Volgend artikel

Beeldreportage

LEVE HET DORP!

Meebewegen met krimp

7 minuten leestijd

Nieuwe woningen bouwen voor bewoners die anders zouden wegtrekken. Meedenken over een alternatief voor een verdwijnend woonzorgcentrum. Zorgen dat huurders met een ‘rugzakje’ de juiste begeleiding krijgen. Met dit soort maatregelen probeert woningcorporatie Thús Wonen in Noordoost-Friesland de gevolgen van krimp te verzachten en de dorpen in haar werkgebied leefbaar te houden. Samen met onder andere de verenigingen Dorpsbelangen en de gemeente.

Enkele jaren geleden nog overwoog Thús Wonen zich terug te trekken uit een aantal dorpen in Noordoost-Friesland. De verenigingen Dorpsbelangen van Morra (250 inwoners) en Lioessens (400 inwoners) lieten zien waar de ‘mienskip’ toe in staat is en brachten de woningcorporatie op andere gedachten.

Thús Wonen, gevestigd in Dokkum, beheert in de regio 6.500 woningen verspreid over 40 kernen. Zestien dorpen aan de rand van de Waddenzee hebben te maken met krimp. De bevolking vergrijst en jongeren trekken weg: de gemiddelde leeftijd van de huurders is 55 jaar en een kwart is ouder dan 75. Steeds meer voorzieningen verdwijnen. Tegelijkertijd is de overlevingsdrang sterk.

Foto: Corné Sparidaens

De verenigingen Dorpsbelangen Morra/Lioessens bundelden hun krachten in werkgroep ‘It Nije Doarp’ (het nieuwe dorp). En ze lieten een woononderzoek uitvoeren waarmee ze steun wisten te krijgen van de provincie, de gemeente Dongeradeel en dus ook van Thús Wonen. Het uiteindelijke pilotproject, geldt nu als voorbeeld voor andere krimpdorpen in de regio.

Prachtig wonen
Gerben Teitsma uit Morra en Tettie Stiemsma uit Lioessens zijn duo-voorzitters van It Nije Doarp. Thuis bij Stiemsma vertellen ze over hun jarenlange inspanningen voor hun dorpen. Teitsma: ‘We willen houden wat we hebben. Veel mensen zijn hier geboren en willen hier sterven. Krimp geldt als een negatief begrip, maar het is hier prachtig wonen.’

Gerben Teitsma uit Morra en Tettie Stiemsma uit Lioessens zetten zich in voor hun dorpen als voorzitters van It Nije Doarp. Achter hen wordt gebouwd aan twee seniorenwoningen.

Stiemsma: ‘Sommige oudere dorpsgenoten zijn noodgedwongen verhuisd naar Dokkum, maar willen het liefst terug. De zorg is goed geregeld. We hebben 24 uur per dag buurtzorg beschikbaar. Bovendien is er veel burenhulp, bijvoorbeeld voor vervoer naar de stad van mensen zonder auto. Iedereen kent elkaar en iedereen kan hier zelfstandig wonen, ook als hij geen familie heeft.’ 

Maar dan moeten er wel passende woningen zijn. Uit brainstormsessies in beide dorpen bleek behoefte aan moderne woningen voor ouderen uit het dorp. De bestaande ouderenwoningen van Thús Wonen uit de jaren 70 zijn daarvoor niet geschikt. Een deel is al gesloopt of verkocht. In twee huizen in Lioessens wonen nog huurders die er tot hun laatste snik willen blijven. Als er daarna niemand meer wil wonen, zijn de huizen rijp voor de sloop.

Voor toekomstige senioren laat Thús Wonen nu twee levensloopbestendige woningen in Lioessens bouwen door een plaatselijke aannemer. Dat bevordert ook de doorstroming, waardoor er plek komt voor jong én oud. Om de woningen te kunnen toewijzen aan oudere inwoners van Morra-Lioessens, wil Thús Wonen gebruikmaken van de ruimte die de Woningwet biedt voor het maken van afspraken met lokale partners, zoals gemeenten en huurdersorganisaties. Met dergelijke prestatieafspraken kan ze voorkómen dat kandidaten uit andere dorpen of steden voorrang krijgen op grond van hun inschrijftijd als woningzoekende.

