Volgend artikel

Opinie

‘Ouderen zelfstandig laten wonen gaat ons allemaal aan’

Hassan Najja, directeur-bestuurder SOR

3 minuten leestijd

Onze samenleving zit in een transitie. Van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. Maar dat gaat niet vanzelf. Nu we midden in dat proces zitten, is het hard nodig dat wonen, welzijn en zorg uit hun kokers treden. En zich samen verantwoordelijk voelen voor kwetsbare mensen die zelfstandig thuis willen blijven wonen. Volgens Hassan Najja, directeur-bestuurder van Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam is dat vooral een kwestie van aandacht voor de bewoners.

In onze woongebouwen neemt het aantal ouderen die verward zijn toe. Verward door beginnende dementie of doordat ze een ‘rugzakje’ hebben. Ze zijn geestelijk net gezond genoeg om zelfstandig te wonen, maar het lukt ze bijvoorbeeld niet altijd om ‘normaal’ te functioneren.

Stel op een zaterdagavond om zes uur begint een van die bewoners te schreeuwen naar de buren. Die worden bang en voelen zich onveilig door dat vreemde gedrag. Wie voelt zich dan verantwoordelijk? Wij zorgen voor huisvesting en daar zouden we het bij kunnen laten. Er vloeit geen bloed, dus voor de politie is het niet prioriteit nummer één. De zorg- of welzijnsorganisaties doen ook niets. Wie kan dit oppakken

Verzorgingsstaat
Onze samenleving zit in een transitie. De verzorgingsstaat die we hebben opgebouwd, verandert in een participatiesamenleving. Met die verzorgingsstaat was er een samenleving gecreëerd waarbij de staat zorgde voor iedereen die niet helemaal mee kon komen. Zoals onze ouders en andere mensen met lichamelijke of geestelijke problemen. Al die mensen werden netjes ondergebracht in bejaardenhuizen of in woongebouwen in bosrijke omgevingen.

Vervolgens ontstond er langzaamaan kritiek op dat ‘wegstoppen’ van mensen die geestelijke of fysieke zorg nodig hebben. Zo’n 20 tot 30 jaar geleden verschenen de eerste opinies die pleitten voor ‘extramuralisering’. Het duurde daarna nog een hele tijd voordat dit streven in wet- en regelgeving terechtkwam. De WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) trad bijvoorbeeld pas in 2007 in werking.

Hok ingestuurd
Het duurt lang voordat het DNA van een samenleving verandert. Daar is meer voor nodig dan zeggen: ‘We gaan van een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving. Hier is de WMO. Regel het maar met elkaar!’ Want wat is er ondertussen gebeurd?

De WMO maakt gemeenten verantwoordelijk om burgers te helpen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. Zorgorganisaties hebben als primaire taak om mensen met een grote zorgbehoefte in een verpleeghuis of instelling hulp te bieden. En de woningcorporaties zijn het hok ingestuurd door de komst van de Woningwet 2015. Wij mogen huurovereenkomsten afsluiten en ons vooral nergens anders mee bemoeien.

Illustratie: Han Hoogerbrugge


Kortom: de organisaties die een belangrijke rol kunnen en moeten spelen bij het daadwerkelijk vormgeven van de participatiesamenleving zitten allemaal in hun eigen koker.

Ondertussen kom ik bij mensen thuis. Als zoon, als kennis, als buurman of als directeur-bestuurder van een stichting voor ouderenhuisvesting. Dan zie ik problemen die niet vanuit die kokers zijn op te lossen. Die problemen zijn niet eendimensionaal. Om echt van betekenis te kunnen zijn bij de wens van ouderen om fijn langer zelfstandig thuis te blijven wonen, is verbinding nodig. Verbinding van wonen, welzijn en zorg.

‘Om echt van betekenis te kunnen zijn voor ouderen om langer zelfstandig te blijven wonen, is verbinding nodig van wonen, welzijn en zorg’

Waar pleit ik voor? Om te beginnen is het nodig dat we allemaal zeggen: ‘Ik voel me medeverantwoordelijk.’ Dat geldt voor mij als bestuurder van een woningcorporatie, voor de wethouder, voor de bestuurder van een zorginstelling en voor de directeur van een welzijnsorganisatie. Vervolgens moeten we met zijn allen om de tafel gaan om dit maatschappelijke vraagstuk op te lossen.

Gewoon voor een praatje
Waarschijnlijk volstaat het als iedereen een klein beetje meer doet dan nu is toegestaan. Mijn corporatie kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat de huismeester niet alleen bij onze oudere bewoners langs gaat om een technisch klusje te verrichten, maar ook gewoon voor een praatje. Die huismeester moet, als het nodig is, dan wel de politie kunnen bellen. Met bijvoorbeeld de vraag: ‘Kom even kijken. Er vloeit geen bloed, maar de buren hebben behoefte aan geruststelling.’

Ook de wijkverpleegkundige of de welzijnswerker moet zo nodig even zijn of haar gezicht laten zien. Met eenvoudig weg wat meer aandacht kunnen we gezamenlijk een hoop organiseren. Even naar iemand toe, even een praatje. Soms zit de oplossing al in gewoon luisteren. Als het nodig is ook zaterdagavond om zes uur.