Volgend artikel

Interview

GERARD VAN BORTEL

Lid Raad van Inspiratie Innovatiechallenge

5 minuten leestijd

Prangende kwesties op het gebied van de leefbaarheid in wijken en buurten op een vernieuwende manier oplossen met elkaar. Dat is het doel van de Innovatiechallenge 2018-2019. Een uitstekend initiatief, vindt Gerard van Bortel, universitair docent Housing Management aan de TU Delft en lid van de Raad van Inspiratie van de challenge. Helemaal wanneer het concreet iets oplevert. ‘De huurder moet het resultaat zien.’

Tijdens de startbijeenkomst van de Innovatiechallenge vertelden twee huurders in een interview met Aedes-directeur Jeroen Pepers wat zij verstaan onder een fijne woonomgeving. En wat fijn wonen volgens hen in de weg staat. Zes teams met in totaal zo’n 90 enthousiaste bestuurders, beïnvloeders en medewerkers van corporaties en andere maatschappelijke organisaties gaan daarmee aan de slag.

Zij gaan het komende jaar op een vernieuwende manier oplossingen zoeken voor zes complexe problemen in de leefbaarheid van wijken.

De startbijeenkomst op 27 september 2018 van de Innovatiechallenge Leefbare Wijken en Buurten 2018-2019 was in elk geval al veelbelovend. Of, in de woorden van gastheer Gerard van Bortel: ‘Een bron van energie.’

Foto: Joris den Blaauwen

Gerard van Bortel (54)

Is universitair docent Housing Management aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft, en al 25 jaar actief in de volkshuisvesting. Betaalbaar wonen is zijn passie. Twee jaar geleden promoveerde hij aan de TU Delft op de rol van woningcorporaties in kwetsbare wijken. Naast universitair docent is Gerard van Bortel onder meer huurderscommissaris bij woningcorporatie Rochdale, lid van de Vlaamse Visitatieraad Sociale Huisvesting en bestuurslid van de vereniging voor volkshuisvesting Forum.

Enthousiasme

Zijn wens: dat de deelnemers het enthousiasme gedurende de rit weten vast te houden. Zodat de ‘oogst’ de samenleving ten goede komt – de huurders voorop. Daar heeft hij goede hoop op, vertelt de universitair docent Housing Management aan de TU Delft en lid van de Raad van Inspiratie van de challenge een paar weken na de aftrap.

Kan Van Bortel, die twee jaar geleden promoveerde op de rol van woningcorporaties in kwetsbare wijken, zich vinden in de keuze voor leefbaarheid als onderwerp voor de challenge?

‘Jazeker, daar kan ik mij goed in vinden. De bewonerspopulatie verandert. Corporaties krijgen steeds meer te maken met kwetsbare mensen. Dat heeft consequenties voor de leefbaarheid in wijken en buurten. De huidige Woningwet maakt het corporaties minder gemakkelijk om zich daarvoor in te zetten.’

‘Dus moeten ze op zoek naar nieuwe vormen om de leefbaarheid te verbeteren. Al was het maar omdat de rol van corporaties in de wijken groot blijft. De politieke aandacht komt en gaat. Die is sterk afhankelijk van incidenten. Corporaties zijn de constante factor. Zij weten als geen ander wat er speelt.’

Ook de vragen/opdrachten waarmee de zes teams aan de challenge zijn begonnen, kan hij goed plaatsen. Die variëren. Van het creëren van nieuwe bestuurlijke arrangementen op het gebied van wonen, zorg en welzijn die zorgen voor een fijne leefomgeving. Tot het vergroten van de leefbaarheid in een wijk met een zeer eenzijdige, overheersende bewonersgroep, waarbij ook criminele ondermijning een rol speelt.

De Innovatiechallenge is een initiatief van Kwaliteitscentrum Woningcorporaties Huursector (KWH), BlomBerg Instituut en Aedes, in het kader van de Vernieuwingsagenda.

Gedurende een jaar gaan zes divers samengestelde teams van 10 tot 15 mensen op zoek naar vernieuwende oplossingen voor leefbaarheidsproblemen in wijken en buurten. Dat doen zij naar aanleiding van zes vraagstukken die zijn ingebracht door directeur-bestuurders van corporaties.

De teams komen vier keer bijeen in werkateliers. Vanuit meerdere disciplines en verschillende stakeholders wordt samengewerkt aan het vinden van nieuwe oplossingen die dan ook veelal domeinoverstijgend zullen zijn en niet vanuit het huidige ‘hokje’ of systeem.

Dit moet uiteindelijk leiden tot een vernieuwende uitkomst die wordt beoordeeld door collega’s vanuit de andere teams én door de Raad van Inspiratie.

Domeinoverstijgende samenwerking

Stuk voor stuk prangende kwesties, meent Van Bortel, waarbij samenwerking essentieel is. Samenwerking tussen corporaties en bewoners, tussen bewoners onderling, maar vooral ook met alle andere partijen die bij de leefbaarheid in buurten en wijken een rol spelen.

