘sociaal achterlijke’ gezinnen die nog wel voor verbetering vatbaar zijn onder toezicht gehuisvest. Vaak zijn dat gezinnen die uit de oude binnenstad moeten verhuizen omdat hun huis onbewoonbaar verklaard is en gesloopt wordt.

De gemeenteraad discussieert over hoe ver je kunt gaan in toezicht op gezinnen. Smulders wil daar ver in gaan. Hij is een voorstander van gezinnen een handje helpen bij de opvoeding van de kinderen. Dat vindt hij beter dan de ouders naar reclasseringsgestichten sturen en de kinderen in een weeshuis stoppen. In zijn dubbelrol van wethouder en voorzitter van de stichting maakt Smulders zich sterk voor het onder dak brengen van dit type gezinnen.

In Utrecht hebben tot in de jaren 50 een stuk of vijf woonscholen bestaan. Uit de Stichting Volkswoningen ontstond na de Tweede Wereldoorlog het woonmaatschappelijk werk. Vanaf de jaren 70 zijn de woonscholen gesloopt. In Utrecht kwamen er sociale huurwoningen voor in de plaats. Zoals deze woningen in de Utrechtse wijk Ondiep, in beheer bij corporatie Mitros.

In de canon volkshuisvesting vindt u meer over de geschiedenis van sociale woningbouw.

tekst: margriet pflug, foto: mark prins