Volgend artikel
Aedes-Magazine editie 3-2018

Huisvesters van het volk

Johannes M.A. Zoetmulder

2 minuten leestijd

Hoe kan dat nou! Overal protestantse en socialistische woningbouwverenigingen. Waar blijven de katholieken?! Johannes Zoetmulder (1861-1944) maakt zich er rond 1900 flink boos over. In Schiedam, waar hij dan directeur publieke werken is, ziet hij een schrijnend tekort aan betaalbare arbeiderswoningen. Op landelijk niveau zouden er jaarlijks zeker 26.000 woningen bij moeten, becijfert hij.

In 1908 houdt hij tijdens de katholieke sociale week in Rotterdam lezingen over de gemeente en het woningvraagstuk. Hij vindt dat de overheid hierin een taak heeft. En ja, dat kost belastinggeld. Maar dat mag nooit een reden zijn om als overheid dan maar lijdzaam te blijven toekijken, vindt Zoetmulder.

In katholieke kring is Zoetmulder al snel een veelgevraagd volkshuisvestingsexpert. Hij krijgt een regeringsaanstelling als Inspecteur van de Volkshuisvesting. En van 1919 tot 1936 is hij secretaris-directeur van Ons Limburg, een overkoepelende woningbouwvereniging die plaatselijke verenigingen met raad en daad bijstaat.

In Limburg heerst er door de groei van de werkgelegenheid in de mijnbouw grote woningnood. Zoetmulder vindt dat nieuwe arbeidershuizen ook echt goedkoop moeten zijn. Anders nemen huurders voor het geld kostgangers in huis. En die slapen dan op dezelfde zolder als de kinderen. Zoetmulder noemt dat een ‘kwaal die diep invreet in het welzijn der gezinnen, naar ziel en lichaam’.

Dankzij de inspanningen van Ons Limburg verrijzen er overal in de mijnstreek arbeiderswijken, in de volksmond mijnwerkerskolonies. Zo ook in het Heerlense Beersdal, hier op de foto. Een kolonie met oorspronkelijk 272 eengezinswoningen. Gelijk ook een goede manier om al te socialistische ideeën in toom te houden. Want in zo’n kolonie kun je als arbeider natuurlijk alleen terecht als goed katholiek. 

Meer over de geschiedenis van sociale woningbouw in de Canon Volkshuisvesting.

tekst: margriet pflug, foto: Annemiek mommers