Ook in de samenstelling van de teams en de werkwijze komt die domeinoverstijgende aanpak goed tot uiting. Van corporatiebestuurders tot wethouders, van mensen uit de geestelijke gezondheidszorg en wetenschappers tot een dominee of woonconsulent: tal van disciplines zijn vertegenwoordigd. Roulatie blijft daarbij mogelijk.

Geen lineair proces

Van Bortel: ‘We werken aan de hand van moderne verandermethodes zoals co-creatie en design-denken. Een open en dynamische aanpak waarbij niets in steen gebeiteld staat. Je begint bij de basis, in dit geval de bewoners. Wat willen zij, wat kan er volgens hun beter? Vervolgens ga je op zoek naar partijen die op basis van kennis en ervaring kunnen bijdragen aan een oplossing.’

‘Dit is geen lineair proces. Al naar gelang de behoefte kan de vraag worden aangepast en de samenstelling van een team veranderen. Nieuwe deelnemers blijven dus welkom. De oplossingen worden uiteindelijk weer teruggekoppeld naar de bewoners, die daar ook weer hun mening over kunnen geven. Zo kom je uiteindelijk samen tot een afgewogen resultaat dat breed wordt gedragen.’

‘De politieke aandacht komt en gaat. Corporaties zijn de constante factor in de wijk, zij weten als geen ander wat er speelt’

De startbijeenkomst op 27 september stond vooral in het teken van het scherp krijgen van de vragen. Waar gaan we naartoe? Wanneer zijn we blij met een resultaat? De deelnemende directeur-bestuurders van woningcorporaties zetten hun voorstel kernachtig neer in hun team, deelnemers konden aangeven in hoeverre zij zich daarin herkenden.

Tijdens de tweede bijeenkomst, op 13 december 2018, gaat het vooral over extern onderzoek: ervaringen, drijfveren en belangen ophalen bij de bewoners en bij stakeholders, maar ook: wat is er al aan kennis en ervaring die kan bijdragen aan nieuwe inzichten en ideeën voor oplossingsrichtingen? Daarna volgen onder meer een hackathon – in de tijd van een dag een innovatieve en creatieve oplossing uitwerken – en natuurlijk de diverse experimenten middenin kwetsbare wijken en verspreid over het land. Tijdens het slotevenement op 26 september 2019 presenteren de teams hun oplossingen.

Foto: Joris den Blaauwen

Lokale afspraken

Van Bortel is lid van de Raad van Inspiratie, een club van vijftien mensen uit onder meer het lokaal bestuur, de zorg, de corporatiewereld en de wetenschap die fungeren als klankbord. Hij vindt de challenge een mooi initiatief en draagt daar als wetenschapper graag aan bij.

Want de leefbaarheid in wijken en buurten mag dan de afgelopen decennia behoorlijk zijn verbeterd, er blijft volgens Van Bortel nog genoeg te doen – al was het maar om terugval te voorkomen. Voor corporaties ligt daar in zijn ogen nog steeds een belangrijke taak weggelegd. De prestatieafspraken met huurders en gemeenten bieden daartoe voldoende ruimte, denkt hij. Mits corporaties goed overleggen.

‘In lokale afspraken is soms meer mogelijk dan in de Woningwet. Bovendien zorgt samenwerking voor legitimiteit.’ Met slimme ideeën kan de Innovatiechallenge volgens de wetenschapper laten zien wat er lokaal zoal mogelijk is.

‘In lokale afspraken met de gemeente is soms meer mogelijk dan in de Woningwet’

Van Bortel hoopt op mooie oplossingen. ‘De methodiek, het samenwerken, is belangrijk, maar het is natuurlijk ook fijn als de challenge concreet iets oplevert. Dat de oplossingen niet op de plank blijven liggen, maar maatschappelijk impact hebben.’

Zo’n innovatie kan voor iedereen direct zichtbaar zijn. Zoals de 100 CO2-neutrale verplaatsbare woningen die woningcorporatie Woontij gaat neerzetten op Texel – een van de inzendingen van de vorige Innovatiechallenge. De eerste van deze woningen wordt nog voor het eind van het jaar opgeleverd. Maar het resultaat is dikwijls minder concreet zichtbaar. Geen punt, vindt Van Bortel. ‘Niet alles is te kwantificeren. Waar het om gaat is dat de huurder er iets van merkt.’

Breed gedragen

Samen met de andere juryleden gaat hij de plannen daarom kritisch bekijken. Tijdens het pitchen, in de finale, en daarvoor, gedurende de challenge. Dit ook om teleurstelling bij de deelnemers te voorkomen. ‘Zij leggen er toch vaak hun hele ziel en zaligheid in. Als je dan pas aan het eind kritiek krijgt, is dat frustrerend. Bovendien bestaat de kans dat de oplossing dan niet breed wordt opgepakt. Daar is het ons uiteindelijk om te doen.’

Het enthousiasme tijdens de start vindt Van Bortel in ieder geval veelbelovend. ‘Het zou mooi zijn als dat enthousiasme bij de implementatie en evaluatie aanhoudt.’

Tekst: jan Smit, Foto's Joris den Blaauwen