Volgend artikel

Zestien uit tweeëndertig

Bettina Bock

3 minuten leestijd

16 min of meer persoonlijke vragen en 16 vragen over sociale huisvesting. Deze keer beantwoordt Bettina Bock, ruraal en socioloog en bijzonder hoogleraar Bevolkingsdaling en Leefbaarheid voor Noord-Nederland, 16 van deze vragen. 

24. Als u de baas was van Aedes, wat zou u als eerste doen?

‘Ik zou meer aandacht besteden aan de regionale verschillen. Het lijkt nu alsof de woningmarkt in heel Nederland overspannen is, terwijl er ook gebieden zijn waar geen tekort is. Er is meer aan de hand dan te weinig woningen.’

29. Stel u gaat op proef wonen in een corporatiewoning, waar zou u op letten?

‘Het uitzicht! Dat vind ik belangrijk. Waar kijk je op uit? Ik heb het liefst een weids uitzicht.’

6. Wat heeft u van uw vader?

‘Analytisch denken en logisch redenen. Dat waardeerde hij in mij. Hij was heel gul, ook dat heb ik van hem. Hij kookte graag en zei áltijd: Er is meer! Je leert het meeste van wat iemand je voorleeft.’

21. Waar moet de hoogte van de huur van afhangen?

‘Een combinatie van de kwaliteit van de woning en het inkomen van de huurder. Het is een uitdaging om dat met elkaar in verhouding te brengen. Ik ben voorstander van gemengd wonen, segregatie ligt snel op de loer.’

Foto: Jeroen van Kooten

1. Aan welk huis bewaart u de beste herinneringen en waarom?

‘Mijn huidige woning. Het is echt ons huis, de kinderen zijn hier opgegroeid. Het is eigen en volledig naar onze zin.’

28. Wat zou u doen aan de wachttijden voor een sociale huurwoning?

‘Het is belangrijk dat corporaties flexibel uitbreiden en verder kijken dan hun huidige woningbestand. Ze kunnen misschien uitbreiden naar leegstaande particuliere woningen, zoals in Limburg is gedaan voor vluchtelingen. Zo kun je wellicht meerdere problemen tackelen.’

11. Waar werd u in het afgelopen jaar heel erg blij van?

‘Zingen! Ik heb zangles en zing in projectkoren. Ik was bijvoorbeeld een week op het platteland van Zuid-Frankrijk. We zongen steeds in een andere dorpskerk, met een mix van klassiek en chansons.’

5. Hoe ervaart u uw dagelijkse woon-werkverkeer?

‘Fantastisch. Ik woon op vijf minuten fietsen van mijn werk. Kan niet beter. Eén keer per week moet ik naar Groningen, drie uur heen en drie uur terug. Dat is minder fijn.’

19. Waar moeten corporaties eens mee ophouden? En waar moeten ze mee doorgaan?

‘Ik ben onder de indruk van hun sociaal-maatschappelijke betrokkenheid. Het is geen taak van woningcorporaties om winst te maken en daar op te focussen; ze moeten hun taak ruim opvatten en altijd vooruitkijken.’

15. Wanneer was u voor het laatst verschrikkelijk boos? En waar ging dat over?

‘Ik word niet gauw boos. Ik schrok laatst wel van de discussie over bevolkingsgroei. Daarin had iemand het over: de ontvolking van de autochtone Nederlanders. Volgens mij moet je níet zo praten, denken of formuleren. Je moet geen verschil maken tussen autochtoon en niet-autochtoon; bevolking is bevolking.’

10. Met wie zou u het liefst een uur in de lift vastzitten?

‘Met iemand van kunstenaarscollectief De Ploeg. Ik zou graag willen weten waarom ze het platteland op die manier schilderden.’

12. Wat vindt u zo belangrijk dat u het wilt meegeven aan de volgende generatie?

‘Het leven draait niet alleen om jezelf, maar om hoe je iets creëert wat voor meer mensen iets betekent. Het gaat zo vaak over voor jezelf het maximale bereiken. Als je dat loslaat, wordt alles lichter.’

16. Wat was uw laatste goede voornemen?

‘De trap nemen in plaats van de lift. En geen nieuwe kleren kopen tot de kerst. Dat is mislukt.’

18. Wat is het grootste probleem van de Nederlandse woningmarkt?

‘Het verschil tussen de oververhitte woningmarkt in de Randstad en de leegstand in krimpgebieden. En het gebrek aan investering, daar worden woningen niet aantrekkelijker van. De nadruk ligt op bouwen en de rest dreigt uit beeld te raken.’

22. Moet een overlastgever de wijk uit?

‘Overlast moet aangepakt worden, want het tast ook het leefplezier van anderen aan. Dat maakt de kwestie voor verhuurders ook anders: zij dragen verantwoordelijkheid. Voordat je iemand de wijk uit zet, moeten wel eerst andere oplossingen gezocht worden. En er moet gekeken worden wat er eventueel achter zit.’

8. Op welk moment was u het moedigst?

‘Ik heb met mezelf een aantal challenges afgesproken om mijn zelfvertrouwen een boost te geven. Bloed doneren was er één. Ik zag er als een berg tegenop; ik ben niet zo’n held met naalden. Maar ik heb het gedaan! Nadat ik van de drie keer dat ik bloed doneerde twee keer was flauwgevallen, mocht ik niet meer. Dat was tegelijkertijd een teleurstelling en een opluchting.’

Bettina Bock (58)

Werkt als ruraal socioloog en bijzonder hoogleraar Bevolkingsdaling en Leefbaarheid voor Noord-Nederland bij Wageningen University en de Rijksuniversiteit Groningen. 

tekst: Anne de Rooij