Volgend artikel
Aedes-Magazine editie 1-2017

Column

Eenzijdig afkicken

Marco de Wilde, directeur-bestuurder Veluwonen Eerbeek

2 minuten leestijd

Ooit polderden we. Werden we wereldberoemd mee. Nu gooien we zo groot mogelijke knuppels in zo klein mogelijke hoenderhokken. Hoewel ik uiteraard vind dat vooral anderen, in het bijzonder politici, zich schuldig maken aan deze praktijk, kan ik niet ontkennen dat ik er zelf aan meedoe. De verslaving aan zwartepieten lijkt als een deken over onze samenleving te liggen. 

Mijn – inmiddels niet meer zo verse – voornemen voor 2017 is om eenzijdig af te kicken. In de hoop dat anderen volgen. Dat betekent dat ik er niet meer over klaag dat minister Blok in de Corporatiegids (die we alleen zelf lezen) meldt dat hij fan van corporaties is, om in vrijwel diezelfde week in landelijke media te melden dat corporaties als Dagobert Ducks dubbeltjes zitten te poetsen. Ik registreer het. Ook maak ik me er niet langer druk over dat de toezichthouder zijn systeem zo slecht op orde heeft dat op de site van CorpoData het advies staat tijdens kantooruren niet in te loggen. Om vervolgens – na heel lang aandringen van Aedes – ‘uit coulance’ corporaties uitstel te verlenen voor het inleveren van de prognosecijfers. Uit coulance… Ik lach erom.

Nee, vanaf nu kijk ik alleen nog naar ons eigen aandeel. Vanaf nu verklaar ik de categorische imperatief van Immanuel Kant integraal op mij van toepassing: wat ik niet wil dat mij geschiedt, doe ik ook de ander niet. Als ik niet wil worden uitgemaakt voor Centenpoetser, dan maak ik minister Blok ook niet uit voor Kampioen Negatief Framen. Dat geeft veel ruimte. Bijvoorbeeld om het Sectorbeeld, waarop de minister zich baseerde, eens rustig te lezen. Het bevestigde mijn vermoeden: we kunnen inderdaad veel meer investeren dan we tot voor kort dachten of op zijn minst beweerden. Daar hadden we een goede reden voor, want een verhuurderheffing van 2 miljard euro is heel veel geld. Maar we blijken hem te kunnen betalen en nog heel veel investeringsruimte over te houden.

Draaf ik nu niet door? Ik vind van niet. Integendeel. Want dat je iets kunt betalen, staat los van de vraag of het terecht is dat je het moet betalen. Zo zou ik heel goed elke dag het eten van onze buren kunnen betalen. Zij ons eten ook trouwens. Toch vragen we dat geen van beiden aan elkaar. Kwestie van categorische imperatief.

Foto: Antoinette Martijnse