Volgend artikel

Huisvesters van het volk

Willem Frederik Büchner

2 minuten leestijd

Meten is weten. Dat heeft Willem Frederik Büchner (1780-1855) geleerd als legerarts-in-opleiding tijdens oorlogsexpedities van Napoleon. Büchner komt oorspronkelijk uit Darmstadt, waar zijn vader en opa allebei dokter waren. Zelf gaat hij op zijn 15e in de leer bij een oom die dokter is in Leiden. Als legerarts van begin 20 maakt hij omzwervingen door Europa en ziet hij kans om in Würzberg af te studeren.

Stadsdokter
Terug in de Nederlanden gaat hij als stadsdokter in overheidsdienst in Gouda. Daar ontwikkelt hij zich tot een ongeduldig strijder voor gezondere leefomstandigheden voor de grotendeels arme Gouwenaren. Als jonge stadsdokter ziet hij veel ellende en ondervoeding.

Hij wil niet alleen zieken genezen en epidemische ziekten bestrijden, hij wil ook iets doen aan de oorzaken. Hij loopt voorop met een inentingsprogramma tegen pokken als daarvoor in Engeland een vaccin is ontwikkeld. Het liefst met toestemming van het gemeentebestuur, maar als het niet anders kan ook zonder.

In 1842 maakt hij naar het voorbeeld van Franse legerartsen een medische topografie van Gouda. Zo becijfert hij dat de gemiddelde levensverwachting van een Gouwenaar maar 21,4 jaar is. Schrikbarend laag! Hij wijt dat onder andere aan de vochtige arbeiderswoningen, het opgehoopte afval en het vervuilde drinkwater. Hij stelt het gemeentebestuur daarvoor medeverantwoordelijk.

Het zijn dit soort stemmen in de 19e eeuw die bij beleidsmakers en politici het besef laten doordringen dat de werkende stand ook goed moet wonen in een redelijk schone omgeving. Langzaam maar onontkoombaar.

Mensen als Büchner stonden aan de basis van arbeiderswijken met goede en betaalbare woningen. In Gouda is dat bijvoorbeeld de Josephbuurt, gebouwd door Woningbouwvereniging Sint Joseph tussen 1921 en 1923. Een deel van de woningen is tegenwoordig nog in beheer bij Mozaïek Wonen.

In de canon volkshuisvesting vindt u meer over de geschiedenis van de sociale woningbouw.

tekst: margriet pflug, foto: joris den blaauwen