Woonconsulent Leonie Lammers, coördinator Vastgoedsturing Wim de Vries en directeur-bestuurder Jeannette Dekker vertellen in het kantoor van Thús Wonen over het beleid: ‘Als we vier woningen willen bouwen, dan gaan we er uiteindelijk ook vier tot zes slopen. Maar pas als niemand meer in dat huis wil wonen.’

Uiteraard moeten gegadigden wel voldoen aan de reguliere voorwaarden. Een uitzonderingsbepaling is mogelijk, omdat de gemeente de status van krimpregio heeft. Die heeft bovendien als voordeel dat Thús Wonen een korting krijgt op de verhuurderheffing wat meer investeringsruimte oplevert.

Van Meer naar Beter
‘Bouwen op deze plek in de dorpskern van Lioessens brengt extra kosten met zich mee’, zegt directeur-bestuurder Jeannette Dekker. ‘Er gelden extra welstandseisen.’ Met Wim de Vries, coördinator vastgoedsturing en Leonie Lammers, woonconsulent projecten, licht zij de plannen toe. Onder de noemer ‘Van Meer naar Beter’ streeft de corporatie naar een geleidelijke daling van 6.500 nu tot 6.000 woningen in 2040.

‘Verdund terugbouwen’, noemt Wim de Vries dat: ‘We weten dat de vraag afneemt. Daarom willen we geen woningen toevoegen aan de voorraad. Als we er vier willen bouwen, gaan we er ook vier tot zes slopen.’

In de toelichting op haar begroting voor 2019 spreekt Thús Wonen van ‘activiteiten om krimp een zachte landing te geven’. Dekker: ‘We willen de krimp niet versnellen. Pas als er geen vraag meer is naar woningen, zetten we in op sloop. We spelen zo flexibel mogelijk in op de ontwikkeling van de markt. Daarbij werken we nauw samen met de verenigingen Dorpsbelangen.’

Leonie Lammers: ‘De bewoners die hierin actief zijn, vormen het sociale kapitaal van de kleine kernen en weten precies wat er leeft in de dorpsgemeenschap. Van deze extra schakel maken we dankbaar gebruik. Wij weten alles over onze eigen woningen, maar veel minder over wat zich verder in de gemeenschap afspeelt. Dat doet uiteraard niets af aan het adviesrecht van de huurdersorganisaties, die zijn betrokken bij ons strategisch voorraadbeleid. Nadat de strategie is vastgesteld, leggen we deze voor aan de verenigingen Dorpsbelangen.’

Ouderenzorg
In zorgdorp Ternaard participeert Thús Wonen in een projectgroep die zich over alternatieven buigt voor woonzorgcentrum Spiker, dat eind dit jaar sluit. De Werkgroep Aldereinsoarch van Dorpsbelang heeft hierin een rol. Andere participanten zijn de KwadrantGroep (eigenaar van Spiker), De Friesland Zorgverzekeraar en de gemeente Dongeradeel. Voor de intramurale zorg zijn alternatieven gevonden in Dokkum en verder, maar Spiker verzorgde ook dagbesteding en sportfaciliteiten voor ouderen die nog zelfstandig wonen. De projectgroep komt binnenkort met voorstellen hoe dit gat wordt opgevuld en de ouderenzorg op langere termijn veiliggesteld kan worden.

Thús Wonen voelt zich medeverantwoordelijk, omdat ze veel oudere huurders heeft in Ternaard. Begin deze eeuw zijn direct naast Spiker en het eerstelijns gezondheidscentrum zestien seniorenwoningen rond een hofje opgeleverd. Andere woningen zijn verkocht, gesloopt of in afwachting van sloop. ‘We stemmen onze plannen voor eventuele nieuwbouw af op die van de projectgroep’, zegt Leonie Lammers.

Foto: Corné Sparidaens

Huurders met ‘rugzakje’
Terwijl Thús Wonen in het ene dorp bijdraagt aan de leefbaarheid door te zorgen dat mensen er kunnen blijven wonen, heeft ze in het andere dorp te maken met huurders die elders niet aan de bak komen. Dat is bijvoorbeeld het geval in de grotere kern Holwerd, vooral bekend als vertrekplaats van de veerboot naar Ameland.

De Vries: ‘In onze regio zijn woningen goedkoop en beschikbaar. De gemiddelde huur is 456 euro per maand en het gemiddeld inkomen van onze huurders 21.000 euro per jaar, 2.000 minder dan het landelijk gemiddelde. Van de nieuwkomers is dit met 14.000 euro nog veel lager. We hebben veel huurders met een uitkering of werkzaam in de sociale werkvoorziening.’

Dekker: ‘En af en toe mensen met een rugzakje van buiten de regio. Ook relatief veel statushouders, meer dan de gemeente verplicht is op te nemen. Er is hier nu eenmaal meer ruimte. Als je in nood zit, heb je in ons krimpgebied snel een woning.’

Lammers: ‘De keerzijde daarvan is dat we sociale problemen in huis krijgen. We zijn weliswaar preventief bezig door samenwerking met Vluchtelingenwerk bij de opvang van statushouders en door begeleiding van mensen met een rugzakje. Maar soms gaat het mis.’

Woonconsulent Sociaal Jikke Woudman en huurster Alie Patrouilje vertellen over de veranderingen in Holwerd. De gezelligheid is weer terug, vindt Patrouilje. Na incidenten met drugs, criminaliteit en overlast, werkt Thús Wonen nu samen met de gemeente, de GGZ, het maatschappelijk werk, de politie. Nieuwe huurders worden gescreend. De corporatie zoekt naar een evenwicht tussen ‘dragers en vragers’.

Alie Patrouilje kan daarover meepraten. Zij woont al 40 jaar in de Beijertstraat in Holwerd, waar Thús Wonen veel woningen heeft. ‘Toen we hier kwamen, was het een elitebuurt. De bewoners gingen goed met elkaar om. We groeiden met elkaar op. Maar de laatste jaren is dat erg veranderd. Er zijn asociale types komen wonen, die voor veel overlast hebben gezorgd. Sommige buren durfden niet meer alleen in hun eigen huis te blijven.’

Drugs, criminaliteit en bedreigingen
Jikke Woudman, woonconsulent sociaal en al 30 jaar werkzaam voor Thús Wonen: ‘Er is een tijd geweest dat alle vrijkomende woningen automatisch werden toegewezen. We hadden onvoldoende zicht op de achtergrond van nieuwe huurders. Er zijn incidenten geweest met drugs, criminaliteit en bedreigingen. Dat riep veel boosheid op. Op een gegeven moment is de buurt in opstand gekomen.’

‘Daarna hebben het sociaal team van de gemeente, de GGZ, het maatschappelijk werk, de politie en wij de handen ineengeslagen. Tegenwoordig screenen we kandidaat-huurders. We voeren kennismakingsgesprekken. Sociaal zwakkeren proberen we met de juiste hulpverlening en zo nodig met waarborg van huurbetaling een passend woningaanbod te doen. De kunst is om een goede verhouding tussen dragers en vragers te krijgen.’

Patrouilje is positief over de nieuwe aanpak. ‘De vroegere gezelligheid komt terug in de buurt. Veel mensen uit de straat hebben meegedaan aan het dorpsfeest. Thús Wonen heeft meebetaald aan de straatversiering.’

Ze vertelt haar verhaal aan tafel in haar huiskamer, tussen de verhuisdozen. Zij moet de woning tijdelijk verlaten voor groot onderhoud. Badkamer, toilet en keukenblok worden vernieuwd. Daarna hoopt ze hier nog lang te kunnen wonen.

Positieve spiraal
Directeur-bestuurder Dekker: ‘Corporaties hebben ook een sociale taak. In een krimpgebied vergt die extra aandacht. Daarom hebben wij drie woonconsulenten sociaal. Zij voeren gesprekken met huurders, helpen voorkomen dat er huurachterstanden ontstaan, begeleiden bij hulpvragen en bemiddelen bij de gemeente als er behoefte is aan zorg.’

Op de landkaart in haar werkkamer overziet ze het werkgebied. Rode speldjes geven de grootste kernen aan, blauwe de iets kleinere met een beperkte regiofunctie en groene de dorpen zonder voorzieningen. Dekker: ‘Krimp is onvermijdelijk, maar het gaat hier nog niet zo hard als bijvoorbeeld in Noordoost-Groningen. Daarom kunnen we anticiperen. Elke kern is op zoek naar een nieuw evenwicht met een eigen karakter.’

Wim de Vries: ‘Zelfs de kleinste kernen hebben kans op overleving. Misschien daalt de bevolking met 10 tot 20 procent in de komende 20 jaar, maar dan houd je altijd nog 80 tot 90 procent over. Aan ons om bij te dragen aan het levensvatbaar en leefbaar houden van dit gebied.’

tekst: simon kooistra, foto’s: corné sparidaens